MONUMENT ALLEMAND - 4 (09102018)

Ondanks mijn tijdelijk wat mindervalide auto ga ik in Sedan toch nog maar even op zoek naar de begraafplaats van Torcy, waar de Duitsers hun doden begroeven nadat de erebegraafplaats van Saint-Charles al na een paar maanden vol was. Voor de tweede keer vandaag laat de TomTom het afweten en rijd ik rondjes door een wijk met onooglijke sociale woningbouw. Niemand op straat, niemand om de weg aan te vragen, dat was het dan voor vandaag. “Route des Fortifications” staat er op borden langs het eerste stuk van de terugweg. Een route langs behoorlijk nutteloze verdedigingswerken, zoals de Maginotlinie waar de Duitse troepen in mei 1940 via België met een boog omheen trokken. Na een paar kilometer rijd ik langs de afslag naar de “Deutscher Soldatenfriedhof” van het dorp Noyers-Pont-Maugis, waar na de Eerste Wereldoorlog alle in de regio begraven gesneuvelden moesten worden herbegraven. Nadat de auto weer vier dezelfde banden heeft, ga ik daar een paar dagen later naar toe. Dat deze begraafplaats zonder enig probleem is gevonden, wordt niet alleen bevestigd door het naambord op de mooie leistenen buitenmuur, maar vooral door de “Friedhofsordnung” die in het Frans en het Duits op diezelfde muur is geschroefd. Ordnung muß sein, nietwaar. Net zoals in Sedan, liggen de doden hier bijna op de top van een hoge heuvel begraven, toch is de tegenstelling groot. Hier geen dicht op elkaar liggende graven die vol staan met opzichtige liefdesbetuigingen van de nabestaanden, geen porseleinen of echte bloemen – die zijn volgens het reglement sowieso verboden – geen monumenten of tombes, maar een sobere en serene, jawel Calvinistische dodenakker zonder opsmuk, die dankzij de vele bomen vooral schaduwrijk is en erg intiem.

De graven van gesneuvelden uit de beide wereldoorlogen worden gemarkeerd met een stoer uit zandsteen gehakt kruis met daarop de namen van de gevallen militairen of simpelweg de boodschap dat er meerdere onbekende soldaten liggen begraven. Op het hoogste punt staat een groot stenen kruis met vlak ernaast het graf van 37 gesneuvelden uit de Tweede Wereldoorlog, waarvan 7 de naam op de steen staat met eronder DREISSIG GEFALLENE BLIEBEN UNBEKANNT. Vlakbij is een kleine kapel van leisteen met een fraai gepatineerd koperen dak, op de vloer ervan een gedenksteen waarop de kille cijfers staan: op deze begraafplaats liggen de stoffelijke resten van 14.055 gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog en 12.787 uit de Tweede. Rond de steen liggen een paar kransjes én staat aan de kop een bordje dat mij best verrast: les Anciens Combattants du 18e R.I. à leurs Camarades Allemands. Een groet van de oud-strijders van het 18e Regiment Infanterie die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog in de omgeving van Sedan weerstand boden aan de oprukkende Duitse troepen, die destijds natuurlijk allerminst hun “kameraden” waren. Naast de gedenksteen staat in de vrije ruimte een beeld van een treurende vrouw die vorig jaar april een handgeschreven brief in haar hand gedrukt heeft gekregen. Een brief gericht aan “Lieber Kurt, Vater, Opa und Uropa – Lieve Kurt, vader, grootvader en overgrootvader” die namens de hele familie Graunke werd geschreven door zijn kleindochter Anja, kleinzoon Jan en achterkleinzoon Jannik, die Lieber Kurt nooit hebben gekend. Ze zijn hier want “Dein Sohn Hartmut & seine Frau Ingrid zijn inmiddels te oud om van Berlijn naar de Champagne te kunnen komen, we vertrouwen erop dat je daar begrip voor zult hebben.” Kurt is ergens in augustus of september 1944 gewond geraakt, krijgsgevangen gemaakt en vervolgens in gevangenschap aan zijn verwondingen overleden, zo blijkt uit de brief.

Als ik de kapel uitga, komt de beheerder op mij af. Of ik op zoek ben naar een bepaald graf, nee dus. Maar zo gemakkelijk laat hij mij niet gaan. Of ik het graf met de foto al heb gezien en na een ontkennend antwoord, moet ik mee. De foto die tegen het kruis staat is zo'n geposeerd sepia familieportret van zo'n honderd jaar geleden: centraal vader met snor in uniform, om hem heen de statige moeder in het lang en hun drie jonge kinderen in zwarte zondagse pakjes met witte kragen: Rudolf Hantz mit Familie is er met de hand onder geschreven. De beheerder is een Franse ex-beroepsmilitair, die vervolgens wil weten of ik de naastgelegen Franse militaire begraafplaats al heb bezocht. Ook al niet. Tussen de bomen door loopt een pad, hekje open, hekje dicht en dan na een meter of 50 fel daglicht. Twee palen met een richtingaanwijzer, op de ene Cimetière Allemand, op de andere Cimetière Français en vanaf de top van de 311 meter hoge la Marfée, zoals de heuvel heet, een wonderschoon gezicht op de Maasvallei in de diepte. Hoewel het uitzicht volgens mijn begeleider in het wat verderop gelegen dorp Stonne nog veel spectaculairder is en dat daar in mei 1940 bovendien veel zwaarder is gevochten. Het Franse kerkhof is kaal en sfeerloos, maar heeft wel een stukken mooier uitzicht over de vallei, links heel herkenbaar het Fort van Sedan en rechts de stomende laminaatfabriek van Unilin in Bazeilles. Bij het afscheid zit er niets anders op de beheerder te beloven dat ik binnenkort eens naar Stonne zal gaan.

wordt vervolgd