MONUMENT ALLEMAND - 2 (25092018)

Goed, na de rommelmarkt in Bazeilles, waar ik overigens niets had gezien dat de moeite waard was, tik ik op de TomTom het Saint-Charles kerkhof van Sedan in. Aanvankelijk ken ik de weg nog wel, maar het wordt al snel terra incognita. Na wat linksaf en rechtsaf en klimmen, beland ik op een heuvel waar ik er volgens het mij de wegwijzende apparaat zo'n beetje zou moeten zijn. In plaats van een vredige begraafplaats met grafzerken en een opzichtig monument, zie ik wat lelijke hoge HLM – Habitation á Loyer Modéré – flatgebouwen, de smakeloze sociale woningbouw die je veel te vaak in Frankrijk tegenkomt. De heuvel weer af en volgende via een andere weg weer op, want één ding is zeker: de begraafplaats ligt op de top van een heuvel. Weer niets. In Buenos Aires woonde ik hartje stad waar het vrij zinloos was om een auto te hebben. Geen parkeerruimte, veel te veel opstoppingen en demonstraties. Bovendien goedkoop openbaar vervoer in overvloed en dag en nacht duizenden zeer betaalbare taxi's op straat. Op het Franse platteland kom je echter nergens zonder eigen vervoer, dus uit pure noodzaak voor het eerst deze eeuw een auto gekocht en weer achter het stuur gaan zitten. Volgens de fabrikant beschikt mijn auto over een i-Cockpit met onder meer een GPS die me waar dan ook in Europa de weg zou kunnen wijzen. Behalve in Sedan dan. Dat ik nog een onervaren i-Cockpitpiloot ben die nog niet al te veel benul heeft van hoe sommige functies in de moderne auto werken, behoeft verder geen betoog. Na nog eens een verkeerde afslag kom ik op weer een andere heuvel in een brede doodlopende straat terecht. Breed genoeg, denk ik, om aan het eind ervan een draai te kunnen maken en terug te rijden naar waar ik vandaan kwam. Niet dus. Daar kom ik helaas pas achter na een luide knal en een vrijwel gelijktijdig afgaand alarm in mijn i-Cockpit. Volgens de boodschap op het beeldscherm is de rechter voorband naar de knoppen, hetgeen ik sowieso al doorhad: het stuur trekt en de auto zakt naar rechts. Na te zijn uitgestapt zie ik wat de pech heeft veroorzaakt, een vanuit mijn hoge zetel onzichtbaar laag muurtje.

Door de knal komt er een geschrokken oudere vrouw uit het huis dat bij het muurtje hoort. Ze is niet de enige, vanuit waar de straat doodloopt komt een eveneens door de knal gealarmeerd ouder echtpaar. Iedereen is erg aardig. Eerst wordt aan de hand van mijn kenteken vastgesteld dat ik uit een ander departement kom. Zij wonen in 08 Ardennes, ik kom uit 55 Meuse, hoewel mijn accent niet echt Frans of Waals is. Sedan ligt zo dicht bij de grens met België dat mijn mobiele telefoon zojuist aangaf dat ik die grens zelfs al zou hebben overschreden. Wat ik zo leuk vind, is dat men op een paar kilometer hier vandaan kennelijk herkenbaar ander Frans spreekt. Een week of wat geleden vertelde iemand uit Sedan over iemand anders, die voor mijn oren gewoon het lokale Frans sprak, “Il parle Belge.” Daar moest ik toen erg om lachen en leerde gelijk wat bij, hoewel het mij niet had moeten verbazen want overal in Latijns-Amerika hoorde men aan mijn Spaans al na een paar woorden dat ik in Argentinië woonde. De oudere dame excuseert zich dat haar man ziek op bed ligt en mij niet kan helpen met het wisselen van de band, de man van het echtpaar zegt het wel te willen proberen, ik heb geen idee hoe het moet. Alle drie vinden ze dat ik mijn verzekering moet bellen, die sturen dan wel een hulpdienst om het te doen, maar dat vind ik flauwekul. Ik heb niet voor niets een “thuiskomertje” gekocht, een band waarmee je rustig rijdend thuis kunt komen. Ik wist niet wat me overkwam na de ontdekking dat mijn splinternieuwe auto geen reserveband had en ging klagen bij de dealer. Toen ik daar weer was vertrokken, heeft het garagepersoneel zich vast en zeker bescheurd, de moderne auto heeft immers alleen maar wat slangetjes en een soort spuitbusje waarmee een lekke band kan worden verholpen. Maar wat was ik daar op die heuvel in Sedan in mijn schik met die reserveband, want tegen de scheur in de band is geen modern reparatiesetje opgewassen.

De volgende uitdaging is un dus het opkrikken van de auto. Gelukkig komt de stukken jongere wielrennende buurman van de overkant net terug van zijn zondagse kilometers. Bezweet en al komt hij poolshoogte nemen en neemt gelijk de regie over. Zoals dat waar ook ter wereld gaat, moet er worden gekeken met wie we te maken hebben en zodra Iván ontdekt dat ik tot voor kort in Buenos Aires woonde, begint hij Spaans met me te spreken. Zijn vader is Frans, zijn moeder Spaans. Al pratend neemt hij de krik over, krikt de zware auto op, concludeert dat het hedendaagse reparatiesetje in dit geval inderdaad volkomen nutteloos is en begint de band te verwisselen. Tussen de bedrijven door praat ik in het Frans met de andere buren over mijn zoektocht naar het “Monument Allemand.” De oudere buurman zegt dat het vlakbij is en biedt aan me er naartoe te zullen brengen. Als de auto weer kan rijden, gaan we onderweg. Onder aan de heuvel linksaf, na 200 meter slaan we opnieuw linksaf en rijden de volgende heuvel op. Vlak na het kruispunt staat een bordje met een pijl erop én de verlossende woorden Cimetičre Militaire Sedan St. Charles.

wordt vervolgd