HEER BOMMEL BEROOFD (20072018)

Tijdens de laatste maanden die ik in Buenos Aires woonde, maakte ik mij op de zondagmiddag nuttig door samen met een bevriende landgenoot de boeken te inventariseren die door andere – meestal vertrekkende - landgenoten aan “het goede doel“ waren gegeven. Dat “goede doel“ was de AHB - Asociación Holandesa de Beneficencia – een in 1889 opgerichte liefdadigheidsinstelling die destijds tot doel had om Nederlandse immigranten bij te staan wie het minder voor de wind ging. Eens per jaar wordt er een boekenveiling georganiseerd waar de kopers in Buenos Aires en omgeving wonende Nederlandstaligen zijn en waarvan de opbrengst wordt besteed aan het maatschappelijk werk dat de AHB nog immer verricht. En daarna? Daarna worden de niet verkochte boeken weer in bananendozen gedaan en opgeslagen tot de veiling van volgend jaar. Tussentijds kan er niets worden verkocht om de doodeenvoudige reden dat niemand precies weet welke titels er op een koper liggen te wachten, daarom hadden wij aangeboden een inventarislijst op te maken: auteur, titel, categorie, prijs. Natuurlijk bladerden we even door de boeken die mogelijkerwijs wel eens een aanvulling van de eigen bibliotheek zouden kunnen zijn, hetgeen het nuttige met het aangename verenigde. Wat mij betreft ging het om boeken van Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Caribische schrijvers of boeken met achtergrondinformatie over die regio's, dan wel boeken van auteurs afkomstig uit andere landen die zich geheel of gedeeltelijk afspelen in Afrika, Latijns-Amerika of het Caribische gebied of dat als thema hebben. “Misschien is dit wel wat voor jou,“ met die woorden werd mij al doende “Olivier B. Bommel in Nicaragua“ aangereikt. Mijn inboedel was al ingepakt, ik woonde niet eens meer in mijn eigen appartement, het boekje ging mee in de koffer en lag tot een paar weken geleden ergens ongelezen op een stapel totdat ik het toevallig weer tegenkwam. Op dat moment geloofde ik heel kort dat toeval écht bestaat, omdat Nicaragua, een land waar je zelden tot nooit iets over verneemt, sinds half april regelmatig in het nieuws is vanwege aanhoudende onrust. Dusdanige onrust dat vele Ministeries van Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies hebben afgegeven.

Ruim twee jaar geleden reisde ik een maand door Nicaragua, mijn reisroute liep zoveel mogelijk langs het tracé van het nog te graven Nicaraguakanaal. Dat ging probleemloos, met uitzondering van een bezoek aan Punta Gorda waar de toegang tot het kanaal aan de Caribische kant is gepland. Het stadje zou alleen over zee vanuit Bluefields bereikbaar zijn en bovendien werd het afgeraden omdat het er onrustig zou zijn vanwege verzet tegen de aanleg van het kanaal. Ruim een week later stond ik op het strand van de Stille Oceaan bij het uiterst rustige dorpje Punto Brito, waar de andere toegang tot het kanaal moet komen. President Daniel Ortega en Wang Jing, grootaandeelhouder van de in Hong Kong gevestigde HKND Group die het kanaal gaat aanleggen en exploiteren, waren hier volgens zeggen in december 2014 om het startschot voor het project te geven. Tot nu toe is er echter nog geen spa de grond ingegaan voor dit al meer dan honderd jaar geopperde alternatief voor het Panamakanaal. Tijdens de hele reis werd ik op de een of andere manier vrijwel dagelijks herinnerd aan Daniel Ortega, zijn echtgenote Rosario Murillo en hun linkse Sandinistische revolutie, de familie Somoza die voordien een paar generaties rechtse dictators leverde en de rechtse contrarevolutionaire “contras“ uit het Caribische gebied. Chauffeurs of gidsen van middelbare leeftijd waren nog al eens voormalige revolutionaire strijders. In Léon bezocht ik zowel Museo de la Revolución als Cárcel la XXI – Gevangenis # 21, de beruchte politiegevangenis. In het Museo was er een verplichte rondleiding door werkloze oud-strijders. Nee, het ging niet zover dat er in het Cárcel rondleidingen door werkloze oud-bewakers werden verzorgd. In de hoofdstad Managua zag ik tientallen Árboles de la Vida, de door de presidentsvrouw met overheidsgeld “geplante“ levensbomen, met zelfs een klein bosje op de Rotonda Hugo Chávez als dank voor diens actieve steun aan de Sandinistische revolutie.

Zou er ook een boom voor Heer Bommel zijn opgericht als dank voor zijn onbewuste en niet geheel vrijwillige bijdrage aan het slagen van de Nicaraguaanse revolutie? Die is er hoogstwaarschijnlijk ook niet. Het eerder genoemde boekje was namelijk een roofdruk met de uit Marten Toonder's “Andere Wereld“ gejatte tekeningen die waren voorzien van een op hulp aan Daniel Ortega in de strijd tegen de “contras“ toegespitste tekst. “De opbrengst van dit boekje is bestemd voor Nicaragua“ staat op de achterflap van het door uitgeverij Bommelding – wat een toepasselijke naam – gepubliceerde boekje. Dat was februari 1985, dezelfde maand dat de Amerikaanse president Ronald Reagan opriep om de “Sandinistische tirannie te verdrijven.“ Zou hij een vooruitziende blik hebben gehad? Sinds half april de protesten begonnen tegen het door president Daniel Ortega per decreet aanpassen van het sociale stelsel en vooral de gewelddadige wijze waarop die werden neergeslagen, is het erg onrustig. “From comrade to caudillo“ luidde de kop van een column in the Economist. Nobelprijswinnaar Bob Dylan zong het al “The times they are a-changin'“ en dat is wat er nu gebeurt in Nicaragua.