DE DOOD VAN DE MARCONIST – 2 (04072018) – gastbijdrage van Niek Boot

Wat doe je op een begraafplaats om de tijd te doden? Op la Chacarita, 95 ha groot, een stad in de stad, zijn daarvoor wel wat alternatieven. Zoals bijvoorbeeld het bekijken van de aan- en afrijdende rouwstoeten. Die moeten eerst langs bij de administratie, welke is gevestigd in een halfcirkelvormig bakstenen gebouw gelegen aan een kleine rotonde. Behalve dat kantoor zijn er een aantal ruimten, ik schat een stuk of vijf, waar nabestaanden de kist van de dierbare naar binnen dragen en op een sokkel kunnen plaatsen om dan te horen wat een geloofsdienaar over de dood te zeggen heeft. Zelden, heel zelden, wordt er namens de familie gesproken. Minder persoonlijk is moeilijk denkbaar. Kist terug in de rouwauto, de administratie heeft inmiddels de overlijdensakte in orde bevonden en geregistreerd en dan kunnen ze doorrijden naar mausoleum, crematorium, crypte, graf of nis. De nis is een in Nederland onbekende vorm van begraven, die in mediterrane en Zuid-Amerikaanse landen veel voorkomt. Een muur met hokjes – die op lades lijken – waar de kisten naar binnen geschoven kunnen worden. Een betonnen plaat ervoor met naam en nummer. Op la Chacarita zijn er gebouwen van 100 en meer meter lang met de nissen tot achthoog. Ze zijn goedkoper dan een graf in de aarde en het is duidelijk dat het ruimen ook een stuk eenvoudiger gaat. De gebouwen zijn de laatste tijd flink verwaarloosd, er is te weinig personeel en de accuratesse, zo wist een bekende me te vertellen, laat veel te wensen over.

Terug naar het pleintje. Vrienden en bekenden gaan veelal naar het uitvaartcentrum waar de wake heeft plaatsgevonden en volgen dan de rouwauto met hun eigen auto naar de begraafplaats. Dat kan daar tot flinke opstoppingen leiden wanneer er twee mensen met veel vrienden tegelijk begraven worden. Stemmige kleding is er niet bij. De chauffeurs van de lijkwagens zijn vrijwel de enigen die een pak aanhebben; familieleden dragen wat die dag toevallig klaarlag. Voor de chauffeurs is het routine, ze stappen uit de auto, trekken de broek wat omhoog, steken een sigaret op en slenteren naar het kantoor om de papieren te laten controleren. Intussen proberen familieleden uit te zoeken in welke ruimte ze moeten zijn voor het religieuze gedeelte. Na die stoeten een tijdje bekeken te hebben, ben ik op stap gegaan en kwam toen echt de dood tegen. En het verval. En dat andere teken des tijds: vandalisme, om het geen diefstal te noemen. Letterlijk op meters afstand van het hart van de begraafplaats was geprobeerd om een koperen plaat met een breekijzer van een mausoleum te verwijderen. Zat hij te vast? Werden de dieven gesnapt? Aan de andere kant van de deur waren ze wel geslaagd. Alleen de bouten zitten er nog. Het verraste me daarom niet dat ik toen ik later wegreed van de begraafplaats langs een controle kwam waar ik mijn kofferruimte moest openen om te laten zien wat ik bij me had. Al vermoed ik dat de routiniers wel weten op welke uren die controle slaapt of wáár het gat in de muur zit om hun gestolen brons ongezien naar buiten te smokkelen. De verwaarlozing is bij veel van de mausolea te zien. Kapotte sloten, kapotte ramen, vogelnesten en plantengroei binnen, en veel briefjes dat het luik waarlangs de kisten omlaag gelaten worden ontbreekt, dus: opgelet bij het binnengaan! Ja, er liepen, ook op die zondag, wat mensen rond die opknapwerk deden, maar het is duidelijk dat nabestaanden, voor zover ze nog leven, de herinnering aan hun voorouders vergeten of verdringen en er in elk geval geen geld voor over hebben om de resten verzorgd te laten rusten. Symbolisch voor de tijd waar we in leven? Jezus hangt er nog triester dan gewoonlijk aan het kruis.

De marconist is gearriveerd. Zijn weduwe laat hem niet uit de auto halen om een priester aan te horen. Ik zoek mijn auto op en sluit aan. We zijn met weinigen. De rouwauto, één volgauto met de weduwe en haar dochter uit een eerder huwelijk, een auto met twee vriendinnen en ik. Hij zal worden gecremeerd. We rijden met onze kleine colonne naar het crematorium. Daar was ik een jaar of 10 geleden ook al eens, in de tijd dat anti-rookwetten in zwang kwamen. Er hing toen een A-4tje met de tekst “Este es un lugar sin humo – Dit is een rookvrije ruimte....” Een hele geruststelling. Het is gebruik dat de kist door familieleden en vrienden uit de auto getild wordt. De aanwezige dames konden dat natuurlijk niet. Gelukkig kwam personeel van andere stoeten meteen een handje helpen. Er stonden er een paar en ik denk dat het was omdat we met écht weinigen waren dat ze ons voor lieten gaan. Een ingang met een brede trap, naar boven, de kist op een tafel met een mechanisme dat hem door twee koperen deurtjes doet wegglijden. De eerste keer werkte het niet. De zaak even rechtzetten, de familie nog even met een hand op de kist en dan schuift hij weg. “Wilt U alstublieft gaan, de volgende groep staat klaar.”

Een eenzaam slot voor de marconist. Over en uit.

slot