DE DOOD VAN DE MARCONIST – 1 (04072018) – gastbijdrage van Niek Boot Is het omdat de post het tóch niet doet? Is het vanwege de hoge temperaturen? Een kwestie van volksgezondheid? Waar er in Nederland tussen de dag van overlijden en de begrafenis zelden minder dan 3 en vaak 5 of 6 dagen zitten en overlijdensberichten gedrukt, gepost en afgeleverd worden, word je in Argentinië gewoonlijk de dag na overlijden begraven. Uitvaartondernemingen zijn er op ingesteld: ze zijn 24 uur per dag bereikbaar. De familie moet ervoor zorgen dat vrienden en bekenden tijdig horen of er een wake gehouden zal worden en waar en hoe laat de begrafenis zal zijn. In de rijke jaren – zo van 1880 tot 1950 – lieten gegoede Argentijnse families voor hun doden kleine mausolea bouwen op de begraafplaatsen. Mausolea zijn kleine gebouwtjes met een bronzen of gietijzeren deur met raampjes, zodat je naar binnen kunt kijken. Dan zie je vaak één of twee doodskisten staan en in de vloer een luik, naar een keldertje waar aan weerszijden nog ruimte is voor een kist of vier. Boven de kisten op de begane grond is er meestal een altaartje, een kunstwerk, een kruis, een jezusbeeld, een lijst met beeltenis van de overledene en (plek voor) een vaas met wat bloemen. Aan de buitenkant staat in de natuurstenen of marmeren muur de naam van de familie gegraveerd en, afhankelijk van de importantie van de inliggenden, worden er door familieleden of bewonderaars ook nog eens bronzen herdenkingsplaten gemonteerd. Het is duidelijk dat er, vanwege de kosten of zou het zijn omdat we tegenwoordig “anders” met de dood omgaan, niet veel nieuwe mausolea meer worden neergezet. Begin jaren ’90 van de vorige eeuw kwamen de Amerikaans aandoende “park-begraafplaatsen” in zwang. Deze liggen een kilometer of 50 buiten de stad, waar de grond toen nog betaalbaar was. Grote grasvelden, mooie boompartijen, nette rijen platte stenen in het gras met alleen de namen van de overledenen. Maximaal drie kisten boven elkaar, wie er urnen begraaft kan wat meer geliefden kwijt. Individualiseren mag alleen door wat bloemen in een daarvoor bedoelde uitsparing te doen maar beelden van marmer of brons zijn uit den boze. Grote ego´s zijn hier niet welkom. In de stad Buenos Aires zijn de mausolea met name te vinden op “Recoleta” en “La Chacarita.” Recoleta, de door de Franse architect Prosper Catalin ontworpen oudste van de twee, werd gesticht in 1822 en is gelegen in de nette buurt die naar de begraafplaats heet, wilde in 1871, toen de gele koorts huishield, de stoffelijke overschotten van de slachtoffers niet opnemen. De oplossing was ze in de toen nog buiten de stad, bij het dorpje La Chacarita, te begraven of te verbranden. In 1886 werd die begraafplaats definitief gemaakt, op een terrein van 95 (!) hectaren. Beide begraafplaatsen zijn een bezoek meer dan waard; op Recoleta wordt daar tegenwoordig, niet ten onrechte, entreegeld voor gevraagd. In 2017, op één van de jaarlijkse veilingen van Nederlandstalige boeken in Buenos Aires, vertelde een jonge landgenoot dat hij met regelmaat een oude radiotelegrafist die voor een Scandinavische tanker-rederij gevaren had (en in Argentinié aan een Argentijnse was blijven hangen) bezocht in zijn verzorgingshuis. Hij kon dat, wegens verhuizing naar Tunis, niet langer doen en vroeg of iemand die rol wilde overnemen. Ik ben sindsdien een aantal keren naar die instelling geweest om deze “Sparks” – de traditionele bijnaam voor marconisten - op te zoeken. Nu, 87 Jaar oud zat, hij daar sinds een jaar of vijf na een beroerte die permanente verzorging nodig maakte. In een land zonder kruisverenigingen kun je privé hulp inhuren, zwart, geen verzekering die het vergoedt, of je laten opnemen op kosten van de PAMI, het ziekenfonds voor bejaarden. De triestheid droop eraf. Een pijpenla met – gedeelde - slaapkamertjes ernaast, tafeltjes van vier waar de patiënten elkaar de hele dag aankijken, zonder veel te zeggen. Wachten op morgen, tot er geen morgen meer komt. Er valt een boek over te schrijven; ik laat dat graag aan anderen over. Laat ik me beperken tot het uitspreken van mijn bewondering voor het verplegend personeel aan wie het lukt, ondanks een salaris waarvan ik vermoed dat ze de 20ste van de maand er nooit mee halen, toch een glimlach op het gelaat weet te toveren. Mij lukte dat een paar keer bij mijn marconist met een fotoboek van zijn geboorteplaats Rotterdam en met speculaas of stroopwafels, smaken die hij lang niet had geproefd. Maar bij de laatste bezoeken dwaalde zijn blik dan weer af, naar onbestemde verten. Op een zondagochtend in mei kreeg ik uit Tunis bericht dat Sparks op zaterdag overleden was. Dat had hij op Facebook gezien. Om kwart voor tien, véél vroeger kun je mensen op een zondag toch niet bellen, met weinig hoop op succes, belde ik zijn echtgenote (die nog alleen woonde) met de vraag wanneer hij zou worden begraven. Ze was nog thuis en zei me: “Om elf uur, op Chacarita.” Ik was er ruim op tijd en kreeg toen te horen dat hij pas om half twaalf verwacht werd. Een kille, grijze ochtend, omgeven door de dood. Toch eens wat rondkijken. wordt vervolgd |