|
OVER QUIPUS, CHEMAMÜLLES, NERUDA, CHE EN EEN PAUS - 8 (10062018) Op alle mogelijke manieren probeert men mij er in Puerto Montt – genoemd naar Manuel Montt die destijds president van Chili was – aan te herinneren dat dit het laatste weekeinde voor Kerstmis is. In het winkelcentrum onder het hotel kun je over de hoofden van de mensen lopen, uit de luidsprekers schalt kerstmuziek. Licht verbijsterd zie ik op de Plaza de Armas, het centrale plein schuin aan de overkant, een verschrikkelijk lelijke kerststal staan waarvoor als bouwmateriaal aluminium profielen zijn gebruikt en niet het in deze regio in overvloed aanwezige hout. Om dat enigszins te camoufleren hebben ze er, zoals ze in Rotterdam zouden zeggen, een zooitje dennetakken tegenaan gepleurd. In de stal is het niet veel beter. Daar staan, voor zover dat kan, slecht gelijkende hardhouten beelden van Maria, Jozef en het Kindeke Jezus in de kribbe, met ernaast uiteraard hardhouten beelden van de Drie Koningen en wat herkauwende koeien in het stro. Als ik al niet lang geleden van het geloof was afgedwaald, zou dat op dit moment in Puerto Montt zijn gebeurd. Als klap op de vuurpijl zijn de stammen van de bomen die rond het plein staan, om een niet nader toegelichte reden, ingepakt met kleurige gehaakte en gebreide wollen huisvlijt of, wie weet, een proefwerk of eindexamenopgaaf voor het vak nuttige handwerken van de lokale huishoudschool. Wel fleurig, maar ook nogal apart en ietwat onzinnig. In mijn ogen althans. In de winkelstraten iets verderop zijn het de opblaasbare Kerstmannen en de glimmende kerstdecoraties die dusdanig in overvloed op de troittoirs voor de winkelpuien staan, dat er maar een conclusie mogelijk is: het is bijna Navidad! Om wat verder terug te gaan in de tijd dan de herdenking van iemands geboorte ruim tweeduizend jaar geleden, loop ik de via de Calle Egaña de heuvel op naar het “Museo de Piedras Monte Verde.” Langs de weg staan nogal wat traditionele houten huizen zoals ik die van het verderop gelegen eiland Chiloé ken, hoewel de trend om hout door beton te vervangen goed zichtbaar is. Daardoor is het karakter van de stad nogal aan het veranderen, iets dat door de bewoners vast als een nostalgische observatie van een buitenstaander zal worden afgedaan. Monte Verde is een in 1976 - zoals het hoort - bij toeval door een boer ontdekte archeoligsche vindplaats. Daar zou, zo is met de koolstof-14 dateringsmethode vastgesteld, ergens tussen de jaren 14.500 en 18.500 voor onze jaartelling al een kleine gemeenschap hebben geleefd. Maar twintig jaar later, na het vinden en dateren van nieuw materiaal, bleek dat er al sprake van bewoning was tussen de jaren 30.000 en 35.000 voor onze jaartelling. Daarmee werd de theorie over de vroegste bewoning van het Amerikaanse continent, zo'n 13.000 jaar geleden in de buurt van het stadje Clovis in New Mexico, nog verder op zijn kop gezet. Niet in de VS dus, het was in Chili. Mijn eigen zoektocht beperkt zich tot het vinden van de kruising van de Calle Manuel Montt en de Calle Luis Mansilla, waar in een particuliere woning het museum zou zijn gevestigd waarin een duizendtal voorwerpen worden tentoongesteld die in Monte Verde zijn gevonden. De Calle Manuel Montt is makkelijk te vinden en dus kan het museum net zomin al te moeilijk zijn, omdat die straat als een soort ringweg om de wijk ligt en alle andere straten kruist. Een misrekening, want geen van die straten heet Luis Mansilla. Ik loop nog een rondje en dan zit er niets anders op dan de buurtbewoners aan te schieten. Geen van hen heeft ooit van het bestaan van een museum in deze kleine wijk gehoord, noch van de straatnaam, hetgeen mij ervan overtuigt dat hier verder zoeken weinig zin heeft. Morgen lonkt de vindplaats van al dat spul. De volgende ochtend begint grauw, het regent. Het cruiseschip Norwegian Sun dat de baai al vroeg binnenvaart, zal de passagiers op de dag dat de zomer begint op het zuidelijk halfrond wel mooier weer in het vooruitzicht hebben gesteld. Zelf heb ik in de ochtenduren een zakelijke afspraak op een industrieterrein buiten de stad en daardoor alle tijd om met de taxichauffeur over een aansluitende rit naar Monte Verde te overleggen. Zijn reactie is teleurstellend: zinloos, de vindplaats is gesloten en niet toegankelijk voor het publiek, tijdens de terugrit bevestigt een andere chauffeur deze informatie. Dan maar naar het in de voormalige Mercado de la Rambla gevestigde Museo de Puerto Montt Juan Pablo II, dat de kantooruren van de plaatselijke ambtenarij aanhoudt. Ergo, tijdens het weekeinde gesloten en waarschijnlijk als enig museum ter wereld op maandag wel geopend. En dan de naam, Juan Pablo II, wat in het Nederlands Johannes Paulus II is. Het vervallen marktgebouw werd opgekanpt om Zijne Heiligheid er tijdens zijn bezoek in april 1987 te kunnen ontvangen en een toespraak te laten houden. Een preek, zo vermoed ik. Tja, hier in het conservatief katholieke Chili wordt dan gelijk het plaatselijke museum naar hem vernoemd én het leverde ook nog eens een uniek museumstuk op. Maar dat zou ik pas later ontdekken. wordt vervolgd |