OVER QUIPUS, CHEMAMÜLLES, NERUDA, CHE EN EEN PAUS - 7 (04062018)

Hoewel ik met de bus van Temuco naar Puert Montt ga, ga ik toch ook een beetje met de trein omdat Pablo Neruda mij vooraf met zijn “Oda a los trenes del Sur” al een – zij het gedateerde – reisimpressie gaf die nog steeds door mijn hoofd zingt. Zowel in de markt als in het spoorwegmuseum van Temuco waren een paar regels van het vierde van de zes coupletten te lezen. In het museum waren die in een koperen plaat gegraveerd, in de markt stonden ze op een muurschildering naast het breedlachende gezicht van de dichter. “Yo voy contigo, tren, tren trepidante...... Ik ga met je mee trein, schuddende trein, van de grens naar Renaico. Wacht even op me, ik moet in Collipulli wol gaan kopen. Wacht even op me, ik wil uitstappen in Quepe, in Loncoche, in Osorno om er pijnboompitten te zoeken en pas geweven stoffen die nog naar schapen en de regen ruiken...” Dat die werkelijkheid reeds lang geleden werd ingehaald door de tijd, ervoer ik twee dagen geleden al. Onderweg van Santiago naar Temuco reed de bus langs Renaico en Collipulli waar, het is me tenminste niet opgevallen, in de verste verte geen schaap was te bekennen. Terwijl ik me als de dag van gisteren de kuddes in Patagonia herinner die ik een paar jaar geleden onderweg van Punta Arenas naar Puerto Natales zag. Die pijnboompitten of dennepitten zouden er best nog wel kunnen zijn, want er is daar naaldhout genoeg, hoewel ik me niet kan voorstellen dat pijnboompitten bijna 100 jaar geleden hun waarde aan dezelfde gezondheidsredenen ontleenden als heden ten dage of gewoonweg werden gekocht om er olie uit te persen. In de aan de Stille Oceaan gelegen havenstad Valdivia stopt de bus een stiefkwartiertje en mogen de benen even worden gestrekt in de doodse omgeving van het busstation.

De bus gaat verder over de Ruta de los Ríos, die is vernoemd naar de regio waar we doorheen rijden. Vooralsnog echter weinig rivieren maar vooral graansilo's. Na een paar uur komt Neruda weer om de hoek kijken: meren, veel meren en vulkanen, een lange rij vulkanen met nog door de winterse sneeuw bedekte toppen: “Trenes del Sur, pequeños entre los volcanos,” nou niet alleen de treinen, ook de bus is klein vergeleken met die reusachtige vulkanen. Vulkanen die op de grens tussen Argentinië en Chili liggen en nog vrijwel allemaal actief zijn, de afgelopen jaren heb ik op de televisie “en vivo y en directo” de nodige uitbarstingen kunnen volgen. Langs de hele Andes – zo'n beetje de ruggegraat van Latijns-Amerika – liggen er vulkanen, maar een van de mooiste is de Osorno, het evenbeeld van de Japanse Mount Fuji. Van Los Ríos zijn we inmiddels in Los Lagos aanbeland, nee op een al te levendige fantasie zul je de Chilenen niet gauw kunnen betrappen. Het Lago Llanquihue is het op een na grootste meer van Chili, met op de oostoever de vulkaan en op de westoever het stadje Puerto Varas dat in 1853 door Duitse immigranten werd gesticht. Het stadswapen met Duitse adelaars laat wat dat betreft weing te raden over. Vlakbij ligt mijn reisdoel voor vandaag; Puerto Montt, eveneens het resultaat van Duitse immigratie van rond diezelfde tijd. Na zeven uur in de bus te hebben gezeten, loop ik die ene kilometer naar mijn hotel over de boulevard langs de Baai van Reloncavi en na het nodige gezeur over de slechte kamer aan de achterkant met uitzicht op de compressoren van de airconditioning, doen zowel het hotel als ik wat water bij de wijn waardoor ik de komende dagen in een hoge penthouse-achtige kamer met fraai uitzicht over de baai zal logeren.

De hernieuwde kennismaking met Puerto Montt begint met een ontmoeting van de o zo Duitse wortels van de eerste bewoners: Restaurant Dresden, Kunstmann – das gute Bier, Café Haussmann en Cervezeria Salzburg, voor de diversiteit afgewisseld met Bebidas y Licores La Negrita en Marley Coffee – stir it up. En dan is er het uiterst saaie monument dat de 150ste verjaardag van de Duitse immigratie herdenkt – IM ANDENKEN AN DIE DEUTSCHEN EINWANDERER – met daaronder de namen van de families die op 28 november 1852 met het schip de Susanne arriveerden en hier aan wal stapten. Ze waren voornamelijk afkomstig uit Saksen en daarnaast uit Hessen, Pruisen en Silezië. Eveneens in 2002 werd het reusachtige beeld onthuld van de verliefde jonge man en vrouw die op de boulevard op een bankje zitten en vandaar over het water naar het zuiden kijken. “Sentados frente al Mar” heet het. 't Is de verbeelding van het onofficiële “volkslied” van de stad, dat nota bene werd gecomponeerd en vertolkt door de uit Uruguay afkomstige groep Iracundos.... Heel vervreemdend als je er naar luistert, want het verschil tussen het Spaans van Uruguay en Chili is net zoiets als het verschil tussen Nederlands zoals het in Nederland en Vlaanderen wordt gesproken.

wordt vervolgd