|
OVER QUIPUS, CHEMAMÜLLES, NERUDA, CHE EN EEN PAUS - 6 (30052018) Déjà vu! Tegenover het station van Temuco staat het Edificio Marsano als een taartpunt op de hoek van twee schuin naar elkaar toelopende straten. Spontaan ga ik terug in de tijd, naar die avond in juli 2004 toen in Buenos Aires de film “Diarios de Motocicleta – the Motorcycle Diaries” van de Braziliaanse regisseur Walter Salles in première ging. Een vrijwel lege zaal, herinner ik me, en een heel herkenbaar verhaal omdat ik de weken ervoor het boek “Chasing Che - Che achterna” van de Amerkaanse journalist Patrick Symmes had gelezen en aldus de reis die Ernesto “Che” Guevara en Alberto Granado in 1952 door Zuid-Amerika hadden gemaakt zo'n beetje had meebeleefd. In de film begon de reis op bekend terrein, in de Avenida Caseros in het stadsdeel San Telmo van Buenos Aires, op loopafstand van waar ik een jaar later een appartement zou kopen. Sindsdien ben ik Che en Alberto, maar vooral Che, meerdere malen achterna gereisd. In Argentinië bijvoorbeeld naar zijn op zeeniveau gelegen geboortestad Rosario en naar het op ruim 1.500 meter gelegen stadje Alta Gracia waar zijn ouders vanwege Che's astma naartoe waren verhuisd. En in Chili naar Valparaíso - waar ik 60 jaar na Che met dezelfde funiculaire als hij een van de heuvels opging - en naar de woestijn van Atacama natuurlijk. Zo'n half uur na het begin zie je in de film hoe de reisgenoten hun kapotte motor – die ze “La Poderosa” hadden gedoopt – aan de Chileense kant van de Andes door de sneeuw duwen en kort daarna Temuco in lopen langs de kolensilo die nu in het spoorwegmuseum ligt. Hoewel ze dezelfde weg moeten hebben afgelegd als ik vanmorgen, komen ze vanuit de tegenovergestelde richting langs het station en het Edificio Marsano. Dichterlijke vrijheid, vermoed ik. In die scene staat er groot EL DIARIO AUSTRAL – DAGBLAD VAN HET ZUIDEN op de gevel tegenover het station, nu zit er slagerij LA FLOR die beweert in de voormalige redactielokalen het beste rundvlees uit de regio te verkopen. Che ging naar binnen en presenteerde hen als vooraanstaande specialisten op het gebied van de leprabehandeling, die al meer dan 3.000 patiënten zouden hebben behandeld. Allemaal gelogen, Che was nog niet eens afgestudeerd, maar het stond de volgende dag wel in krant. Wat ook op fantasie berustte, zo zie ik naderhand, is dat de krant in Edificio Marsano was gehuisvest. De filmmakers kozen voor het gebouw omdat het zo goed in de sfeer van begin jaren 50 paste, hetgeen ik ontdekte toen ik de documentaire Backstage I diari della motocicletta - In viaggio con Che Guevaravan de Italiaanse televisie zag. Daarin wordt de inmiddels hoogbejaarde Alberto Granado ten tonele gevoerd en zingt Carlos Gardel op de achtergrond heel toepasselijk “Volver” als de voor de film gebruikte “La Poderosa” wordt uitgeladen en aan hem wordt getoond. Waar ik op deze zonnige vrijdag in december – over precies een week is het Kerstmis – naar sta te kijken is geheel vergane glorie. Een slecht onderhouden gebouw, een vreemde architectonische eend in de bijt tussen het station aan de ene kant en de grote overdekte markt aan de andere, met als laatste wapenfeit dat het ruim 10 jaar geleden als filmdecor diende voor een scene in de “Diarios de Motocicleta,” een scene die minder dan een minuut duurde. Maar er is hoop. Anderhalf jaar geleden is de Architectuurfaculteit van de Universiteit van Temuco begonnen met een voorstudie om dit als hotel gebouwde pand tot monument te verheffen wegens “de enorme achitectonische en historische betekenis.” Degenen die deze hoogdravende woorden spraken, hebben ook de moeite genomen om die toe te lichten. Zo vinden zij dat het ontwerp nadrukkelijk voldoet aan de “principios haussmanianos parisinos,” het ritme en de vorm van de ramen en de manier waarop beide vloeren van elkaar zijn gescheiden elementen vertoont die refereren aan de Italiaanse renaissance, terwijl de koepel op de punt van het gebouw herinnert aan de barok. Een architectonisch mengelmoesje derhalve zoals je dat in Buenos Aires ook nog vaak tegenkomt bij ontwerpen van Italiaanse architecten uit het eerste kwart van de vorige eeuw. Dat er in Temuco in 1926 een luxe hotel werd gebouwd, was zonder meer een historische mijlpaal die het bewijs leverde dat de economische ontwikkeling van de nog jonge stad voorspoedig verliep. Dat er in de loop der tijd diverse Chileense presidenten zouden logeren, onder wie Salvador Allende, bewijst de status die het hotel ooit had. Ik steek over naar het marktgebouw. Veel muurschilderingen, onder andere eentje van het lachende gezicht Pablo Neruda met ernaast wat zinnen uit een treingedicht waarin Quepe, Osorno en Loncoche worden genoemd, stadjes ten zuiden van Temuco waar ik morgen met de bus doorheen zal rijden of langs zal komen. Net als Che en Alberto eet ik wat in de markt, een verrukkelijke koude zeevruchtencocktail in een pittige viniagrette, om daarna terug te gaan naar mijn hotel om me voor te bereiden op de honderden kilometers van morgen. wordt vervolgd |