OVER QUIPUS, CHEMAMÜLLES, NERUDA, CHE EN EEN PAUS - 3 (09052018)

Behalve de chemamülles en de quipus, metalen sierraden waaronder de sequil die op de borst werd gedragen, gedecoreerd aardewerk en geweven objecten met kleurige patronen die ik bijna als “prekoloniaal design” zou willen beschrijven, zijn het de toquicuras die me fascineren. Niet zozeer vanwege hun vormgeving, het is vooral de symbolische betekenis die ze hadden en de manier waarop ze werden gebruikt. Volgens het bijschrift hadden de eerste Spanjaarden die in het zuiden van Chili arriveerden, in de regio waar ik morgen naartoe ga, al dan niet vredelievende confrontaties met toquis, degenen die bij de Mapuches in tijden van oorlog of conflict de leiding hadden. De toquicura gaf niet alleen de plaats die de drager in zijn gemeenschap bekleedde aan, de aanduiding “hacha – bijl” bevestigt dat het stenen voorwerp eveneens als wapen kon worden gebruikt. Tevens diende een met bloed besmeurde hacha, die door een toqui aan andere toquis werd gestuurd, als een signaal dat ze zich op moesten maken voor de strijd. De vormgeving is functioneel: het is een licht taps toelopende langwerpige gepolijste steen met bovenin een gat zodat het om de nek kon worden gedragen. Vanwege de dubbelfunctie was de steen niet al te lang of breed, want die moest in de vuist van de drager ervan passen. Daarnaast is er een “luxe” veelal mooi – in mijn ogen athans – met abstracte patronen gedecoreerde versie die qua vorm enigszins naar onze bijl neigt, maar uit een enkel stuk steen is vervaardigd: een handgreep met aan de bovenzijde een haak in de vorm van een maan in het eerste of laatste kwartier of een volle maan met een hap eruit. Deze wapens, hoe goed ontworpen ook en hoe handig ook bij onderlinge twisten, maakten uiteraard weinig klaar tegen het Spaanse buskruit.

Het is tijd om naar mijn afspraak met de Centrale Bank van Chili te wandelen. Onderweg zit voor de ingang van een elegant gebouw een vrouw in een gammele rolstoel. Aan deze kant van de wereld heb ik nog nooit een scootmobiel gezien, zo'n onding past trouwens niet eens op de over het algemeen nogal smalle trottoirs. De vrouw heeft wel een ander eigentijds hulpmiddel bij zich: een kleine megafoon die het klagende verzoek om een bijdrage in haar levensonderhoud luidkeels kenbaar maakt. Niet dat het helpt, niemand geeft haar wat. Ik steek over naar de kant van de straat waar de bank in een gebouw huist dat een en al degelijkheid uitstraalt, veel meer dan dat toch wel wat uit de toon vallende hoofdkantoor van de Nederlandse Bank aan het Amsterdamse Frederiksplein. Alejandro, een oud-collega die mij ontvangt, is er sinds wij geen collega's meer zijn een hoge functionaris. Tijdens de hernieuwde kennismaking vertelt hij over de slechte ervaringen van zijn bank met de Koninklijke Nederlandse Munt, hetgeen een maand geleden zelfs de Muntmeester daarvan de kop heeft gekost. Een grote opdracht om Chileense geldstukken te munten werd slecht uitgevoerd, hetgeen tot hoge boetes leidde en zelfs bijna tot het faillissement van de Munt. De heren van de wereld uit Utrecht, die tot niet al te lang geleden nauwelijks iets anders dan centen, stuivers en dubbeltjes muntten, vermoedden zelfs “Zuid-Amerikaanse intriges” las ik in de Volkskrant, terwijl zij gewoon niet de kwaliteit leverden die was overeengekomen. Als er bovendien één land in Zuid-Amerika is met een bijna Duitse discipline dan is dat Chile wel en Alejandro, als zoon van een Zwitser, is nog net wat erger en eist dat ook van medewerkers. Via hem heb ik een afspraak met de afdeling waar ogenschijnlijk “versleten” bankbiljetten met de meest geavanceerde apparatuur worden gecontroleerd en na te zijn afgekeurd uit de circulatie worden genomen om meteen daarna te worden vernietigd. Tijdens dat vernietigingsproces worden papier en de kunststof, die wordt gebruikt om de levensduur van de biljetten te verlengen, van elkaar gescheiden. Die polymere toevoeging kan niet in Chili, maar wel in Europa worden gerecycled en hergebruikt en is derhalve geld waard. Voor de mogelijke aankoop daarvan ben ik hier. Avlorens daarover te gaan praten wordt mij het controle- en vernietigingsproces getoond en mag ik even in de streng beveiligde kelderkluizen kijken waar, tot mijn verbazing, de hele bankbiljettenvoorraad van het land ligt op drie pallets ligt. Tot en met de toegangsdeuren van de kantoorruimte zijn kluisdeuren, waar dan ook nog een gewapende bewaker bij staat en dat terwijl ik bij de receptie al een “Schipholcontrole” had ondergaan. Het zal allemaal op niets uitlopen omdat de potentiële koper bij nader inzien toch niet is geïnteresseerd, maar de rondleiding door de kelders van de bank was in ieder geval de moeite meer dan waard. Als ik 's avonds aan tafel bij Alejandro thuis vertel dat ik morgen al vroeg met de bus naar Temuco ga, vragen ze me wat ik daar in vredesnaam te zoeken heb. “De sfeer proeven van het stadje waar Che Guevara tijdens zijn motorreis door Zuid-Amerika kort verbleef en waar hij in zijn “Motorcyle Diaries” verslag van deed,” maakt weinig indruk. Hun zoon, net afgestudeerd tandarts, moet er als tegenprestatie voor de ontvangen studiebeurs een jaar burgerdienstplicht gaan doen. Zoals zij erover praten lijkt het net alsof hij er een zware straf moet uitzitten.

wordt vervolgd