VOORPROEFJE 2 (01042018)

De dag voordat mijn reis erop zit moet het gaan gebeuren. Na Brava en Fogo, twee andere Kaapverdische eilanden, te hebben bezocht, ben ik terug op Santiago en met Sayde onderweg naar de stad Assomada en het voormalige concentratiekamp bij Tarrafal. Vanuit de auto belt hij met ene Jay over de “Igreja Cartão24.“ Het gesprek wordt in het Engels gevoerd, zou het soms met de jonge Amerikaan zijn die ik hier tijdens mijn vorige bezoek ontmoette? Nee dus, Jay blijkt een Braziliaan, lid van de Igreja Universal do Reino de Deus. Hij bevestigt dat de Templo in de wijk Palmarejo een “Cartão24 kerk“ is en dat daar dagelijks vier diensten zijn, de eerste was vanochtend al om 7 uur, de laatste vanavond om 7 uur. Als ik aan het eind van de dag bij mijn hotel wordt afgezet, geeft Sayde de instructie om “netjes gekleed,“ dat wil zeggen in lange broek en met net schoeisel, tegen 7 uur voor hotel Palmacenter op hem te wachten. Naar goed Afrikaans gebruik laat hij even op zich wachten, zodat ik de omgeving wat kan verkennnen. Vlakbij het hotel staat een veel licht uitstralend vierkant gebouw met hoog op de voorgevel het logo van de kerk en de woorden “Centro de Ajuda,“ alsof het een filiaal van C&A is. Volkomen ten onrechte was ik er tot voor kort van overtuigd dat in deze “hulpcentra“ medische hulp werd geboden in plaats van spirituele. Het eerste wat Sayde zegt is dat ie gespannen is, hij koopt wat sigaretten, dat kan hier per stuk, en steekt die achter elkaar op. Al rokend houdt hij de kerk in de gaten omdat hij vindt dat er nog te weinig mensen naar binnen zijn gegaan, terwijl de dienst toch al minstens een kwartier bezig is. Na nog een laatste waarschuwing om vooral voorzichtig te zijn met het maken van foto's, stappen we de onbekende wereld binnen.

Wij gaan op een van de achterste rijen zitten in de met zo'n zestig gelovigen gevulde zaal. Om niet uit de toon te vallen, doen we mee met wat de alle anderen doen: opstaan, beide handen in de lucht, zitten, handen vouwen voor het gebed, zitten, hand op het hart en wat dies meer zij. De Braziliaanse voorganger, met in de ene hand een microfoon en in de andere als het zo uitkomt een bijbel, roept minstens twee keer per minuut de “espíritu santo – heilige geest“ aan. Wat hij verkondigt kan ik nog dromen uit mijn jongere jaren toen ik trouw naar de hervormde Nieuwe Kerk in Rotterdam Zuid ging, die werd al lang geleden gesloopt om plaats te maken voor het Winkelcentrum Zuidplein. Ik ben hier echter niet om te horen wat er wordt gepreekt, maar om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen. De stoelen staan opgesteld als in een bioscoop of theater en hebben net als daar een klapzitting. Dat past perfect bij de inrichting en sfeer van de zaal: voorin een podium met daarop twee requisieten: een kanselachtig spreekgestoelte met ernaast een grote pot waarop LIXO staat, rommel of afval. Op het achterdoek staat “JESUS CRISTO É O SENHOR,“ de strijdkreet van dit genootschap, voor het podium staat de voorganger achter een lessenaar. Hij versterkt de theatersfeer door als een volleerd acteur te preken: veel emotionele stemverheffingen, hij zingt, hij lacht, af en toe denk ik dat hij in tranen zal uitbarsten. Soms vraagt hij om bijval van de gelovigen en krijgt die. En dan zijn er die vier dames gekleed in een blauwe overgooier met daaronder een witte bloes, rode ceintuur om het middel en blauwe pumps aan de voeten. Net de ouvreuses van een schouwburg.

Alles wat gebeurt is strak geregisseerd: op een gegeven moment wordt een muziekband gestart, de emotie in de stem van de voorganger wordt opgeschroefd, de vier dames pakken ieder een dienblad en wachten op een teken om wat erop staat uit te gaan delen. Ook wij pakken het kleine plastic bekertje met een rood drankje en een blokje brood en ook wij eten en drinken nadat het signaal daartoe is gegeven: het Heilig Avondmaal waarmee het lijden en sterven van Jezus Christus wordt herdacht, zij het in aangepaste vorm. En dan is het eindelijk tijd voor de collecte. De “ouvreuses“ halen mandjes tevoorschijn, de gelovingen voorin de zaal gaan er enthousiast op af om er geld in te doen terwijl de voorganger benadrukt dat zij die geen geld bij zich hebben dit op alle uren van de dag alsnog met hun Cartão24 – hun pinpas – kunnen doneren. Daarna worden enveloppen uitgedeeld aan hen die hun hand opsteken, ik doe mee. “ZELO“ staat erop “VLIJT“ er zit een briefje bij waar je alles op moet schrijven dat je geloof negatief heeft beïnvloed. Dat moet in de ton worden gedaan waar LIXO opstaat, volgende week woensdag zal er dan om hulp en vergiffenis worden gebeden. Na anderhalf uur zit het erop. We staan al buiten als een van de blauwe dames ons aanspreekt: “Dit was jullie eerste keer hé?“ Ontkennen heeft geen zin. “Volgende week woensdag is er een speciale dienst, jullie zijn van harte welkom!“ Pas als ik 36 uur later vast kom te zitten op het vliegveld van Lissabon, heb ik deze avond voldoende verwerkt om die onder woorden te kunnen brengen.

slot