|
ZONNEBLOEMEN (27022018) Bewonderaars van Vincent van Gogh hebben in zijn museum in Amsterdam 8 schilderijen met vurige impressionistische zonnebloemen erop. Bij de naar abstractie neigende modernistische zonnebloemen van Laurens van Kuik – die erg aan cijfers samengesteld met een ronde 0 doen denken – begon ik te twijfelen of ik wel zonnebloemen zag. Jaren geleden, en route van huis naar het vliegveld van Kaapstad en terug, bij het keer op keer passeren van richtingaanwijzers naar ZONNEBLOEM, was ik soms wat gedesoriënteerd. Zonnebloem? Geen zonnebloem te zien, slechts wat nieuwe huizen en een in het niets liggend schoolgebouw. Achteraf heb ik me diep geschaamd voor het luchthartige gebrek aan historische kennis en besef op die momenten. Het was Mogi Bingham die mij met de neus op de feiten drukte en me weer min of meer op het rechte pad bracht. Hij was een van mijn collega's die, nadat we elkaar wat beter hadden leren kennen, vertelde dat zijn familie daar had gewoond toen het nog District Ses heette. De dichtbevolkte wijk waar gekleurde medemensen woonden totdat de Apartheidsregering het in de jaren 60 van de vorige eeuw beter vond dat Kaapstad volledig blank werd. District Ses werd gesloopt, de bewoners werden naar de Kaapse Vlakte verbannen. “En je collega's? Hoe reageerden die?“ Domme vraag, die vonden dat namelijk vanzelfsprekend. “Op kantoor had ik een bureau apart van de rest vanwege mijn huidskleur en ook dat vond iedereen heel gewoon.“ Jawel, Mogi werkte destijds voor het Zuid-Afrikaanse filiaal van Royal Dutch Shell. Al dit komt bovendrijven op een donderdagmiddag in Kunsthal KaDE in Amersfoort, waar onder de noemer “Tell Freedom“ 15 hedendaagse post-Apartheid kunstenaars werk tonen waarvan die Apartheid, in mijn ogen althans, nog afdruipt. Niet dat het mij verbaast, want dat is precies wat ik zelf iets minder dan 10 jaar geleden regelmatig voelde tijdens mijn bijna tweejarig verblijf in Zuid-Afrika. Het was de panoramafoto bij een artikel over de expositie in de NRC die mijn aandacht trok. Vanaf de naast de Tafelberg gelegen Duivelspiek kijkt een soort ruimtewezen naar het in de diepte gelegen Kaapstad. Hoe vaak had ik als aardbewoner niet op diezelfde plek gestaan om naar de oude stad, de Tafelbaai, Robbeneiland en Milnerton aan de overkant te kijken. Die foto is een stilstaand beeld uit de nogal langdradige gefilmde performance “Verraaier“ van de Kaapstadse performance artiest, beeldhouwer en filmer François Knoetze. Maar dat zou ik pas in Amersfoort ontdekken. Net zoals dat “White,“ een door Mawande Ka Zenzile met een mengsel van krijt, olieverf en koeienstront ingesmeerd doek waarin hij dat gedicht van Amy Edgington over de rol en verantwoordelijkheid van blanken in de strijd tegen het rascisme schreef, helaas niet naar stront stonk. Eerst goed kijken naar wat er is te zien alvorens de toelichting te lezen. Zo benader ik de witte ruimte waarin Lerato Shadi “Seriti Se,“ heeft geinstalleerd. De qua concept en uitvoering eenvoudige “performance drawing“ die aanzet tot wat ik “participerend kijken“ heb genoemd. Ogenschijnlijk stelt het weinig voor, de artieste heeft met schrijfpenseel en zwarte verf nogal slordig wat namen op de muren geschreven, midden in de ruimte staat een verfbakje met een kwast. “In deze installatie wordt het publiek uitgenodigd om een naam te kiezen en met witte verf over de gekozen naam heen te schilderen“ staat erbij. Verdere aanmoediging overbodig, ik pak de kwast en overschilder de naam Kate Molale. Zij was in 1955 namens het ANC mede-opsteller van het Freedom Charter waarin de South African Congress Alliance de politieke aspiraties van de niet blanke bevolking uiteenzette. Korte inhoudsopgave: “The People Shall Govern.“ Wat ik zojuist heb gedaan, symboliseert volgens de artieste wat veel vrouwen van kleur is overkomen: hun namen zijn simpelweg uit de geschiedenisboekjes gewist. De installatie “Lerole: footnotes (The struggle of memory against forgetting)“ van Dineo Seshee Bopape ageert eveneens tegen het vergeten. Ik herken tenminste vier samenstellende delen: grote bakstenen, een paar ouderwetse platenspelers met LPs waarop het gefluit van de quetzal staat, de vogel die in gevangenschap zelfmoord pleegde. Honderden door naar Europa gemigreerde Afrikanen in de gesloten vuist gevormde en daarna geharde klompjes klei die op vuursteentjes lijken en bordjes met een korte beschrijving van een treffen of een opstand van de lokale bevolking tegen de Europese overheersing in Afrika. Het meest herkenbaar voor mij is de confrontatie in 1838 tussen de Voortrekkers onder leiding van Piet Retief en de Zulukoning Dingaan, waarbij Retief het leven liet. Het wordt een installatie met een stukken diepere betekenis als ik terug thuis een aantal van de genoemde gebeurtenissen verder uitzoek. En dat was misschien wel de bedoeling van de maker. Zonder verder na te hoeven denken, weet ik gelijk waar Haroon Gunn-Salie mee bezig is als hij midden in de nacht met een huishoudtrapje op zijn schouder naar een richtingaanwijzer rent waarop ZONNEBLOEM staat aangegeven. Hij klapt het uit, klimt naar boven en plakt er een sticker overheen met DISTRICT SIX erop. “Zonnebloem renamed“ doopte hij zijn interventie. Een terechte ingreep, jammer genoeg niet een hartmassage die de levendige en kleurrijke wijk van weleer zelf weer tot leven heeft gewekt. |