INBURGEREN - GRIJZE KAART (30012018)

Geloof het of niet, maar het is al meer dan 30 jaar geleden dat ik de trotse bezitter van een auto was. Een donkerblauwe Volvo 244. Sinds 1987 reed ik meestal in een „auto van de zaak“, huurde er eentje of mocht af en toe in die van iemand anders rijden. Toen ik eerder dit jaar besloot een huis op het Franse platteland te kopen, wist ik dat het nodig zou zijn om in de begroting rekening te houden met de aanschaf van een auto, want in de regio waar ik me wilde vestigen is er nauwelijks openbaar vervoer. Nadat de koop gesloten was en de notaris de koopakte had gepasseerd, begon ik pas na te denken over wat voor auto het moest worden. Maar na een paar keer in het chaotische verkeer op de ring van Antwerpen en die van Brussel te hebben vastgezeten én daarna van Brussel richting Luxemburg tussen bijna één lange rij vrachtwagens te hebben gereden, stond voor mij vast dat het in ieder geval een “stevige“ auto moest zijn. Het liefst opnieuw een Volvo, zo'n stoere XC40 of 60.

Dromen zijn bedrog en dagdromen zijn dat af en toe ook. In Frankrijk rijden vooral auto's van Franse makelij en uit praktische overwegingen was het wellicht verstandiger en handiger om daar eens over na te denken. In het stadje waar ik nu woon, zit een Renault dealer. Mijn vrienden die hier al veel langer wonen, zweren bij hun Peugeot dealer een paar dorpjes verder. Peugeot! Nostalgie overvalt me spontaan. De bijna 10 jaar dat ik in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos woonde en werkte, was de bedrijfsauto die bij de arbeidsvoorwaarden hoorde een Peugeot 504. Ik heb er geloof ik 4 gehad. Toen de productie van de 504 in Frankrijk werd beëindigd, werd een complete productielijn ontmanteld en naar de Nigeriaanse stad Kaduna overgebracht. Die toch wel wat ouderwetse 504 was comfortabel en uitermate geschikt voor de niet al te gladde West-Afrikaanse wegen, ik raakte aan die auto gehecht. Maar ja, aan het model Peugeot waar je in reed, was af te lezen wat je plaats in de hiërarchie was en aldus werd de 504 na een promotie vervangen door een wat luxere 405.....

We gaan kennis maken met de Peugeot dealer. Ik heb een mapje met documenten bij me om te laten controleren of ik als buitenlander aan de voorwaarden voldoe om in Frankrijk een auto te kunnen kopen. Dat is het geval. “Waar ben je in geïnteresseerd?“ vraagt de dealer. “In een Peugeot 3008.“ Toevallig is er een Gti showroommodel met minder dan 2 duizend kilometer op de teller in de aanbieding. Of ik een proefrit wil maken. Waarom niet? Sinds de uiterst eenvoudige 504 uit de vorige eeuw is er veel veranderd. Ik word ondergesneeuwd door de hedendaagse opties. Ondanks de korting is het wat teveel van het goede. 't Is net als toen ik een week of zo geleden eindelijk een smartphone ging kopen en mij werd gevraagd waarvoor ik het ding zou gaan gebruiken. Mijn antwoord “om andere mensen op te bellen“ gaf zo duidelijk aan dat ik niet op zoek was naar een IPhone van duizend Euro of meer, dat ik het verder zelf mocht uitzoeken. Met de auto van hetzelfde laken een pak, want die heb ik heel ouderwets nodig om van A naar B te rijden en verder niets. Een week later bestel ik de stukken eenvoudigere 3008 Allegro, die na drie weken arriveert. Ik lever de vereiste documenten in voor de aanvraag van de “carte grise - kentekenbewijs“ en krijg de belofte dat de postbode die over “une petite semaine – een weekje of zo“ aangetekend zal thuisbezorgen.

Na een week blijkt dat voor de aanvraag van de carte grise sinds kort ook een verzekeringbewijs vereist is. Ik vraag een offerte aan bij mijn verzekeringsman en mijn bank en krijg geen reactie, dus ga maar eens langs. Wat ze me liever niet wilden mailen, krijg ik te horen. 't Is ongelooflijk. Omdat ik tijdens mijn 30 jaar in 7 of 8 buitenlanden geen eigen auto heb gehad en niet kan aantonen schadevrij te hebben gereden, vinden de Franse verzekeraars mij een “jeune conducteur,“ een bestuurder zonder enige rijervaring. Daarom vragen ze premies waar een klein gezin bijna de winter van kan dookomen en dan moet ik ook nog eens de papieren zien te vinden die bewijzen dat ik in de 20ste eeuw wél een auto heb gehad en verzekerd was. Ik baal, de dealer baalt. Hij belooft na het weekeinde met zijn verzekeringsagent te gaan praten met als resultaat dat ik binnen een paar dagen door de on-line dochter van een grote verzekeringsmaatschappij ben verzekerd voor 20% van de premie die de moeder wilde vangen. De aanvraag voor de carte grise gaat opnieuw de deur uit. Een week of zes later is het kenteken er nog steeds niet. Iedereen is hevig gefrustreerd, als tussenoplossing wordt mij een voorlopig kenteken gegeven zodat de auto de weg op mag. Vandaag, opnieuw bijna drie weken later, belt de postbode aan en laat mij tekenen voor de ontvangst van het definitieve kentekenbewijs. “Une petite semaine“ bleek in werkelijkheid zo'n twee maanden te zijn, 't is dus een rekbaar begrip. Alweer een nuttige inburgeringles geleerd.