|
DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SÃO VICENTE - 20 (20092016) Dinsdag 21 juni 2016 – Dakar – Thiaroye – Dakar Nadat de entree is betaald, krijg ik een begeleider toegewezen die mij door de in de voet van het beeld ingerichte expositieruimtes rondleidt. De stoel waarop de President tijdens de inauguratie zat is nu zowaar een museumstuk, ernaast is een zaal met portretten van matige kwaliteit van Afrikaanse staatshoofden of staatshoofden met Afrikaans bloed zoals Barack Obama, een schilderij van de fameuze poortje naar zee waardoor de slaven naar de op de rede liggende schepen werden gebracht. Een ruimte waarin de Transatlantische slavenhandel en de “driehoekshandel” worden toegelicht, waar de grote mannen van de Haïtiaanse onafhankelijkheidsstrijd – Toussaint Louverture en Jean Jacques Dessalines - worden geëerd. Net zoals er extra aandacht is voor de Tirailleurs Sénégalais, de West-Afrikaanse soldaten die tijdens de beide wereldoorlogen aan Franse kant streden. Tenslotte is er een zaal waar de “sociosculptures” van Djibril Goudiaby staan: grote van klei, houtsnippers, zand en gerecycled afvalmateriaal gemaakte mannen, die een traditioneel ambacht of een cultureel thema uitbeelden. Ik ben niet onder de indruk en zie het meer als tijdrekken voordat de klim naar de top van het monument mag worden gemaakt. Onderweg is er een paar keer een ander gezicht op het beeld: op de rug, van opzij, zo'n beetje onder de rok van de vrouw die ik uiteindelijk op het hoogste punt bijna recht in het gezicht kijk uit een van raampjes die de hoofdband van de man vormen. Voor dit alles was het luttele bedrag van US$25 miljoen beschikbaar, terwijl men met “le Mémorial de Gorée,” een idee uit 1975 van de eerste Senegalese President Léopold Sédar Senghor dat de slachtoffers van de Transatlantische slavenhandel zal herdenken, tot op heden niet verder is gekomen dan het tot winnaar verklaren van architect Ottavio Di Blasi van de competitie voor het ontwerp ervan. Dat was in 1997. En natuurlijk zijn er ondertussen wat aardige banen gecreëerd – tot en met een heuse Sécretaire Général – en is er een website die slecht wordt bijgehouden. C'est tout.... Nadat het zoeken naar “Il pleut sur Saint-Louis,” het boek van Louis Camara in de twee daarvoor in aanmerking komende boekwinkels van Dakar niets heeft opgeleverd, gaan we richting Thiaroye. We lopen vast in het verkeer in de buurt van de haven, de kortste route blijkt ook de langzaamste, maar beslist niet saai. Niet vanwege wat er langs de weg te zien is, maar door het gesprek dat op gang komt omdat we in de buurt van Frontex zijn. Frontex, de Europese organisatie waarvan schepen voor de West-Afrikaanse kust patrouilleren om te voorkomen dat migranten de Canarische Eilanden en dus Europa bereiken. Toen we aan het strand van de Langue de Barbarie langs de daar hun vis lossende stoere houten schepen met krachtige buitenboordmotoren liepen, zei Amadou dat er daarmee met enige regelmaat mensensmokkelpogingen worden gedaan. Nu vertelt hij in de file dat er uit zijn familie herhaaldelijk druk is uitgeoefend om de sprong te wagen, maar dat hij gewoon thuis in Saint-Louis blijft. Een van zijn broers woont illegaal in Griekenland en heeft het daar economisch gezien slechter dan dat hij het in Senegal heeft, dus liever niet. Bovendien ziet hij het absoluut niet zitten om via Mali en Libië door de woestijn naar de Middellandse Zeekust te trekken om vervolgens de oversteek naar Europa te maken. Iets waar ik hem geen ongelijk in kan geven gezien de daaraan verbonden gevaren. Gevaren die met enige regelmaat in de pers en op de televisie breed worden uitgemeten, maar dat is in West-Europa en niet in Senegal. wordt vervolgd |