DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SĂO VICENTE - 16 (04092016)

Zaterdag 18 juni 2016 – Saint Louis
Terwijl Ablaye Cissoko die, zonder dat ik het aanvankelijk in de gaten had, het “scheppingsverhaal” van de kora vertelde, begeleidde zijn broer hem af en toe op de kora. Niet dat Ablaye zong, hij sprak de Franse tekst redelijk monotoon uit met het Westafrikaans accent waar mijn oren na een paar dagen gewenning zowaar weer op afgestemd waren. En dan klonk het instrument opnieuw bijna net zo magisch als die nacht lang geleden in Bamako. Nee, dat kan natuurlijk niet, dit hier was vele malen authentieker. “Strangers in the night” heeft uiteindelijk geen moer met Afrika te maken. Het kon wat mij betreft niet lang genoeg duren en ergens zat het mee. Ablaye moest weg vanwege andere verplichtingen, Younoussa nam me mee naar het klaslokaal en tokkelde daar voor mij nog een half uurtje extra op de kora, af en toe zelfs op twee kora's tegelijk. Zoiets als quatre mains op de piano, voor mijn gevoel althans. Daarna vroeg hij of ik zin had om later in de middag terug te komen als er les zou worden gegeven. Zeker weten, hoe zou ik zo'n uitnodiging kunnen afslaan.

Tegen lunchtijd ga ik terug naar het hotel, het is ramadan, niemand in mijn omgeving mag eten of drinken en omdat ik solidair probeer te zijn, kan ik dat alleen doen op een plek waar mijn lokale begeleiders niet bij zijn. In de hotelbar wordt op de televisie gevoetbald, België tegen Ierland. Er zitten aardig wat Belgen in de bar, opgewonden omdat hun elftal de wedstrijd met 3 – 0 wint. Tijdens de eerste helft al komt het bericht dat de koraklassen vanmiddag niet zullen doorgaan met als gevolg een vrije middag zonder programma. Erg? Niet echt. Ik wandel wat door Saint-Louis en verbaas me nogmaals over al die op de buitenmuren geschilderde portretten van maraboets. In de Islam is het afbeelden van mensen en dieren toch niet toegestaan? Die vraag had ik al eens aan Amadou gesteld, die me als uitleg had gegeven dat er in Senegal niet de “zuivere Islam” wordt beleden, maar van een mengsel van de oorspronkelijke animalistische lokale godsdiensten en de Islam en dat binnen die context afbeeldingen acceptabel zijn........ Bij het paleis van de militaire gouverneur wordt mij door de op wacht staande soldaat vriendelijk verteld dat ik aan de overkant van de straat moet gaan lopen en geen foto's mag maken. Iets verderop staan werkloze Nescafékarretjes geparkeerd op een terrein dat door de sloop van een huis is vrijgekomen, karretjes die de vorm van een blik poederkoffie hebben en waarmee koffie wordt uitgevent. Als het begint te schemeren, gaat de bakkerij tegenover het hotel open. Het vasten voor vandaag zit er bijna op, er vormt zich een rij om verse baguettes te kopen voor als zo dadelijk de sirene gaat en er weer mag worden gegeten. Tot die tijd wacht ik ook om naar het eenvoudig restaurantje vlakbij het hotel te gaan. Pas na zonsondergang wordt daar gekookt, als ik de kok was zou ik het ook niet gemakkelijk vinden om tegen het eind van een dag zonder eten de maaltijd voor iemand anders te moeten bereiden. Het wordt, hoe kan het anders in dit vissersdorp, vis met rijst en een pikante saus. Omdat er geen alcoholhoudende dranken worden geserveerd en ik even geen zin in water heb, probeer ik vanavond voor de verandering “jus de bissap.” Het sap dat wordt gemaakt van de rode bloem van de hibiscus, het is mierzoet en absoluut niet mijn smaak, maar dat weet ik nu in ieder geval.

Zondag 19 juni 2016 – Saint Louis – Touba – Dioubel – Kaolack
Na een paar dagen weinig in de auto te hebben gezeten, moeten er vandaag weer kilometers worden gevreten. Eerste reisdoel: de heilige stad Touba. Aan de zuidkant van Saint-Louis wordt even buiten de bebouwde kom op flinke schaal zeezout gewonnen op een overstromingsvlakte waar tijdens de droge tijd het door verdamping van het zeewater gekristaliseerde zout kan worden geoogst. Zo ver het oog reikt liggen er bergjes wit en zandkleurig zout in de vroege ochtendzon te drogen of te wachten om in zakken te worden gedaan en verhandeld. Dat van het zand schrapen van het zout is zo te zien typisch vrouwenwerk, vanaf de weg zijn er in ieder geval hoofdzakelijk volgens de islamitische voorschriften geklede vrouwen aan het werk. En dan weer de eentonigheid van de Sahel: een asfaltlint door het woestijnzand. De afwisseling bestaat uit nu en dan wat baobabs of acacia's langs de kant van de weg, een knooppunt van wegen waar het stadje Kébémer ligt waar ik bij het verlaten stationnetje ga kijken. Daarna weer kleine traditionele dorpjes die bestaan uit groepjes hutten van takken of riet met een dak van gevlochten gras, die van het oprukkende zand worden afgeschermd door een omheining van hetzelfde materiaal. Als hedendaagse toevoeging is er soms een deur van golfplaat te zien of de punt van een dak die bijeen wordt gehouden door een versleten autoband....

wordt vervolgd