DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SÃO VICENTE - 13 (25082016)

Zaterdag 18 juni 2016 – Saint Louis
“Je hebt zeker de erebegraafplaats van de Tirailleurs Sénégalais op de Langue de Barbarie al bezocht?” vroeg Louis Camara mij gisteren toen het gesprek op de Afrikaanse soldaten kwam die in beide wereldoorlogen aan Franse zijde vochten. “Die ligt aan het einde van het eiland, naast de grote Cimetière des Pêcheurs, waar de vissersfamilies hun doden begraven.” Hoewel ik daar gisteren bijna recht voor stond bij het kijken naar het uitladen van de net gevangen vis, had Amadou daar niets over gezegd. Het toeval wilde dat wij elkaar spraken in de schaduw van de Faidherbebrug, vernoemd naar de Franse Generaal en – met een korte onderbreking - Gouverneur van Senegal tussen 1854 en 1865 Louis Faidherbe. Tijdens zijn ambtsperiode breidde het Franse koloniale rijk in West-Afrika zich sterk uit, om gezag en orde te handhaven richtte Faidherbe in 1857 het korps van de Tirailleurs Sénégalais op. Het standbeeld van de oud-gouverneur, met op de sokkel aan de ene kant zijn verkorte CV en op de andere kant “AAN HAAR GOUVERNEUR L. FAIDHERBE – HET ERKENTELIJKE SENEGAL – 1886” staat er ongemoeid en fris bij. In schrille tegenstelling tot de half overwoekerde begraafplaats van de Tirailleurs. Terwijl de militaire begraafplaatsen in Frankrijk er over het algemeen onberispelijk bij liggen, is deze zwaar verwaarloosd. Schande! Naast de ingang hangt een klein gedenkteken “LA CIMETIERE MILITAIRE MUSULMAN DE LA LANGUE DE BARBARIE....... – DE ISLAMISTISCHE MILITAIRE BEGRAAFPLAATS VAN LA LANGUE DE BARBARIE IS IN 1998 GERESTAUREERD DOOR “LE SOUVENIR FRANÇAIS” MET STEUN VAN HET FRANSE CONSULAAT GENERAAL IN SAINT-LOUIS.” “Le Souvenir Français,” de Franse tegenvoeter van de Nederlandse “Oorlogsgravenstichting,” is belast met het onderhoud van de Franse oorlogsgraven. Maar zover van huis en dan ook nog eens niet echt Franse soldaten, dat is kennelijk een brug te ver. Aan de ene kant van de muur, aan de kant van de Atlantische Oceaan, een snel groeiende sloppenwijk en aan de andere kant het strandje waarop de vissers hun vangst aanlanden, binnen de muren een paar honderd anonieme graven. Uiteraard met het gezicht richting Mekka. Ietwat bevreemdend vind ik dat op Franse militaire begraafplaatsen de graven van de Islamitische militairen worden gemarkeerd door een grafsteen die de abstracte vorm van een moskee heeft, hier is het een “gewoon” islamitisch graf.

Even naar de markt om een schrijfplank te kopen voordat we naar de volgende afspraak gaan. De schrijfplanken hebben allemaal dezelfde functie: om in het Arabisch teksten uit de Koran op te leren schrijven. Zoiets als een ouderwets leitje. Als je de tekst niet meer nodig hebt of op de Koranschool de volgende opdracht gaat uitvoeren, dan wis je wat er op geschreven staat en daarna kan je de plank opnieuw gebruiken. Hoewel ik die planken wel eens in Gabon zag, begon mijn “plankenkoorts” pas in het begin van de jaren 90 van de vorige eeuw in Nigeria. Daar ontdekte ik dat de plank afhankelijk van de streek van een andere houtsoort werd gemaakt en dan vaak ook een andere vorm had. Bovendien waren er planken van verschillende grootte, die al naar gelang de leeftijd van de gebruiker een andere maat hadden. Kleine plankjes voor kinderen, grotere planken voor volwassenen. Iedere keer als ik op reis ging probeerde ik een lokale plank te kopen en lokale kralen en lokale aardewerk potten. De verzameling groeide door de jaren heen, maar sinds de verhuizing naar Zuid-Amerika kwam er niets meer bij. Nu ik voor het eerst deze eeuw de gelegenheid heb om mijn collectie aan te vullen, moet ik daar gebruik van maken. Een wat duister marktje dat niets voorstelt, een marktkoopman die geen Frans spreekt en wat achterdochtig kijkt naar een toubab – een blanke – die een aloua wil kopen en ook nog eens afdingt. We worden het eens over 1.000CFA, €1,50. Hij tevreden, ik erg tevreden met een “tienerplank” die langwerpig is, niet al te breed en een ronde onderkant heeft. De handgreep heeft de vorm van een wybertje, het zachte hout is ruw en moet worden opgeschuurd voordat de plank gebruikt kan worden. Duidelijk met een soort figuurzaag uit de vrije hand gezaagd en daardoor asymmetrisch. Geen enkele andere plank in mijn collectie, heeft dezelfde vorm, een mooie aanwinst, de plankenkoorts is weer voor even gaan liggen.

Op naar het vaste land waar veel meer stad is dan op de twee eilanden. Het legendarische spoorwegstation van Saint-Louis ligt tegenwoordig midden in een drukke markt. Ik benader dit station zoals ik de komende dagen andere stations uit de koloniale tijd zal benaderen, zoals ik de afgelopen dagen urenlang de spoorbaan aan de linker- of rechterkant van de weg heb gezien, zoals ik eerder deze week in Dakar aan het andere einde van de spoorlijn stond met die ene vraag: “Waarom is wat voorheen zo goed functioneerde in vredesnaam naar de kloten geholpen?”

wordt vervolgd