|
DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SÃO VICENTE - 12 (22082016) Vrijdag 17 juni 2016 – Saint Louis – Langue de Barbarie – Saint Louis Grote houten vissersschepen die in niets lijken op de trawlers en loggers en wat dies meer zij. Geen brug en geen patrijspoorten, lang en niet al te breed, beschilderd met patronen en symbolen die wat efficiënte bedrijfsvoering betreft geen enkele toegevoegde waarde hebben en uitgedost met vlaggen die niets met Senegal, Saint-Louis of de Langue de Barbarie hebben te maken. Bijvoorbeeld die van Argentinië, Frankrijk, Duitsland en Denemarken tot en met een zwarte vlag met een swastika.......... De schepen hebben een krachtige motor en zouden volgens zeggen bij tijd en wijle wat bijverdienen door mensen naar Europa te smokkelen, de Canarische Eilanden zouden er makkelijk mee te bereiken zijn. Op het strand staan vrachtwagens op hun lading te wachten en zitten groepjes vrouwen met teiltjes en emmers op de aankomst van “hun” schip te wachten om het te lossen. Bij een boot die net terug van zee komt, zie ik dat het lossen van de verse vis een waar spektakel is. De scheef hangende boot wordt belaagd door een grote groep vrouwen, waarvan sommigen tot borsthoogte in het water staan. Ze roepen, ze schreeuwen en houden hun emmer of teiltje omhoog om het door de bemanning te laten vullen, zoals in vervlogen tijden de vissersvrouwen met hun manden de vis van de schepen op het strand van Scheveningen losten. Wat mij echter het meest fascineert is de in heldere kleuren uitgevoerde “versiering” van de schepen. Op een boeg de vlag van de Duitse Kriegsmarine met die van Senegal er boven, op een andere boeg alleen een swastika, op de scheepswanden een veelvoud van fantasiepatronen, opnieuw de Argentijnse kleuren, koranteksten, bloemmotieven, een maraboet, het bouwjaar van het schip. Een vissershaven zoals je maar zelden ziet. “Ben je misschien geïnteresseerd om de schrijver Louis Camara te ontmoeten?” werd mij gisteren kort na aankomst in Saint-Louis gevraagd. Daar moest ik over nadenken, maar dat was voorbij zodra de receptionist van het hotel mij wat achtergrondinformatie aanreikte. Een voetnoot viel nogal op: “Louis Camara, le conteur d'Ifa. Souvenirs d'un voyage au pays des Orishas.” De Ifá religie van de Nigeriaanse Yoruba's, hun traditionele goden – de orishas – die tot op de dag van vandaag bij de Braziliaanse Candomblé en op Cuba worden vereerd! Natuurlijk wilde ik hem ontmoeten. We worden allebei geboeid door de Yoruba's en hun godenwereld, door de Babalawo , de priester, die door middel van de patronen die hij met steentjes of schelpjes of gedroogde vruchtjes op een orakelbord werpt met de geestenwereld communiceert voor advies aan de gelovigen. In de jaren dat ik in Lagos woonde, heb ik nota bene een kleine collectie orakelborden met toebehoren aangelegd. Vervolgens maakte ik uitgebreid kennis met de Braziliaanse orixás die springlevend zijn, ondanks de inspanningen van de katholieke geestelijken om de godsdienst van de slaven uit te bannen. We wisselen ervaringen uit, verrast en verbaasd dat een Senegalees en een Nederlander de belangstelling voor de Nigeriaanse Yoruba godsdienst delen. Maar de gepensioneerde “professeur” , onderwijzer vind ik wat lullig klinken, heeft bijvoorbeeld ook “Il pleut sur Saint-Louis” geschreven. Hij zegt dat ie het me graag had willen geven, maar dat er in Saint-Louis geen exemplaar meer te krijgen is. Waarop ik mij voorneem om daar dan maar op de terugweg in Dakar naar op zoek te zullen gaan. wordt vervolgd |