DAN MAAR NAAR SENEGAL EN SÃO VICENTE - 8 (11082016)

Woensdag 15 juni 2016 – Dakar – Île de Gorée
“De titel “Een lange brief” heeft ze pas op het laatste moment bedacht,” doceert de gardien van het Maison d'Education als we na de ontvangst door de directeur nog wat napraten in de tuin. “Gelul,” denk ik, maar vraag voor de zekerheid toch door. “Wat was de oorspronkelijke titel dan en hoe weet je dat?” “Dat vertel ik aan niemand, zelfs niet aan de literatuurdocent,” antwoordt hij. “Staatsgeheim?” “Staatsgeheim!” Daarna bekent hij alles wat hier wordt weggegooid na te pluizen om te kijken of er iets van zijn gading tussen zit en het aldus te hebben ontdekt. De man is doodgewoon een nieuwsgierig aagje, iets dat ik bereid ben hem te vergeven omdat hij ons nu eenmaal naar de directeur heeft geloodst en zo'n aardige anekdote over Mariama Bâ vertelt. Had ik mijn huiswerk maar beter gemaakt! De schrijfster stond al voor de onafhankelijkheid van Senegal in 1961 niet meer voor de klas, maar was toen al werkzaam als onderwijsinspecteur. Niks geen weggegooide documenten in de prullenbakken van de school. Wat de gardien te vertellen had, was inderdaad “gelul” en is hij dus niet alleen een nieuwsgierig aagje, maar ook nog eens een leugenachtige fantast.

Amadou en ik wandelen verder. Naar het hoogste punt van het eiland, langs een klimmende straat die aan beide kanten zowat is behangen met schilderijen die weinig kwaliteit hebben. Zoiets als de en masse door Haïtianen geproduceerde doeken die in de Dominicaanse Republiek aan toeristen worden aangeboden. Op de top staat een bescheiden model van een monument ter nagedachtenis aan de slavenhandel dat op het eerste gezicht de gestroomlijnde vorm van het zeil van een modern zeiljacht lijkt te hebben. Een cultureel centrum met een sterk uitvergrote versie van deze “Mémorial de Gorée” zal in Dakar worden gebouwd, het moet een bedevaartsplaats worden waar kan worden gediscussieerd, gemediteerd en gememoreerd over wat in het Frans “la grande traite négrière” heet en stukken minder erg klinkt als “slave trade” of “slavenhandel.” Gevoelsmatig althans. De eerste Senegalese president Senghor zou het idee voor het oprichten van het monument al in 1975 hebben geopperd, maar pas in 1986 werd door president Diouf de aanzet gegeven om het huidige concept nader uit te werken. Zijn initiatief werd vervolgens in 1987 gesteund door de Organisatie van Afrikaanse Staten en in 1989 door de UNESCO. In 1996 werd een ontwerpwedstrijd uitgeschreven, waarvan de winnaar in 1997 werd bekend gemaakt: de Italiaanse architect Ottavio di Blasi. Die had goed over de vormgeving van het “mémorial” nagedacht, het zeil is bij nader inzien het gestileerde zeil van een slavenschip van toen waarin de menselijke handelswaar op de meest ruimtebesparende manier – naast elkaar als lucifers in een doosje - naar de andere kant van de oceaan werd verscheept. Nu de financiering nog, hetgeen niet zo erg lukt. Een gelikte website en veel steunbetuigingen, doch helaas is er de afgelopen 20 jaar nog niet eens genoeg geld opgehoest om zelfs maar een begin met de bouw te maken.

Wat er op Gorée vrijwel naast “het zeil” staat, heeft ook wel iets van een monument, maar wel van een andere orde: een groot dubbelloops kanon. Het werd er tijdens de Tweede Wereldoorlog geïnstalleerd door de Franse Vichy-regering om de vijand bij Dakar weg te houden. Er is nooit een schot mee gevuurd, omdat de vijand totaal niet in Dakar was geïnteresseerd. Volgens Amadou hebben opgewonden Senegalezen na het uitroepen van de onafhankelijkheid geprobeerd het ding te slopen, hetgeen nauwelijks is gelukt. Het kanon doet me een beetje denken aan de Duitse “Dikke Bertha” die in de Eerste Wereldoorlog werd ingezet om onder andere Verdun en de verdedigingswerken er omheen deels in puin te veranderen. Curieus om hier, ver weg van het krijgsgeweld van destijds, zo'n ding tegen te komen. We gaan terug naar beneden. Veel vervallen gebouwen, waaronder het voormalige paleis van de Franse Gouverneur. Tijdelijke huisvesting uit de tijd dat de Fransen bezig waren om hun hoofdstad te verplaatsen van Saint-Louis naar Dakar, waar toen nog niet alle paleizen, ministeries en andere huisvesting gereed was. Het meeste ligt er helaas klaar voor de sloop bij of om in te storten. Doodzonde! Amadou gaat terug naar de vaste wal, ik blijf overnachten op het eiland en ga op zoek naar een restaurant om wat te eten. Na een rondje langs zo'n beetje alle restaurants die Gorée rijk is, kom ik terug op de plek waar mijn zoektocht begon: Chez Ton-Ton aan het strand met uitzicht op steiger van de veerboot. Zij zijn de enigen die mij wat te eten en te drinken willen geven, alle de collega's houden de keuken dicht vanwege de Ramadan en omdat er maar weinig mensen zijn die op het eiland overnachten. Na een prima gegrilde dorade met rijst, kan ik in Villa Castel een begin maken met het inhalen van de gemiste slaap van de afgelopen twee nachten.

wordt vervolgd