NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 30 (19072016)

Zondag 13 maart 2016 – Oostelijke oever Nicaraguameer – San Miguelito – San Carlos – Ometepe
Te worden gewekt door knorrende over het erf scharrelende varkens en vechtende biggen is me nog niet eerder overkomen. Op de finca El Cacao beleef ik de primeur als de nieuwe dag aanbreekt. Met de kippen op stok en met de varkens wakker worden, couleur locale van de hoogste orde. Als de familie weer thuiskomt, ben ik al zo'n beetje klaar om te vertrekken. Ontbijt, koffie, beleefdheden. Na afscheid van de broers en de schoonzussen te hebben genomen, vertrekken we bijtijds richting San Miguelito. 't Is ook een afscheid van de rust, de eenvoud en het harde leven op de grens van Nergenshuizen. Mijn koffer wordt naar de panga gesjouwd, vis en andere producten van de boerderij worden ingeladen om in het dorp te worden verkocht. De wind is gaan liggen, waardoor het water van het meer vandaag een stuk rustiger is. Zelfs de buitenboordmotor slaat geen enkele keer af, iets dat me de vorige dagen eerlijk gezegd niet erg beviel. Iedere keer als de motor afsloeg kreeg ik het gevoel dat de vraag of ik kon zwemmen niet voor niets was gesteld. Bij het naderen van de steiger van San Miguelito klinkt het gekrijs van een vetgemest varken. Dorpelingen zijn bezig het dier te vangen en richting slacht te duwen, te trekken, te schoppen en te slepen. Het voorspel van de plaatselijke slachtprocedure waar niemand bezwaar tegen maakt. Het is duidelijk dat er nog geen lokale afdeling van de Partij voor de Dieren bestaat of een Dierenpolitiekorps, dat is een luxe die ze zich in een straatarm land nu eenmaal niet kunnen permitteren. We lopen er langs alsof dit een alledaags tafereel is dat niets om het lijf heeft. Het gaat nog even duren voordat mijn auto met chauffeur bij het Parque Central zal arriveren, tijd zat om iets fris te gaan drinken. Het wordt chocolademelk op zijn Nicaraguaans met als ingrediënten: cacaopoeder, suiker, kaneel, melk, ijsblokjes én pimienta de Jamaica – dat in het Nederlands gewoon “piment” schijnt te heten. Heerlijk dat eerste koude drankje sinds een paar dagen.

Het liefst was ik met de veerpont van San Miguelito naar Ometepe gevaren. Volgens zeggen een lange en niet al te comfortabele trip, maar wel perfect passend in mijn reis langs het onzichtbare kanaal. Volgens de Nicaragua-expert vaart het veer niet meer vanwege de lage waterstand van het meer en is het vliegtuig mijn meest logische alternatief. De rit van San Miguelito naar de airstrip van San Carlos duurt slechts een half uur. Hoewel die aan de buitenkant van het stadje ligt, doen we nog een snelle “city tour” omdat ik hier nooit eerder ben geweest en hoogstwaarschijnlijk ook nooit meer zal komen. Ik zou niets hebben gemist als we het niet zouden hebben gedaan, maar dat weet ik nu tenminste. Het stationsgebouwtje is een piepkleine loods waar iemand achter een houten toonbank zit die dienst blijkt te doen als incheckbalie. Bagage én passagiers worden gewogen en daarna is het wachten op het vliegtuig, dat een uur later in een stofwolk op de niet verharde piste landt. De arriverende passagiers stappen uit, de drie passagiers voor Ometepe mogen aan boord nadat de immigratieambtenaar de paspoorten heeft gecontroleerd en de persoonsgegevens genoteerd. En dat voor een binnenlandse vlucht van minder dan een half uur. Vlucht 125 van luchtvaartmaatschappij La Costeña van 14.15 vertrekt stipt op tijd om 13.10.... De eenmotorige Cessna Caravan heeft plaats voor 15 passagiers, de twee piloten beschermen hun ogen tegen de zon met een paar grote enveloppen die tegen de voorruit zijn geklemd. Vanuit het laag vliegende toestel is er een mooi uitzicht over het meer, we vliegen in een rechte lijn naar Ometepe, zo'n beetje over de nog te baggeren vaargeul van het kanaal. Na de eilanden die de Solentiname Archipel vormen te zijn gepasseerd, is het meer de rest van de vlucht helemaal leeg. Geen enkel vaartuig of vaartuigje te bekennen. En daar zullen in de nabije toekomst op een rustige zondag dus ertstankers, containerschepen, olietankers of cruiseschepen varen.

Vanuit de verte doet Ometepe me nogal denken aan een vrouw die lui op haar rug in het water drijft. Dat komt door de twee ongeveer even grote, niet te ver uit elkaar liggende vulkanen die net op een paar omhoog stekende borsten lijken. Mijn fantasie speelt me weer eens parten...... Bij de landing heb ik weer eens een déjà-vugevoel omdat de landingsbaan wordt gekruist door een weg. Als spoorbomen gaan de hekken dicht voor het wegverkeer om het vliegtuig de volle lengte van de piste te laten benutten voor de landing. Net zoals in Warri, een stadje in het olierijke zuiden van Nigeria, het enige andere vliegveld dat ik tot nu toe kende waar dit ook zo is. Opnieuw langs de immigratieambtenaren, die opnieuw het paspoort controleren en de persoonsgegevens noteren. Een van de immigratiedames wil weten waar ik logeer. Ik noem de naam van het hotel en zeg dat er iemand staat te wachten om mij daarheen te brengen. Aan de twijfel op haar gezicht lees ik echter af dat dat wel eens niet zo zou kunnen zijn, hetgeen inderdaad het geval is.

wordt vervolgd