NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 21 (15062016)

Maandag 7 maart 2016 – Bluefields
De erediensten van de Moravische kerk zijn in het Engels, de overgrote meerderheid van de lidmaten zijn Engelssprekende “creoles,” het curriculum van de school is dat van de Amerikaanse high school, de lessen zijn deels in het Engels en deels in het wettelijk verplichte Spaans. Allan en ik spreken het dus ook maar door elkaar. Hij vertelt over zijn studie in de Verenigde Staten die mogelijk was dankzij een beurs van Sam Walton – jawel de schatrijke oprichter van Walmart – en daarna eentje van de Moravische Kerk in Bethlehem, Pennsylvania. Daar vandaan kwamen aan het begin van de vorige eeuw, min of meer gelijktijdig met de Noord-Amerikaanse bedrijven, voor het eerst niet uit Europa afkomstige Moravische zendelingen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verschoof de verantwoordelijkheid voor alle zendingsactiviteiten in Midden-Amerika vervolgens van Herrnhut naar Bethlehem nadat aansturing vanuit Duitsland onmogelijk was geworden. Ik krijg de indruk dat de “Amerikaanse stem” nog steeds behoorlijk zwaar weegt in de Nicaraguaanse kerkprovincie. Allan vertelt verder hoe hij en zijn vrouw, in tegenstelling tot de meeste andere beursstudenten, na hun studie zijn teruggekeerd naar Nicaragua en niet in de Verenigde Staten zijn gebleven. Dat niemand van de “achterblijvers” dat begreep en zij voor “dom” werden uitgemaakt. Maar in Bluefields voelen zij zich op hun plaats en thuis, geld is niet hun drijfveer, dat is het Moravisch geloof. Hoewel zelfs dat geloof hem wel eens op de proef stelt, met name toen er voor zijn benoeming tot directeur van het college kennelijk een lange discussie plaatsvond of een Nicaraguaan met een donkere huidskleur – geloofsgenoot of niet – wel in staat zou zijn om de scholengemeenschap te leiden. Zijn academische titels en ervaring deden er even wat minder toe. Ik ben stupéfait. “Maar kennen ze de Bijbel dan niet?” is de eerste vraag die onmiddellijk bij mij opkomt, waarna we vrijwel eenstemmig zeggen “iedereen is toch gelijk in de ogen van God?”

Tenslotte praten we over de politieke situatie in Nicaragua, het is mij opgevallen dat het FSLN aan deze kant van het land veel minder prominent aanwezig is dan aan de kant van de Stille Oceaan. Het is veelzeggend dat de landgenoten die daar vandaan komen hier “pañas” worden genoemd, Spanjolen. De Sandinistische revolutie was vooral hun revolutie en niet die van de bewoners van de Caribische kust. In deze regio werden met name de oorspronkelijke bewoners hard aangepakt door de Sandinisten en etterde jarenlang de door de Verenigde Staten gesteunde Contrarevolutie. Ik kan me niet herinneren de afgelopen 24 uur in Bluefields ook maar een enkele rood-zwarte FSLN vlag te hebben gezien of rood-zwart geschilderde bushaltes die aanmoedigen om toch vooral op DANIEL (Ortega, de huidige President) te stemmen, noch beelden van Sandino of over de straat gespannen spandoeken met Sandinistische leuzen. 't Is bijna een verademing om even niet te worden geïndoctrineerd. Dat wil echter niet zeggen dat het Frente Sandinista zomaar kan worden genegeerd, laat staan doodgezwegen, zelfs niet door het Colegio Moravo. De toespraken die worden gehouden bij de inwijding van ieder project waaraan de overheid in wat voor vorm of hoe beperkt dan ook heeft bijgedragen, dienen te beginnen met het uitgebreid bedanken van Compañero Daniel en zijn echtgenote Compañera Rosario, dankzij wie het uiteraard allemaal tot stand is gekomen of dankzij wie de doelstellingen werden gehaald. “En als je dat niet doet?” vraag ik naar de bekende weg. “Als je dat niet doet, dan word je berispt en hoef je voorlopig geen nieuwe verzoeken tot steun van de overheid in te dienen.”

Dinsdag 8 maart 2016 – Bluefields – Laguna de Perlas
Ruim op tijd en welgemoed stap ik in de panga naar Laguna de Perlas. Onderweg wordt aangelegd in Kukra Hill waar zover als het oog reikt de vlaggen van het FSLN wapperen. Dat komt ongetwijfeld omdat, zo begrijp ik naderhand uit het boek “De glimlach van de jaguar” van Salman Rusdie, de Sandinisten daar na hun overwinning veel geld en moeite investeerden in werkverschaffingsprojecten. Goed bedoeld, maar met niet al teveel succes: “In Kukra Hill was ook het nieuwe Afrikaanse palmproject. De palmen zouden olie, kopra en werk verschaffen. “Maar ze (de Sandinistische overheid) kunnen moeilijk aan arbeiders komen. Dat hadden ze kunnen weten. Zwarten willen niet meer op plantages werken.” Terwijl de passagiers die hun bestemming hebben bereikt uitstappen, verkondigt een “born again christian,” die wordt vergezeld door vrouw en kind, met luide stem dat hij zijn vorige – uiteraard verdorven – leven achter zich heeft gelaten sinds hij de Heer heeft gevonden. “Ik was aan alcohol verslaafd, alle dagen dronken. Sloeg mijn vrouw en kinderen, raakte mijn werk kwijt. Ik ben veranderd en wil met jullie het geluk delen dat ik bij Jezus heb gevonden.” Aan het einde van zijn “getuigenis” wordt een gebed gezegd, een paar passagiers bidden hardop mee, de meesten kijken echter ongeïnteresseerd de andere kant op.

wordt vervolgd