NICARAGUA – REIS LANGS EEN ONZICHTBAAR KANAAL - 4 (04042016)

Maandag 29 februari 2016 – Managua
Al die laagbouw is niet alleen karakteristiek voor het stadsdeel Acahualinca, de hele stad ziet er zo'n beetje hetzelfde uit. Geen hoge kantoorgebouwen en woontorens te zien, terwijl de stad meer dan 2 miljoen inwoners heeft. Het is allemaal de schuld van de grote aardbeving die vlak voor Kerstmis 1972 Managua totaal verwoestte. Wat na de vorige grote beving van 1931 nog overeind had gestaan en/of slecht was hersteld, kreeg deze keer de genadeslag. De wederopbouw werd daarna gehinderd door beperkte financiële armslag, de Sandinistische Revolutie en de kleptomane inslag van de regerende Somoza familie die een groot deel van de hulpgelden die Nicaragua na de ramp ontving, zou hebben gejat. Al met al heeft het weinig fraais opgeleverd, zeker geen architectonische hoogstandjes. Behalve dan die gekleurde metalen bomen die niet uit het stadsbeeld zijn weg te denken, zoals in Rotterdam de platanen. Rode bomen, gele bomen, witte bomen, blauwe bomen en zelfs lentegroene bomen. Het is de “árbol de la vida – de levensboom” een ideetje van compañera Rosario, de volgens zeggen ietwat spiritueel ingestelde echtgenote van compañero Daniel Ortega, de president. Tijdens mijn reis zal ik ontdekken dat “de boom” ook staat afgedrukt op de affiches met politieke propaganda en billboards die overal in het land zijn aangeplakt of langs de weg staan. Weliswaar klein in de linker benedenhoek, maar toch. Zo'n boom is opgebouwd uit twee identieke kanten van metaal, ik schat dat ze tussen de 15 en 20 meter hoog zijn. Waar de bladeren worden geacht te groeien, zijn vele tientallen gaatjes geboord waarin een type kerstboomlampje is gemonteerd. De bedrading daarvan eindigt in een grote schakelkast in de “stam.” Als de avond valt, dat is hier tegen 6 uur 's, gaan de lichtjes aan. Afschuwelijk!

We stoppen in het “oude centrum.” Er zijn heel erg weinig mensen op straat, er is nauwelijks verkeer. Aan de rand van een parkje heb ik mijn eerste informele ontmoeting met Augusto César Sandino, de nationale held die de grote inspirator was en is voor de naar hem vernoemde revolutie. Dat is het gevolg van het actieve verzet dat hij pleegde tegen de Amerikaanse bezetting van Nicaragua die bedoeld zou zijn geweest om te voorkomen dat een ander land dan de Verenigde Staten het Nicaraguakanaal zou kunnen aanleggen. De bezetting eindigde in 1933 toen het Panamakanaal al bijna 20 jaar in gebruik was en er dankzij de grote depressie geen enkel ander land meer interesse toonde in de aanleg van een mogelijke concurrent. 't Is een levensgroot terracotta beeld, daar lijkt het tenminste op van een serieus en ascetisch ogende man. Grote hoed op het hoofd, tas om de schouder en kniehoge met veters dicht geregen laarzen. Schuin er tegenover staat hij nogmaals in de tuin van het “Casa de los Pueblos,” nu in brons met als toevoeging een jas of cape over de rechterarm. Zijn blik is strak gericht naar het voormalige presidentiële paleis aan de overkant van het grote lege plein en zijdelings naar de half verwoeste kathedraal aan zijn linkerzijde. Een uur later zie ik op oude foto's dat de voorganger van deze kathedraal de aardbeving van 1931 niet had overleefd, waarna dit bouwwerk rond een stevig metalen skelet werd opgetrokken. Het bleef daardoor in 1972 wel overeind staan, maar werd dusdanig beschadigd dat het Godshuis tot een “onbewoonbare woning” werd gedegradeerd. En waarom er op de laatste dag van februari nog kerstversiering in de metalen kruizen voor de kerk hangen, heeft Carlos geen flauw idee.

Naast de voordeur van het paleis, waarin tegenwoordig het Museo Nacional is gevestigd, hangen grote foto's van Sandino en van Carlos Fonseca, een van de voormannen van de Sandinistische Revolutie. Het definitieve afscheid van het tijdperk dat hier drie generaties Somoza woonden en zich verrijkten kan niet beter worden gesymboliseerd. De eerste Somoza gaf leiding aan de Nationale Garde toen Sandino werd geëxecuteerd, Fonseca sneuvelde toen de laatste Somoza aan het bewind was. Hoewel de deuren wagenwijd open staan, is het museum vandaag voor bezoekers gesloten. Aldus gaat mijn museumdag naar de knoppen en wordt deze maandag een regelrechte baaldag. We lopen via een omweg terg naar de auto om al doende te ontdekken dat de globale trend dat Evangelische kerken gesloten theaters en bioscopen opkopen om daar voortaan religieus theater te brengen niet aan Nicaragua is voorbijgegaan. Op de zijmuur van de oude schouwburg is te lezen dat dat nu “LA CASA DE JEHOVA” is, terwijl een gietijzeren ventilatieraam met de afbeelding van een danseres en een snaarinstrument de oude functie verraadt. Schuin aan de overkant een standbeeld van een gespierde arbeider met ontbloot bovenlijf, AK 47 of Kalasjnikov in de geheven rechterhand, er achter wappert de rood-zwarte vlag van het FSNL, op de sokkel staat FNT – Frente Nacional de los Trabajadores. De revolutionaire beweging van de 20ste eeuw oog in oog met de christelijke revolutie van het begin van onze jaartelling.

wordt vervolgd