|
TERUG VAN WEGGEWEEST – 17 (30052016) Nog maar net terug van weggeweest word ik meegesleept in de maalstroom van het vaderlandse vieren en herdenken. Eind april, begin mei is dat nu eenmaal zo: Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag én op 14 mei in Rotterdam de herdenking van het bombardement. Het is koud op de 14e, de zaterdag van het Pinksterweekeinde, de koudste Pinksteren sinds 1936 meldt De Bilt, maar het regent tenminste niet. In Rotterdam luiden op die dag tussen 13.27 uur en 13.40 de klokken van de kerken binnen de brandgrens, het deel van de stad dat in die dertien minuten werd verwoest. Ik heb me voorgenomen om dit jaar te herdenken op het balkon van mijn vaderlandse pied-à-terre vanwaar de naoorlogse skyline is te bewonderen. Alleen de ieder jaar verder tussen de nieuw gebouwde veel hogere kantoor- en woontorens wegzinkende Laurenskerk stond er in mei 1940. De stilte rond het tijdstip van de herdenking is opmerkelijk, totdat de klokken beginnen te luiden. Geen verkeerslawaai, geen fluitende vogels of krijsende meeuwen, er zijn zowaar niet eens condensstrepen van vliegtuigen hoog in de onbewolkte lucht te zien. Er is slechts een mengsel van nogal statig klokgelui en ietwat frivool klokgelui te horen dat na dat bijna kwartier langzaam wegsterft, zoals het stadscentrum destijds stierf. Op dezelfde manier als het in heel Nederland na de dodenherdenking van 4 mei op 5 mei feest is, begint in Rotterdam na de herdenking van 14 mei twee dagen later het feest van de wederopbouw. Dit jaar onder het motto “Rotterdam viert de stad.” En hoe! In de aanloop naar de viering van de stad, doe ik wat ik het liefst doe: voorpret hebben. Te beginnen met “de Tent,” het platform voor hedendaagse kunst dat is gevestigd in de voormalige Middelbare Meisjes School – MMS – aan de Witte de Withstraat. “Utopian Dreams” heet de groepstentoonstelling waar plannen en dromen van architecten en kunstenaars voor het naoorlogse Rotterdam worden geëxposeerd. Utopieën, maar wel interessante en soms best uitvoerbaar. Wat te denken van Claes Oldenburg's ontwerp voor een brug over de Maas waarvan de “bogen” uit twee gigantische krom gebogen schroeven bestaan, die had wat mij betreft best gebouwd mogen worden. Of Richard Hutten's idee om kleine energie opwekkende “windmolens” op hoge gebouwen te installeren, eigenlijk heel vanzelfsprekend voor een stad waar het altijd lijkt te waaien. Gemanipuleerde foto's van Rem Koolhaas' kolos “de Rotterdam” op de Wilhelminapier en de op de andere oever van de Maas gelegen woontorens “de Hoge Heren” tonen hoe dat eruit zou kunnen zien. De low-tech werkende molen die wordt geëxposeerd, bestaat uit een verstevigd fietswiel dat wordt “aangedreven” door een de Rotterdamse wind simulerende ventilator. De eenvoud van het idee alleen al dwingt bewondering af. En dan het oude idee van Wim Gijzen om het grote plein tussen de Doelen en de Schouwburg in te richten als een Hollandse weide, inclusief grasland, wilgen, sloten en koeien. Een paar jaar geleden werd het zowaar nieuw leven ingeblazen nadat NRC.Next geheel ten onrechte had bericht dat het project destijds was uitgevoerd. Als het dak van de onder het plein gelegen parkeergarage steviger was geweest, zou het misschien alsnog zijn gerealiseerd. Zij het voor een enkele zomer, niet voor altijd........ Ruim voordat met de bouw ervan wordt begonnen, lijkt het door de vele persberichten of “de Trap” er al staat of dat er tenminste met de bouw is begonnen. Voor alle zekerheid fiets ik naar het Stationsplein om teleurgesteld te constateren dat er zelfs nog geen aanstalten worden gemaakt. Het idee is even eenvoudig als geniaal: bouw een tijdelijke steigertrap naar het dak van het Groothandelsgebouw en geef iedere Rotterdammer een paar weken de gelegenheid om die trap te beklimmen en daarna de stad op een andere manier te bewonderen. Wellicht onbewust toont het project de dynamiek van de wederopbouw. Naast elkaar werden na de oorlog werden het Groothandelsgebouw – een toentertijd uniek concept van gedeelde bedrijfsruimtes – en een modern spoorwegstation gebouwd. Dat station is inmiddels alweer gesloopt om plaats te maken voor één van de mooist vormgegeven stations ter wereld. Soms ben ik de weg even kwijt in de stad. Door de sterk verbeterde funderingstechnieken worden naoorlogse gebouwen gesloopt om plaats te maken voor stukken hogere gebouwen, hetgeen soms desoriënterend werkt als je er slechts bij tijd en wijle bent. “De Trap” staat er binnen een week. Ik volg de voortgang om de andere dag, de steigerbouwers werken keihard, je ziet de trap groeien. Mooi wordt het allerminst, uniek is het zonder meer. Met al die steigerpijpen lijkt het nogal fragiel, maar het wordt uiteindelijk toch een luchtig en solide bouwwerk. Zonder enige aandrang om de lift te nemen, staan de Rotterdammers in de rij om naar het dak van het Groothandelsgebouw te mogen klimmen, waar als beloning een bijzonder gezicht op de stad wacht. Er is daar boven veel meer ruimte dan ik had gedacht, dit zou de grootste daktuin van Rotterdam kunnen worden. Overal staan van steigerpijpen en steigerplanken gebouwde banken en tafels, tot en met de bar, de tafels en de zitplaatsen in het café, dat ietwat overdreven “Luchtcafé” heet. Zo wordt in Rotterdam de stad gevierd met een hoge steiger, die eenmaal afgebroken, binnenkort ongetwijfeld opnieuw te bewonderen zal zijn bij de bouwput voor een nieuwe woontoren. |