MARLEY NATURAL – JAMAICAANSE HERINNERINGEN - 2 (09122014)

Onderweg naar Bob Marley's huis krijg ik door het straatbeeld het idee terug te zijn in West-Afrika: lichtelijk chaotisch verkeer, zonder uitzondering mensen van Afrikaanse afkomst, tienermeisjes in weinig flatterende schooluniformen, christelijke kerken met fantasienamen – Universal Church of the Kingdom of God, Love and Faith World Outreach Ministries, New Testament Church of God en zo. Bijbelteksten die aanmoedigen je vooral christelijk te gedragen, borden met stichtelijke woorden over verkeersgedrag – Running the Red light, may put out Your Light – en natuurlijk de niet aflatende warme zon, strak blauwe hemel en wuivende palmbomen. 56, Hope Road, het Bob Marley Museum, is gemakkelijk te herkennen aan de vlaggen met Rastafari symbolen, met name de oude keizerlijke Ethiopische vlag met de Leeuw van Juda erop. Bob Marley was een Rastafari en later in zijn leven lid van de Ethiopische Orthodoxe Kerk. De Rastafari beweging ontstond aan het begin van de jaren 30 van de vorige eeuw in Jamaica, Keizer Haile Selassie nam en neemt een centrale plaats in. De Rastafari zien in hem de wedergekeerde Jezus Christus of zelfs de reïncarnatie van God, terwijl Ethiopië wordt beschouwd als het Beloofde Land. De afbeelding van Marcus Garvey, de Jamaicaanse activist die terugkeer naar Afrika propageerde, is vaak samen met die van Haile Selassie te zien. Zoals op de voet van het standbeeld van Bob dat in een perkje voor zijn oude huis staat. Garvey is voor de Rastafari een profeet en als het zo uitkomt de reïncarnatie van Johannes de Doper.

Op 16 mei 2006, op de dag dat mijn jongste zoon zijn 28ste verjaardag vierde, was ik bezoeker 333401 van het Bob Marley Museum. “WAKE UP AND LIVE” staat er op het toegangsbewijs. Het huis mag niet op eigen gelegenheid worden bezocht, alleen onder begeleiding. En je moet wachten tot de rondleiding begint, hetgeen niet erg is want rondom het huis is ook het nodige te zien. Zoals de oude Landrover van Bob, het standbeeld van Bob en vele afbeeldingen op de binnenkant van de muur die om het terrein staat: Bob die een joint rolt, Bob die voetbalt, Bob met vrouw Rita en kinderen, Bob met the Wailers. Maar meestal Bob zonder zijn band, alsof ze slechts een bijrol vervulden in zijn muzikale bestaan en succes. Zo ze achteraf trouwens ook zijn behandeld. Het bezoek aan het huis viel me nogal tegen, gewoon omdat er niet veel bijzonders was te zien, bovendien was er het verbod: “NO CAMERAS OR TAPING EQUIPMENT ALLOWED ON THE TOUR,” waardoor ik 10 jaar later geen geheugensteuntjes heb. Wat ik me echter goed herinner is het terras van het Bob's Café, met daarop het “HERB MENU” van de variëteiten marihuana die er zouden worden verkocht. Binnenkort zal daar wel “Marley Natural” aan worden toegevoegd, omdat Bob's naam door zijn nazaten recent als handelsmerk voor “goede kwaliteit cannabis” is verkwanseld. Teleurstellende geldjagerij, vind ik.

Vaag herinnerde ik me dat Bob een kerk had gebouwd nadat hij zich tot het Ethiopisch Orthodoxe geloof had bekeerd. Die kerk wilde ik zien, we gingen op zoek. Mijn Jamaicaanse collega werd steeds nerveuzer “we zijn een dubbel doelwit,” klaagde hij toen ik in een minder goed ogende buurt uit de auto wilde stappen om op onderzoek uit te gaan. “Hoezo?” Waarop de simpele uitleg volgde “Ik heb een dure auto en jij bent blank.....” Daar had ik alle begrip voor, hij kende uiteindelijk de mores van dit deel van de stad. Na veel vragen vonden we de inmiddels gesloten kerk die er uitzag als het slecht onderhouden magazijn van een of ander bedrijf. Weer een illusie armer. Maar niet getreurd, op naar het African-Caribbean Institute of Jamaica, waar iedereen druk aan het vergaderen was en weinig aandacht wenste te besteden aan de wildvreemde blanke aan de balie. Zoiets raakt me absoluut niet, want het bood de gelegenheid om de publicaties van het instituut in te kijken en een verdwaald Benin-bronsbeeldje te bewonderen. In tegenstelling tot de vergaderende cultuurhoeders wist ik tenminste uit eigen waarneming hoe die beeldjes in Benin City worden gegoten, zo erkenden ze ruiterlijk aan het einde van hun groepsgesprek. Ik was op zoek naar boeken of studies over de invloed van door slaven uit hun thuisland meegebrachte gebruiken op de hedendaagse cultuur van het land waar hun nazaten wonen. De oogst was mager: een taalonderzoek en een ode aan Afro-Cuba. Wat restte was het monument dat niet ver van mijn hotel stond en dat de emancipatie van de Jamaicaanse slaven zou symboliseren: een meer dan levensgrote naakte man en vrouw van Afrikaanse afkomst die met hun voeten in een vijver staan. Op de voet staat “None but ourselves can free our mind,” een uitspraak van Marcus Garvey die naderhand door Bob Marley werd verwerkt in de “Redemption Song”. Tijd om terug te gaan naar Santo Domingo, maar wel met nog een aparte ervaring vanuit mijn vliegtuigstoel: een vrouwelijke veiligheidsbeambte fouilleert de mannelijke beladers van het vliegtuig om te zien of ze niets gejat hebben. Ze ondergaan het routineus, Jamaica is zowaar écht een geëmancipeerd eiland!

slot