|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 24 (28112015) Zondag 20 september 2015 – Boca Chica – Dominicaanse Republiek Eerder dit jaar bezocht in het Joods Historisch Museum in Amsterdam de tentoonstelling “Joden in de Cariben.” Ietwat wat overdreven voor een expositie die zich beperkt tot “Vier eeuwen geschiedenis in Suriname en Curaçao,” en die vooral het spoor volgt van naar Amsterdam gevluchte Portugese Joden, die via Recife - dat van 1630 tot 1654 de hoofdstad van de WIC kolonie Nieuw Holland was – en New York in Curaçao en Suriname terecht kwamen. Recife bezocht ik net nadat er in een krant het bericht was verschenen dat in een huis een “mikwe” was gevonden, een Joods badhuis, dat er op duidde dat in de stad de eerste synagoge op het Amerikaanse continent was gebouwd. Nadat de Portugezen hun kolonie hadden heroverd, was het gedaan met de godsdienstvrijheid en trokken de Joden verder richting Nieuw Amsterdam en nadat het New York was geworden vervolgens naar Curaçao en Suriname. De kennis en de handelskanalen van suikerriet en suiker reisden mee. Tussen 1759 en 1814 ondersteunde de Portugees Joodse gemeente in Amsterdam armlastige leden om naar Suriname en Curaçao te vertrekken om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Twee jaar geleden bezocht ik de Jodensavanne aan de Surinamerivier en zag de grote Synagoge aan de Keizerstraat in Paramaribo. Ondertussen kent heel Nederland de uit Suriname overgewaaide frisdranken van Fernandes, de familie Fernandes zijn Suri-Joden, en Madurodam, dat werd gebouwd ter nagedachtenis van de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Curaçaoënaar George Maduro, lid van een welgestelde Joodse zakenfamilie. Geen aandacht werd besteed aan de Joodse vluchtelingenstroom die tegen het einde van de jaren dertig van de vorige eeuw op gang kwam en waarin de niet Nederlandse Cariben een zekere rol spelen. Zo vertelde de schrijver Arnon Grunberg in het programma “College Tour” over hoe zijn Joodse moeder en haar familie hadden geprobeerd om Nazi Duitsland te ontvluchten. Op 13 mei 1939 waren ze met de Saint Louis uit de haven van Hamburg vertrokken met bestemming Cuba, aangekomen bij Havana werd hen geen toestemming verleend om aan land te gaan ondanks het bezit van geldige visums. Het schip was doorgevaren naar Florida, maar door de Verenigde Staten werd evenmin toestemming gegeven aan land te gaan. Uiteindelijk was de Saint Louis teruggekeerd naar Europa en was zij in Amsterdam terechtgekomen en daarna alsnog in een concentratiekamp. En dat terwijl de Dominicaanse dictator Trujillo zich in 1938 tijdens de Conferentie van Évian bereid had getoond om inreisvisa af te geven voor 100.000 Joden, vermoedelijk om de bloedige moordpartij op duizenden Haïtianen in zijn land “goed te maken.” Ze waren welkom in Sosúa, aan de noordkust van het eiland, waar een op het kibboetsmodel gestoelde landbouwgemeenschap werd opgezet. Slechts 800 Joodse vluchtelingen zouden zich er vestigen, waarvan velen naderhand naar Israël en de Verenigde Staten vertrokken. Sosúa is de afgelopen decennia een populaire toeristenbestemming geworden én een berucht paradijs voor hoerenlopers. Zoiets als Boca Chica aan de zuidkust. wordt vervolgd |