CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 18 (05112015)

Dinsdag 15 september 2015 – Panamakanaal – Manzanillo – Panama
Terug naar 2007. Mijn gastvrouw kent mijn belangstelling voor het Panamakanaal en verrast mij met een lunch in het restaurant naast de Miraflores-sluis. Onderweg daar naartoe bewonder ik de bont beschilderde bussen die zich weinig van de verkeersregels aantrekken. De een heeft de Amerikaanse rapper 50cent op de achterkant, een ander een feniks met een mij onbekende maar vast en zeker net zo beroemde artiest. “Kijk,” zegt ze “hier was de grens tussen Panama en de kanaalzone, het was verboden gebied voor ons. En dat in ons eigen land!” We rijden langs het monument voor de studenten die tijdens de anti-Amerikaanse protesten van januari 1964 werden neergeschoten, als gevolg daarvan werd de kanaalzone afgesloten door er een hek omheen te plaatsen. Die dag wordt sindsdien herdacht als de “Dag van de Martelaren.” De protesten waren uiteindelijk de inleiding tot het in 1977 gesloten Torrijos-Carter Verdrag, waarin werd overeengekomen dat de Verenigde Staten op 31 december 1999 het kanaal en de zone om niet zouden overdragen aan Panama. We gaan de voormalige Canal Zone – ik herinner me de postzegels – binnen langs de nu onbemande wachtpost. “Vroeger moest je hier langs een Amerikaanse soldaat en mocht je alleen verder als je een speciaal pasje had, zo niet dan werd je teruggestuurd.” Het is net zeven jaar geleden, ze herinnert het zich verontwaardigd als de dag van gisteren. De Canal Zone was een stukje Amerika: flatgebouwen en huizen, gladgeschoren gazons, struiken en bomen, wegen zonder gaten, scholen en winkels. Wie waar mocht wonen was afhankelijk van de plaats die in de hiërarchie werd bekleed. We parkeren naast een nieuw gebouw, het Miraflores Visitors Center, waarin diverse aspecten van de historie en de operatie van het kanaal worden belicht. Er staat een glimmend gepoetst kiepwagentje dat ooit werd gebruikt om graafafval van het kanaal in wording af te voeren, net zo'n wagentje als in kolenmijnen werd gebruikt om de net gedolven kolen af te voeren. De herkomst ervan is af te lezen van de fabrieksplaat die erop zit: SOCIÉTÉ ANONYME FRANCO-BELGE – MATÉRIELS de CHEMINS de FER – 1885 PARIS 1886 – ATELIERS de LA CROYÉRE. We gaan met de lift naar het hoger gelegen restaurant en ik bestel een flesje Balboa. Panamees bier met de naam van de Spaanse conquistador die in 1513 als eerste Europeaan op een bergtop in de provincie Darién de twee oceanen tegelijkertijd zag en al doende vaststelde dat de Panamese landengte bestond.

Op 1 februari 1881 annonceerde een trotse Ferdinand de Lesseps: “Travail Commencé.” Een paar maanden later verklaarde hij dat het kanaal in 1888 zou kunnen worden opengesteld voor de scheepvaart en voorspelde in een adem door dat het een stukken makkelijker karwei zou worden dan het graven van het Suezkanaal. In december 1888 was echter al het geïnvesteerde en geleende geld op en ging de door de Lesseps voor het bouwen van het kanaal opgerichte “Compagnie Universelle du Canal du Panama” failliet. Het enige wat de verbijsterde oprichter kon zeggen was: “C'est impossible, c'est indigne – Dat is niet mogelijk, het is afschuwelijk.” In oktober 1894 werd een doorstart gemaakt met de oprichting van de “Compagnie Nouvelle du Canal de Panama,” die het ook niet zou redden. Gebrek aan geld door gebrek aan vertrouwen bij de investeerders en de banken, de voortschrijding van de techniek die niet snel genoeg was om de technische problemen op te lossen, duizelingwekkende dodentallen door tropische ziekten. Tien jaar later was het de beurt aan de Amerikanen die, ook al klinkt het misschien wat overdreven, de wind in de zeilen kregen. Zij wisten bovendien dat een kanaal zonder meerdere sluizen niet mogelijk zou zijn en stemden hun plannen daarop af. Medici slaagden erin malaria en gele koorts onder controle te krijgen, Amerikaanse technologische kennis en vooruitgang produceerden de enorme graafmachines die het mogelijk maakten om de Culebra Cut te voltooien. Militairen kregen de leiding van het project, de Amerikaanse politiek steunde het, de Verenigde Staten hadden ongeëvenaarde financiële kracht en konden niet failliet gaan zoals de Franse privé ondernemingen was overkomen. Kortom: het kanaal moest er hoe dan ook komen én het kwam er dus ook. De “Ancón” was het eerste schip dat op 15 augustus 1914 passeerde. Vierhonderd jaar nadat de Balboa de landbrug tussen de beide Oceanen had gekruist.

Met rustige snelheid vaart de Sambhar door de Culebra Cut, die in 1915 werd omgedoopt in Gaillard Cut om de Amerikaanse Luitenant-kolonel David DuBose Gaillard te eren. Hij had van 1907 – 1913 de leiding over het uitgraven ervan, maar sinds het vertrek van de Amerikanen heet het gewoon weer als voorheen. Hier en daar liggen kleine baggerschepen die bezig zijn met het uitdiepen van de vaargeul om de verwachte grotere schepen te kunnen accommoderen. Wederom is er alles behalve sprake van grote activiteit. Op het moment dat wij voorbij varen althans.

wordt vervolgd