|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 12 (08102015)
Zaterdag 12 september 2015 – Zuidelijke Stille Oceaan ter hoogte van Isla Lobos de Tierra – Peru
Eindelijk een mooie dag! De zon schijnt, je voelt dat het warmer wordt, we hebben de winterse kou van Chili achter ons gelaten. “Varen we nog langs de kust van Peru of zijn we al in de buurt van Ecuador?” vraag ik rond lunchtijd aan de derde officier. Volgens hem varen we “somewhere in between.” Omdat zoiets praktisch gesproken onmogelijk is, denk ik plat gezegd dat de man uit zijn nek lult. Bovendien ontvang ik in mijn hut het Peruaanse radiostation La Zona nog steeds glashelder en kan ik “Amor de Colegio” – de suikerzoete aanrader van de week – ondertussen meezingen. Helaas kan ik me mijn eigen schoolliefdes niet meer herinneren, die van daarna echter maar al te goed...... Voor de siësta eerst naar de brug waar ik met Marcelino op de radar en naar de zeekaarten kijk. We varen op 7º zuiderbreedte, 74 mijl uit de kust en hebben bijna nog een hele dag nodig voordat we de Ecuadoraanse wateren zullen bereiken. Met die wetenschap kan ik tenminste een uiltje gaan knappen. Als ik een uur later wakker word, is de zon verdwenen en is het opnieuw bewolkt en heiig. Hoewel we ondertussen duizenden kilometers hebben afgelegd, blijft de Andes verborgen achter de horizon of de laaghangende bewolking of wellicht achter beide. De gedachte vooraf dat we dagen achtereen met de hoge bergrug met besneeuwde toppen aan de rechterkant en de eindeloze plas water aan de linkerkant zouden varen, was ingegeven doordat dit vanuit de lucht altijd zo was en is. Vanaf het water gaat deze vlieger echter niet op. Erg jammer. Ter compensatie komt er tegen het einde van de middag tot twee keer toe een walvis voorbij die onderweg is naar het zuiden. Zonder zeekaarten of radar zwemmen die grote zoogdieren dezelfde strakke lijn zuidwaarts als de schepen die we af en toe tegenkomen. Wonderbaarlijk.
Zondag 13 september 2015 – Zuidelijke Stille Oceaan ter hoogte van Bolívar – Ecuador
Vannacht hebben we de territoriale wateren van Ecuador bereikt en varen niet al te ver uit de kust. Op de radio zijn minstens tien Ecuadoraanse stations te ontvangen, op sommige wordt de zondagse mis gelezen en behalve de onvermijdelijke zenders die oude Engelstalige hits draaien, worden er vooral opgewekte nummers gedraaid die bij een zonnige zondag horen. Veel salsa en bachata, maar minstens zoveel reggeaton, alle drie ritmes met wortels in de Cariben. Om een uur of acht varen we 2º29' zuiderbreedte, vanmiddag rond een uur of vier kruisen we de evenaar! De laatste keer dat ik dat anders dan door de lucht deed, is verdorie alweer ruim 25 jaar geleden. In de Gabonese hoofdstad Libreville woonde ik op 0º23' boven de evenaar, de kostschool van de dochter van mijn toenmalige geliefde lag midden in het regenwoud even ten zuiden van de evenaar. Als we haar van school ophaalden of terugbrachten, kruisten we de evenaar twee keer. Niet dat je daar iets van merkte, slechte wegen door het tropische regenwoud, wegen van lateriet met verraderlijke plassen en kuilen, bruggen waar je vooral moest zorgen dat je de wielen van de auto goed op de losse planken hield. Op de terugweg kochten we vaak een net gevangen nog levende krokodil met een stevig met raffia dicht gebonden bek – verser kan het toch niet? – die in de kofferbak mee naar huis ging. Daar aangekomen slachtte en vilde onze Senegalese nachtwacht het beest en een paar dagen later kreeg ik dan een verrukkelijke ovenschotel met gestoofd wit krokodillenvlees voorgezet. Dit soort zoete herinneringen komen boven drijven aan de andere kant van de wereld bij het naderen van de evenaar over zee.
Ik ga ruim van te voren naar de brug om het moment suprême dat de Sambhar de evenaar kruist niet te missen. De afleiding bestaat ondertussen uit op vis jagende dolfijnen, tegemoetkomende schepen en Ecuadoraanse vissersschepen. Kleine open vaartuigen met een krachtige buitenboordmotor en een bemanning van drie man die op zo'n 40 mijl uit de kust de netten aan het ophalen zijn. Op de radar zijn die scheepjes goed te zien. Indien ze in onze vaarweg liggen, verandert de officier die op wacht staat de koers lichtjes om een mogelijke aanvaring te vermijden. Niet dat wij schade op zouden lopen, maar een reddingsoperatie zou onze aankomst bij en doorvaart van het Panamakanaal ernstig kunnen vertragen en daardoor veel geld kunnen kosten. Eerder vandaag heb ik van de Kapitein begrepen dat het runnen van dit schip US$25.000 per dag kost. Om precies 17:12:46 lokale tijd passeren we de evenaar als de radarinformatie heel kort LAT 00º.00.000N toont. Geen vuurwerk, geen champagne, geen confetti of ballonnen. Maar wel raar dat we van het zuidelijk halfrond op het noordelijke terecht zijn gekomen en dat de Zuidelijke Stille Oceaan zomaar is overgegaan in de Noordelijke Stille Oceaan, dat het opeens zomer is en niet langer winter. Nog ongeveer 9º, dat wil zeggen (9 x 60 zeemijlen) x 1.852meter = 1.000 km te gaan naar het Panamakanaal.
wordt vervolgd
|