|
CARGO CRUISE – dagboek van een zeereis - 11 (03102015) Vrijdag 11 september 2015 – Callao – Peru Aan de rand van dit gebied ligt de mercado met het uiterlijk van een winkelcentrum. Eenmaal binnen blijkt het van beide iets te zijn, het is een enorme winkel van sinkel waar alles te koop is. Modern van opzet, schoon, veel bewaking. We slenteren door het straatje met souvenirwinkels die vrijwel allemaal hetzelfde verkopen, kleine kiosken waar koffie wordt verkocht, vruchtensap of de Peruaanse alfajores die er heel anders uitzien dan de Argentijnse, die vaak in de chocolade zijn gedoopt. Alle zintuigen spitsen zich in de hallen waar fruit, vlees en zeebanket wordt verkocht. Wat een kleuren, wat een geuren, wat een keuze en wat een vriendelijke mensen die graag uitleg geven over hun producten. Er liggen totaal onbekende vissoorten en schelpdieren uitgestald: een tonijnachtige vis die “bonita” heet, hetgeen “mooi” betekent, een gesloten zwarte schelp heet zeer terecht “concha negra” een naam die je in Argentinië perse moet vermijden omdat “concha” een ordinaire benaming voor de vagina is. Aan een kraampje wordt alleen maar vers geoogst zeegras verkocht, dat je 's morgens op de nuchtere maag moet eten. Heel erg gezond. Aan de opbouw van de fruitstalletjes wordt veel aandacht besteed, alles moet zo aantrekkelijk mogelijk worden gepresenteerd. Met veel geduld worden de aardbeien van hun kroontje ontdaan en één voor één als bouwstenen in een piramide geplaatst. In de vleeshal zijn hammen te koop die nog moeten worden gerookt, de grootste verrassing komt echter bij de kippenkramen. De “dames” hangen geheel ontkleed aan haken te pronken, niets wordt er als “ongewenst” weggegooid. Een schaal met poten, een schaal met koppen. Ik vraag of Peruanen dit allemaal eten. “Welnee joh. De koppen gebruiken we als honden- of kattenvoer en van de poten kun je een heerlijke bouillon trekken.” Bij een volgende toonbank weet ik echt niet wat ik zie, alsof er een anatomische les wordt gegeven. Kippen die zeg maar van de hals tot het kruis zijn opengesneden, de vitale organene zoals nieren, hart en lever worden goed zichtbaar getoond, net zoals bij mij onbekende gele bollen: eieren in wording! We gaan terug naar het schip. In de shuttle zitten twee jonge mannen op de achterbank “Anti-drugs politie,” stelt Carlos voor. We zijn stomverbaasd, want ze zijn nog bijna nat achter de oren. Ze doen controles met honden en vertellen dat er op het vliegveld van Lima iedere dag wel een smokkelaar wordt gearresteerd en dat je in Peru een vaste gevangenisstraf van 35 jaar krijgt als je wordt gepakt. “En,” zo voegt Carlos er lachend aan toe, “als je Peruaan bent, wordt alles wat je bezit geconfisqueerd. Inclusief je vrouw als ze tenminste mooi is.” De belading van de Sambhar is nog in volle gang, we vertrekken vijf uur later dan gepland. Met een van de loodsen kijk ik naar de haven. Hij legt uit dat de pier waar wij liggen jaren geleden is geprivatiseerd en dat de andere kant een staatsbedrijf is. Een verschil van dag en nacht. Maar er is hoop, een Spaans bedrijf heeft een concessie voor 30 jaar gekregen, 70% van het personeel is ontslagen, de rest krijgt een nieuwe chip ingeplant. “Als je je leven lang voor de staat hebt gewerkt, is dat hoognodig,” zegt hij. Precies om 6 uur varen we door de havenmond, recht vooruit zakt na een grijze dag de ondergaande zon prachtig door de wolken. Nog 12º tot de evenaar, dinsdagnacht arriveren bij het Panamakanaal. Derde boek uit: Death in the Andes (276 pagina's), geschreven door Mario Vargas Llosa. Gekocht in 's-Gravenhage in november 2001, gelezen in september 2015 aan boord van de CMA CGM Sambhar varend voor de kust van Peru. wordt vervolgd |