OP ONTDEKKINGSREIS IN ROTTERDAM – 11 – HET VERGETEN BOMBARDEMENT (25072015)

“WIE MEER WIL WETEN MOET WOORDEN ETEN” staat met sierlijke neonletters op de gevel van de wijkbibliotheek tegenover het Park 1943 in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken. Deze dichtregel van Gerrit Kouwenaar werd door Toni Burgering tot een neon-kunstwerk verheven, terwijl het nota bene al deel van een kunstwerk was. Plagiaat? Het illustreert echter heel toepasselijk wat mij eerder vandaag overkwam in Museum '40 -'45 NU, dat tot voor kort het OorlogsVerzetsMuseum heette. Daar staat op een muur in chronologische volgorde kort samengevat wat er tijdens de oorlogsjaren zoal in Rotterdam heeft plaatsgevonden. De mobilisatie, het bombardement, de grote razzia, de hongerwinter én het geallieerde bombardement van maart 1943. Bij dat laatste begint het woorden eten: “Het bedrijf Wilton-Fijenoord bouwt schepen voor de Duitsers. De Amerikanen besluiten op 31 maart 1943 de werf te bombarderen. Het is die dag zwaar bewolkt weer en de piloten kiezen een alternatief doelwit uit. De wind is zo sterk dat de bommen niet hun doel raken, maar terecht komen op de wijk Bospolder-Tussendijken. De verwoesting is enorm en 400 mensen komen om. Het is een van de meer dan 200 door geallieerden uitgevoerde bombardementen. De Rotterdamse haven is vaak het doelwit vanwege de scheepswerven die voor de Duitsers bouwen en de aanwezigheid van de Duitse oorlogsvloot. De bombardementen van de geallieerden maken in Rotterdam alleen al 884 slachtoffers, ongeveer evenveel slachtoffers als in mei 1940 vielen.” De tekst wordt geïllustreerd met een paar foto's. Op één daarvan staan mensen die op de Schiedamseweg tussen gered meubilair naar hun brandende huizen te kijken. Een andere heeft het bijschrift: “Op 2 april, 50 uur na het vergeten bombardement, halen reddingswerkers een 3 jarig meisje nog levend onder het puin vandaan.” De woorden “het vergeten bombardement” blijven in mijn hoofd hangen, ze zitten me dwars omdat ik er nu pas voor het eerst over lees.

Omdat de muren van het kleine museum onder de brug over de Coolhaven te weinig ruimte bieden voor nog meer woorden, is mijn (w)eetlust nog lang niet gestild. Het was zo'n bombardement zoals er zoveel zijn geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog: doel door weersomstandigheden of anderszins onzichtbaar of gemist, maar de bommen moesten worden afgeworpen voordat de terugvlucht kon worden ingezet. Door de bewolking was de werf van Wilton-Fijenoord in Schiedam – waar torpedolanceerbuizen voor de Duitse U-boten werden gemaakt – die dag onzichtbaar voor de Amerikaanse piloten en werd de bommenlast gelost boven zogenaamde “uitwijkdoelen” ten oosten van de werf. Dat ging faliekant mis doordat de automatische besturingsfunctie van de bommenrichter niet kon worden gebruikt én omdat er dicht bij de grond een harde wind stond die er de oorzaak van zou worden dat de bommen op drift raakten. Daardoor werd het beoogde uitwijkdoel, vermoedelijk de de werf Gusto in Schiedam of de Keilehaven en de Merwehaven, gemist en werd de dichtbevolkte arbeiderswijk door een stuk of 70 brisantbommen getroffen. Rond half twee, rond dezelfde tijd dat het centrum van Rotterdam in mei 1940 werd plat gegooid. Terwijl ik altijd heb gedacht dat de tussen Delfshaven en Spangen geklemde wijk deels pas na de oorlog was gebouwd, was het in feite een lelijke wederopbouwwijk. Terwijl er sprake was van een “vergissingsbombardement”, suggereerde de nieuwslezer van het Polygoonjournaal dat het een vergeldingsactie van de Britten was omdat Minister van Kleffens, de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken in ballingschap, in een ingezonden brief in The Times had geprotesteerd tegen de Britse politiek die kleine volken uitleverde aan het Bolsjewisme. Die tekst werd hoogstwaarschijnlijk geschreven door een journalist die cum laude was afgestudeerd aan de Joseph Goebbelsschool voor Journalistiek.

Het “Vergeten Bombardement” blijkt niet voor niets zo te heten. Het lijkt wel uit de herinnering te zijn gewist of tenminste verdrongen. Op het oude Polygoonjournaal is te zien hoe de stoffelijke resten van de slachtoffers die niet geïdentificeerd konden worden, onder het toeziend oog van de bezetter op de begraafplaats Crooswijk ter aarde werden besteld. In een langgerekt massagraf. Ruim 72 jaar na dato doe ik bij de receptie navraag naar dat graf en wordt verwezen naar vak GG: “'t Is bij de vrouw met de duif”, dat – zo weet ik – het monument is voor de burgerslachtoffers van de oorlog. Rond het monument liggen keurig onderhouden militaire graven, maar het is zeker niet de plek van het massagraf zoals in het journaal was te zien. Ik zwerf over de begraafplaats en doe navraag, niemand die zelfs maar weet waar de slachtoffers van mei 1940 liggen begraven, laat staan die van maart 1943. “Met de pensioennering van onze oudere collega's is al die kennis helaas verdwenen.” En vergeten. Een e-mail sturen heeft ook geen zin: “dat zijn de dames van de administratie, die weten helemaal nergens van......” De enige zichtbare herinnering aan het vergeten bombardement die overblijft, is uiteindelijk het monument van Mathieu Ficheroux in het Park 1943. Het bestaat uit de slordig in het gras geplaatste grote nummers 1, 9, 4 en 3, die ondanks de Rotterdamse Alzheimerachtige symptomen er hopelijk juist zorg voor zullen dragen dat het “vergeten bombardement” niet zal worden vergeten.