|
DIKKE BERTHA (08062015) De GPS geeft even voorbij Montmédy de instructie om links af te slaan voor de snelste route naar de brocante – de rommelmarkt - waar naartoe we onderweg zijn. Ik weet vrijwel zeker dat het apparaat verkeerd zit, vorige week is me dat ergens in deze buurt vrijwel hetzelfde overkomen. Tegen beter weten in toch maar doen, waardoor we geheel onbedoeld even na het dorpje Othe, onder de Frans-Belgische grens, de resten van het Fort de la Ramonette tegenkomen. Een stukje Maginotlinie, deel van de Ouvrage Vélosnes, een fortificatie waarvan de diverse delen ondergronds met elkaar waren verbonden. Bovengronds staan langs de hoog gelegen weg de ene grote bunker na de andere. Die dingen zijn nogal nadrukkelijk aanwezig, de logge bouwwerken liggen midden in de akkers: stoer en onverwoestbaar, maar daardoor niet minder nutteloos. Ik klim naar de top van de heuvel, naar zo'n betonnen kolos met twee geschutskoepels, stap over het prikkeldraad en heb daar een prachtig uitzicht over het dal. Ietsje verderop moet de grens met België liggen, uit die richting werd de vijand verwacht. Hier, langs de noordelijke rand van Lotharingen, trokken in de tijdspanne van nog geen 75 jaar drie grote oorlogen voorbij: de Frans-Duitse oorlog van 1870/71, la Grande Guerre en de Tweede Wereldoorlog. Van waar ik sta ligt Sedan naar het noord-westen, de stad waar het Franse leger op 2 september 1870 overtuigend door de Pruisen werd verslagen en het Tweede Franse Keizerrijk abrupt ten einde kwam. Iets naar het zuiden Verdun, in de wijde omgeving waarvan gedurende vrijwel het hele jaar 1916 de grootste slag van de Eerste Wereldoorlog plaatsvond. Naar het noorden liggen de Ardennen, in december 1944 en januari 1945 toneel van een Duits tegenoffensief dat, vanwege de “deuk” die in het front werd geslagen, door de Amerikanen “the Battle of the Bulge” wordt genoemd. Deze stukken oorlogsbeton zijn de opmaat naar een heel andere “nalatenschap” van de beide wereldoorlogen. Vanaf Longuyon naar het zuiden rijdend, net over de grens van de departementen Moselle et Muerthe en Meuse, volgt al snel een afslag naar het monument van Grand-Failly. Daar werd tijdens het Ardennenoffensief een tijdelijke begraafplaats ingericht voor gesneuvelde Amerikaanse militairen die na afloop van de oorlog elders werden herbegraven. Het lelijke monument dat de herinnering daaraan levend houdt, staat aan de bosrand in een akker die voorheen dus als dodenakker dienst deed. De drie in het monument aangebrachte plaquettes zaaien twijfel over hoe Amerikaans de “Cimetière militaire temporaire américain” wel was en hoeveel soldaten er een tijdelijke rustplaats hadden. Dat lijkt afhankelijk van de taal. Volgens de Franse tekst waren het ongeveer 3.000 Amerikanen en tussen de 200 en 250 gealieerde soldaten. Volgens de Amerikanen gaat het over 2.967 American Soldiers en volgens de Duitstalige plaquette waren er bovendien 1.465 Duitse soldaten begraven. Maar goed, dat was de vijand en die tellen dus eigelijk niet mee. Tja, en als het monument hier niet had gestaan, dan waren we langs een doodgewoon graanveld gereden zonder enige reden om te stoppen en te reflecteren over de historische betekenis van die paar hectare landbouwgrond. Terug naar de doorgaande weg, waar na een paar kilometer een wegwijzer staat met het intrigerende opschrift: Site du Canon Allemand. “Dat is moet de legendarische Dikke Bertha zijn”, schiet er door mijn hoofd. “Dikke Bertha” zou zijn vernoemd naar Bertha Krupp, dochter van Friedrich Krupp die het bedrijf van haar vader had geërfd. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog vernietigde dat kanon de forten van Luik, Namen en andere niet met gewapend beton gebouwde verdedigingswerken. Alsof ze er niet stonden. Via een paar landwegen eindigen we op de parkeerplaats van het Bois de Warphemont waar, zo blijkt, de Duitsers een artilleriebatterij bouwden om Verdun te beschieten. Daar wordt gelijk duidelijk dat de enorme kanonsloop die er staat niets met de bolronde Dikke Bertha heeft te maken, daar is ie veel te lang en veel te slank voor. De lokale overheid zorgt ervoor dat er geen twijfel kan bestaan over wat er hier is gebeurd. Veel borden met een dairree aan informatie en beeldmateriaal houden me bij de les. Zelfs bijna honderd jaar nadat hij hier huishield, is dit nog steeds het domein van “Lange Max". Voor moderne oorlogsvoering met het satellietgeleide afwerpen of afschieten van raketten of bommen stelt dit helemaal niets voor, maar destijds was het ongehoord dat de Duitsers vanaf een op zo'n 50 kilometer gelegen goed gecamoufleerde batterij Verdun in puin konden schieten. Veel grijs beton, ondergrondse tunnels, een rails waarover de zware projectielen naar het kanon werden getransporteerd. Het staat er allemaal nog, goed gedocumenteerd met oude foto's en tekst. Net als tegenwoordig was het doel onzichtbaar en waren de gevolgen onvoorspelbaar vernietigend. En voor alles die gigantische lange loop, een fallisch symbool vanjewelste dat op het moment dat het orgasme daar was een projectief afvuurde dat geen nieuw leven probeerde te doen ontstaan, doch uitsluitend het bestaande leven wilde vernietigen. Vooral dat van de Franse vijand, die voor mijn gevoel dit monument in stand houdt om te laten zien dat Dikke Berthas en Lange Maxen op geen enkele manier opwegen tegen hun wil om te sterven pour la patrie. |