|
ROUTE LE CORBUSIER – 23 (28112014) Dag 9 – Éveux – Couvent Sainte-Marie de la Tourette/ Saint-Dié des Vosges – Ets. Claude&Duval. Terugtrekkende Duitse troepen staken in november 1944 het op de rechteroever van de Meurthe gelegen centrum van Saint-Dié in brand en vernielden de vier bruggen die er over de rivier lagen. In de dagen ervoor waren zo'n 10.000 inwoners richting Duitsland afgevoerd om daar dwangarbeid te gaan verrichten. Vervolgens bombardeerden de geallieerden het stadje, zodat er bij de bevrijding niet al te veel meer overeind stond dat bij de wederopbouw van nut zou kunnen zijn. De richtlijnen die daarvoor door het Ministerie van Wederopbouw werden gehanteerd, waren dat er rekening moest worden gehouden met de lokale cultuur en bouwtradities. Vermoedelijk op voorspraak van Jacques Duval, eigenaar van een in Saint-Dié gevestigde kledingfabriek en bevriend met Le Corbusier, werd de architect aangetrokken als adviseur, maar gedroeg zich niet als zodanig. Zonder dat hem ooit was gevraagd een dergelijk plan te ontwikkelen, maar overtuigd van eigen kunnen en gelijk, haalde hij de modernistisch bouwprincipes uit de de bovenste la van zijn bureau en wat eerdere plannen voor herontwikkeling van steden uit het archief en diende vervolgens het “Plan Directeur” in voor de wederopbouw van Saint-Dié. Waar voor de uitvoering van zijn “Plan Voisin” uit 1925 voor de herontwikkeling van een deel van de Parijse rechteroever onder andere de hele Marais gesloopt had moeten worden – gelukkig niet uitgevoerd – was dit obstakel hier alvast door de oorlog uit de weg geruimd. Ideaal, te mooi om waar te zijn, het water moet hem door de mond hebben gelopen. Een stadscentrum op poten, à la het plan voor Buenos Aires uit 1929, waar gemotoriseerd verkeer en voetgangers zich op verschillende niveaus verplaatsten. Veel hoogbouw, maar liefst acht Unités d'Habitation waren er gepland om zo'n beetje de halve bevolking te huisvesten! En dat in een stadje dat nog nooit hoogbouw had gezien. Het hebben van sociale intelligentie, zo dat woord toen al bestond, kon Le Corbusier beslist niet worden verweten. De bevolking kwam in verzet, Le Corbusier begon te lobbyen voor de uitvoering van zijn plan. Het mocht niet baten, men wilde hoe dan ook de oude stad terug, hetgeen een utopie was. Net als de plannen van de architect. Als “troostprijs” mocht Le Corbusier de grotendeels verwoeste fabriek van Ets. Claude & Duval bouwen, inderdaad de fabriek waar de familie van de eerder genoemde Jacques Duval eigenaar van was en nog steeds is. Het gebouw is gemakkelijk te vinden en onmiddellijk herkenbaar, 't is een saai gebouw dat helemaal niets heeft van de esthetiek die de van Nellefabriek zo indrukwekkend maakt. Helemaal niets van die majestueuze hoge ramen, helemaal niets van de vederlichte betonconstructie, helemaal niets van die in een oogopslag zichtbare functionaliteit van koffie, thee en tabak, helemaal niets van dat geïnspireerde nieuwe bouwen. Een doodgewoon alledaags gebouw met een aantal Corbusier accenten: een “main ouverte” naast de kantooringang, hetzelfde tegeltjespatroon in de zijgevel als op het dakterras van de Cité Radieuse in Marseille, het staat deels op palen met eronder weinig comfortabele betonnen bankjes en een uit hout gehakte ongemakkelijke bank, het plafond is gesausd met de inmiddels behoorlijk verweerde Corbusierkleuren. De rommelige achterkant lijkt nergens op door die nadrukkelijk aanwezige liftschacht en omdat de oude loodsen van voor de verwoesting door de Duitsers werden opgeknapt, waardoor er slechts een beperkt deel van de achtergevel is te zien. En dat was het dan. wordt vervolgd |