|
ROUTE LE CORBUSIER – 21 (20112014) Dag 8 – Marseille – Hotel le Corbusier/ Éveux – Couvent Sainte-Marie de la Tourette. De manier waarop in het Toscaanse klooster Certosa di Galluzzo – ook wel Certosa di Firenze – bouwkundig vorm was gegeven aan het communautaire leven, had al in 1907 grote indruk gemaakt op de jonge Corbusier. Het inspireerde hem niet alleen bij het uitwerken van zijn plannen voor de Unité d'Habitation, maar een halve eeuw later nog eens bij het ontwerpen van het Couvent de la Tourette en het indelen van het complex op een manier die paste bij de belangrijkste aspecten van het kloosterleven: het wonen, het studeren, communautaire ruimtes zoals de refter en de bibliotheek en natuurlijk het spirituele leven. Hoewel je dat in het gebouw enigszins ervaart, is het aan de buitenkant vele malen eenvoudiger te onderscheiden. Het klooster heeft de vorm van een rechthoek, de noordkant wordt afgeschermd door het hoge kerkgebouw dat ietsje los lijkt te staan van de rest. De lage oostkant ligt parallel aan de daar lopende landweg, waardoor de schijn wordt gewekt dat het maar drie verdiepingen heeft, in werkelijkheid zijn het er vijf. De bovenste twee die je langs de weg ziet, lopen door langs alle drie de kanten van het gebouw en liggen er als een brede band omheen. Daar bevinden zich de 100 kloostercellen, die net een abstracte interpretatie zijn van de doornenkroon die Jezus aan het kruis droeg. Verder lopend naar de zuidkant wordt zichtbaar dat de architect ook hier weer gebruik heeft gemaakt van het terrein dat hij aantrof: de helling van een heuvel. Hij ging op dezelfde manier aan het werk als met de Unités de Camping in Roquebrune, als je een gebouw op palen zet is het toch niet nodig om de bouwplaats te egaliseren! Ergo aan de zuidkant worden de “pilotis”, de betonnen steunen onder het gebouw voor het eerst zichtbaar en door de palen heen kun je het een verdieping lager gelegen atrium zien liggen. We lopen zover mogelijk door langs de gemaaide akker en dan het bos in. Het pad draait naar rechts en nogmaals naar rechts alsof het je de gevels aan de westkant op de mooiste manier wil laten zien: in het avondlicht. Zo worden langzaam maar zeker de muzikale ramen van Xenakis onder de dubbele rij kloostercellen zichtbaar. We herkennen de klaslokalen aan de zuidkant, maar wandelen verder terwijl de Spaanse architecten door de velden sjouwen met driepoot en camera en aan de lopende band foto's maken. De westelijke façade is veruit de grootste, de meest gevarieerde, de rommeligste en misschien daarom wel de fraaiste. Alle vijf niveaus zijn nu zichtbaar: direct onder de onzichtbare daktuin liggen de twee rijen strak vormgegeven raampartijen van de cellen, daaronder de verdieping met leslokalen en daar weer onder de refter en de keuken. Die twee lagere verdieping hebben de hoge in beton gevatte muzikale ramen van Xenakis. Op de begane grond tenslotte facilitaire ruimtes. De bijna kathedrale kerk met het uiterlijk van een grote betonnen blokkendoos komt dichterbij, dankzij het bijwonen van de vespers weten we dat in de blinde alkoof die een flink stuk boven de grond hangt, het kerkorgel is gebouwd. Het orgel dat naarmate we dichterbij komen luider en luider klinkt, terwijl er tijdens de vespers nota bene a capella werd gezongen. Nieuwsgierig geworden proberen we tevergeefs via de zijdeur naar binnen te gaan, die zit potdicht. Dan maar via het klooster. Daar staat de kerkdeur op een kier, de orgelmuziek herinnert me plots aan een van de scènes van de Rocky Horrorshow....... wordt vervolgd |