|
ROUTE LE CORBUSIER – 15 (19102014) Dag 6 – Firminy – Maison de la Culture – Stadion / Marseille – Hotel le Corbusier – kamer 836. De lange snelweg heeft voor mij trouwens toch wel wat weg van een “memory lane”. Halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw moest ik voor mijn werk een paar keer naar Berre-'l'Etang dat in de buurt van Marseille ligt. Het fabriekscomplex van mijn werkgever lag op een industrieterrein waarop voorheen een groot wijngoed was gevestigd. Daarvan was een klein deel bewaard gebleven, het deel waarop tussen de wijnranken en bomen het Maison de Chasse, het jachthuis van de oorspronkelijke eigenaren stond. Het was omgebouwd tot een bedrijfsrestaurant dat van de Michelininspecteurs minstens één ster zou krijgen. Daar gebruikten de directie en hun gasten de lunch en wat voor een. Te veel gangen en bij iedere gang een andere voortreffelijk passende wijn én uiteraard vooraf een passend aperitief en bij de koffie een passend digestief. Na dat al werd er gewoon weer hard gewerkt. We logeerden steevast in het comfortabele hotel “Le Pigonnet” in Aix-en-Provence, waar 's avonds in de oude stad dan nog licht moest worden gedineerd. Bij een van die bezoeken maakte ik tijdens een zakelijke lunch in een restaurant aan de oude haven van Marseille kennis met “kir”, frisse witte wijn met een scheutje crème de cassis de Dijon. Tot op de dag van vandaag mijn favoriete zomerdrankje. Al mijmerend komt de Middellandse Zee – “Middellandse Zee souvenir van een zomer, enkel al het woord is als wijn op de tong” zong Anita Berry in een ver verleden – in beeld en daarna de buitenwijken van Marseille. Zo'n beetje aan de andere kant van de stad ligt aan de Boulevard Michelet, midden in de wijk Saint-Anne, de eerst gebouwde Unité d'Habitation. Dit is de derde Cité Radieuse die we binnen een week bezoeken, deze keer zonder déjà-vugevoel te krijgen. Dat komt doordat dit gebouw niet solitair op een heuvel ligt, maar vooral omdat we hier twee dagen gaan logeren en als het ware als “bewoners” naar binnen gaan. Een paar nachten in een gebouw slapen en het dagelijkse va-et-vient beleven, zal ongetwijfeld een heel andere ervaring zijn dan een korte visite. Er in overnachten kan omdat een paar slimme ondernemers in de loop der tijd een aantal appartementen hebben gekocht, die ze als hotelkamers verhuren. Architectuurliefhebbers uit de hele wereld komen er op af en een kamer boeken valt niet echt mee, maar uiteindelijk is het gelukt. “We hebben alleen niet twee nachten hetzelfde appartement beschikbaar, maar wel twee verschillende.” Beter kan het toch niet, want op die manier zien we immers meer van wat er achter de voordeuren is verborgen. Een gesprek in 1945 tussen Raoul Dautry – de Franse Minister van Wederopbouw - en Le Corbusier maakte de weg vrij voor de bouw in Marseille: “Welke stad ben je aan het plannen?”, vroeg de Minister. “Geen enkele”, was het antwoord van Le Corbusier. “Welk gebouw ben je aan het bouwen?” wederom was het antwoord negatief. “Nou dan, zou je niet een van je collectieve huizen voor de bevolking van Marseille willen bouwen?” Waarop Le Corbu antwoordde “Op een voorwaarde, dat ik me niet aan de bestaande bouwvoorschriften hoef te houden.” Een paar maanden later ontving hij de officiële opdracht, de bouw begon in 1947. Door materiaalschaarste werd het plan om de verticale tuinstad rond een metalen skelet te bouwen noodgedwongen verlaten, er kwam gewapend beton voor in de plaats. De 337 appartementen voor de huisvesting van 1.600 personen zouden tussen 1947 en 1952 met moeite en pijn worden gebouwd. Dankzij de actieve steun van de latere burgemeester van Firminy – die gelijktijdig Minister van Wederopbouw was – werd het project tot een goed einde gebracht. Én als een soort bonus kreeg Le Corbusier de vervolgopdracht om Firminy Vert mede te ontwikkelen. Ons kent ons, ook in Frankrijk. wordt vervolgd |