ROUTE LE CORBUSIER - 11 (25092014)

Dag 5 – Firminy – Unité d'Habitation – Église Saint-Pierre.
Het gevoel van déjà vu dat opkomt als we de auto voor de Cité Radieuse van Firminy-Vert parkeren, ebt gelijk weer weg door het bordje bij de voor gehandicapten gereserveerde parkeerplaats. Daarop staat: VOUS PRENEZ MON EMPLACEMENT PRENEZ AUSSI MON HANDICAP. Oftewel een uitnodiging van degene voor wie deze plek is gereserveerd dat indien iemand de parkeerplek wil gebruiken, die dan de bijbehorende handicap ook maar moet overnemen. Dit soort morbide humor ontbrak bij het vrijwel identieke gebouw in Briey-en-Forêt. Le Corbusier heeft dit bordje nooit gezien en er dus nooit zo om kunnen grinniken zoals wij vandaag. Een paar maanden nadat de bouw van het complex was begonnen, verdronk hij op 27 augustus 1965 voor de kust van Roquebrune-Cap-Martin – vlakbij Nice – in de Middellandse Zee. “De verticale tuinstad” werd daarna afgebouwd onder leiding van André Wogenscky, een naaste medewerker van overleden architect. Sociale woningbouw was het, een HLM, een Habitation à Loyer Modéré die vooral diende voor de huisvesting van de laagste inkomensgroepen en mijlenver afstaat van de in Nederland gebouwde tuindorpen zoals Vreewijk in Rotterdam of de Arnhemse Geitenkamp of Ciudad Evita aan de buitenkant van Buenos Aires waar veel ruimte, veel groen en vooral laagbouw zijn te vinden. Nee het lijkt meer op een vroege mini-versie van de door Rem Koolhaas ontworpen kolossale “verticale stad” op de Rotterdamse Wilhelminapier die ik niet anders kan zien als het voortborduren op en het toe-eigenen van de ideeën van Le Corbusier.

Net als die in Briey raakte de cité van Firminy al snel in verval – maar goed dat er geen drie zijn gebouwd, bedenk ik met de kennis van achteraf – de noordelijke vleugel werd in 1983 gesloten nadat die grotendeels leeg was komen te staan en/of onbewoonbaar was geworden. In dezelfde documentaire waarin de abominabele woon- en leefomstandigheden in Firminy la Noire van voorheen worden getoond, komt een hautaine Corbusier aan het woord nadat er kritiek op het ontwerp van “zijn Cité” was geleverd. Hij vindt dat de mensen niet zo moeten zeuren en blij moeten zijn met hun van alle moderne gemakken voorziene nieuwe appartementen. Maar ja, ik kan me goed voorstellen dat het verruilen van een gezellige volkswijk in het centrum voor een buiten stad op een heuvel gelegen betonnen blokkendoos van 20 verdiepingen geen aantrekkelijk idee was. Na bijna 20 jaar leegstand werd de noordelijke vleugel gerenoveerd en opnieuw ingedeeld – dat wil zeggen dat de appartementen groter werden gemaakt – en deels verkocht. Uitgepond, zoals dat zo mooi heet. Het gebouw kan vandaag niet worden bezocht - en op werkdagen uitsluitend op afspraak – , dus zijn we veroordeeld tot het exterieur waarvan de niet gerenoveerde vleugel er nog steeds verwaarloosd uitziet. In het gras vinden we een televisie-afstandsbediening, gisteravond na een ruzie over de zenderkeuze naar buiten gegooid? Het bijbehorende toestel kunnen we niet ontdekken.... Op de gevel het bordje “Monument Historique” met de specificatie: “Pilotis, façades, école maternelle et toit terrasse”, wat er dus óp die palen staat, onder het dakterras en tussen de gevels zit, is kennelijk de moeite niet waard. Het kleuterschooltje werd overigens in 1998 gesloten............

De afbeelding van de Modulor, toch een min of meer de signatuur van Le Corbusier, is meervoudig in het beton naast de voordeur gehakt. Om het karakter van het gebouw te benadrukken zijn in de lijst een boom, een wolk en een zonnetje te zien: groen, ruimte en licht, de Cité Radieuse ten voeten uit. Het doet hier ook stukken authentieker aan bij de naamgenoot in Briey, omdat het grotendeels nog wordt bewoond zoals het bedoeld was: minder draagkrachtige huurders, lekker slordig tot ietwat rommelig en zonder het gelikte uiterlijk van een met veel geld opgeknapt gebouw. We rijden langs de bushalte met de naam “LE CORBUSIER” van het parkeerterrein af op zoek naar de Église Saint-Pierre, de Sint Pieterskerk van Firminy. Het is een rit over een weg met aan de rechterkant betonnen hoogbouw en aan de linkerkant de diepte van de voormalige openluchtmijn. Ter hoogte van een begraafplaats zien we opeens de zeer herkenbare kerk in de diepte liggen. Op de voorgrond het culturele centrum en het stadion, op de achtergrond links betonnen hoogbouw – nog meer verticale groene stad dus – rechts vrijstaande huizen en op de achtergrond een beboste heuvel, het groen dat Firminy-Vert in onze ogen zo ontbeert. Hoewel de kerk al jaren voordat die was voltooid tot historisch monument werd verheven, vraag ik me desalniettemin af in hoeverre we hier met een “echte” Corbusier te maken hebben. Immers, voorstudie gedaan door André Sive in 1957, daarna werd Le Corbusier betrokken die in 1965 overleed, in 1973 werd het eerste beton gestort, door het failliet van de aannemer en door geldgebrek werd de bouw in 1978 gestaakt. In 2006, ruim 40 jaar na het overlijden van Le Corbusier, wordt de kerk eindelijk in gebruik genomen. Een geschiedenis die eigenlijk mooi aansluit bij de traditie van de middeleeuwse kathedralenbouw.

wordt vervolgd