|
ROUTE LE CORBUSIER - 4 (14082014)
Dag 1 – Eindhoven – Objet Mathématique.
Lang geleden leerde ik tijdens de Bijbelles op de Zondagsschool: “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren” (Genesis 3, 1-24) en dat gebeurde dus eveneens met het Brusselse Philipspaviljoen. Toch bleef er iets bewaard: het Objet Mathématique, dat in er in eerste instantie helemaal niet bij hoorde en een noodzakelijke toevoeging achteraf was omdat de ingang moeilijk te vinden bleek te zijn. Dat “objet” werd door de mannen van Philips als een soort trofee mee terug naar huis genomen, waar het naderhand terecht kwam in het Centrum Kunstlicht in de Kunst dat was gevestigd in de allereerste gloeilampenfabriek die Philips in Eindhoven had gebouwd. De TU/e (Technische Universiteit Eindhoven) kreeg het in 1998 in bruikleen en het werd vervolgens 2011 aan de universiteit geschonken tezamen met een aantal uit het Philipspaviljoen afkomstige glasplaten. De campus van de Technische Universiteit ligt er verlaten bij, de zomervakantie is deze week begonnen. Niemand die ons een strobreed in de weg legt, niemand die ons vraagt wat we komen doen. Helaas zijn niet alleen de studenten vertrokken, doch ook de conservator van de kunstcollectie die mij de glasplaten had willen laten zien. Die had ik graag willen vergelijken met de glaskunst in gebouwen van Le Corbusier die tijdens deze reis zullen worden bezocht. Terwijl ik in de hal van het auditorium op mijn reisgenote wacht, zie ik het Objet ietwat verloren in de groene ruimte staan. Zeer herkenbaar, doch op afstand teleurstellend eenvoudig en bedenkelijk klein. Dat komt natuurlijk mede doordat de oorspronkelijke context, die van het grijze paviljoen, is vervangen door een frisse zomers gekleurde omgeving die uit gazons, struiken en bomen bestaat.
Ogen dicht, er naartoe wandelen en opnieuw beginnen. Ook al is het geen gebouw, dit is wel het enige door Le Corbusier ontworpen object in de vaderlandse openbare ruimte. De eenvoudige, doch fleurige richtingwijzer bestaat uit een frame van gegalvaniseerde metalen buizen die op ingenieuze wijze de basis van het geheel vormt. Aan de bovenzijde een drietal gekleurde driehoeken van metaal die een kleinere uit driehoeken en vierkanten samengestelde constructie afschermt waaraan het met neonletters geschreven woord “Poème Électronique” is bevestigd. Op de schakelkast ernaast twee “historische” foto's: Le Corbu met Louis Kalff, die namens Philips met geld strooide en de architect contracteerde en een zwart-wit foto waarop is te zien hoe de richtingaanwijzer functioneerde. Het leukste detail op die tweede foto vind ik eigenlijk de non die er uiterst links op staat, net zoals het paviljoen iets uit de verleden tijd. Vanaf het terras van het iets verderop gelegen restaurant bewonderen we een kop cappuccino lang “SOH 19”, een hedendaags kunstwerk van Alex Vermeulen dat bestaat uit 88 op het water drijvende “eieren” die zijn voorzien van een zonnepaneel. Daarmee wordt elektriciteit opgewekt die wordt omgezet in een magnetisch veld, dat vervolgens een midden in de vijver geplaatste transparante cilinder met daarin een amorfe figuur naar boven duwt en aldus zichtbaar maakt. Hoe meer “magnetisme” hoe hoger de cilinder boven het wateroppervlak uitsteekt, vandaag is de opwekkingscapaciteit van de eieren zo laag, dat de cilinder onzichtbaar is. En dat was het dan. Gelukkig zijn we en route naar de Franse Ardennen, want om nu enkel voor deze twee kunstwerken naar Eindhoven te gaan, nee dat zou wat overdreven zijn geweest. Wat ons betreft heeft het Objet Mathématique voor onze Route Corbusier dezelfde functie als het tijdens de Expo '58 voor de bezoekers van het Philipspaviljoen had: het geeft de richting aan die we moeten volgen om nog veel meer te kunnen ontdekken.
Dag 2 – Briey-en-Forêt – Unité d'habitation / Avioth – Basiliek.
Aan de horizon duikt op een heuvel een betonnen kolos op die een flink stuk boven de bomen uitsteekt. Het gebouw valt totaal uit de toon bij de rest van de landelijke omgeving met – behalve oerlelijke graansilo's – nauwelijks andere hoogbouw, pure horizonvervuiling. Het zou een lelijk fabrieksgebouw kunnen zijn, een kantoorkolos, een indruk die wordt versterkt omdat het erop lijkt of er binnen alleen maar tl-buizen branden. Met enige vertraging valt het kwartje: het is Le Cobusier's in 1960 gebouwde Cité Radieuse in Briey-en-Forêt, de unité d'habitation waar naartoe we onderweg zijn. Cité Radieuse, letterlijk een stralende stadswijk, maar vooral een wijk met veel licht. De “wijk” is in deze een wooncomplex met dusdanig veel voorzieningen, dat het voor de bewoners niet nodig werd geacht om het ooit te verlaten, zowat een wijk binnen een enkele torenflat. Het gebouw bestaat grotendeels uit gestapelde woningen met veel natuurlijk licht, zoals wij in Nederland de doorzonwoning kennen. Le Corbusier bedacht het concept van de unité d'habitation al in 1927, het zou tot na WO II duren voordat het eerste complex in Marseille werd gerealiseerd. In Briey staat geen kopie, doch een variatie op hetzelfde thema. Bij een eerder bezoek kwam ik niet verder dan de voordeur, tegenwoordig kan het gebouw worden bezocht. Hoewel bezoekers uiteraard rekening dienen te houden met het heilige Franse lunchuur. Wij arriveren een kwartier voordat het zover is en worden vriendelijk, doch dringend, verzocht om wat later terug te komen voor een rondleiding. Na de lunch dus.
wordt vervolgd
|