GOEDGELOVIG BRUGGE (10082014)

Bijna middernacht in Brugge, we lopen door de donkere Carmersstraat terug naar ons logeeradres aan de Oude Zak. Dat is écht de naam van de straat. Aan de overkant de gesloten koepelkerk die bij het Engels Klooster van Onze Lieve Vrouw van Nazareth hoort. Daar wonen de Zusters Kanunnikessen en daar overleed in 1899 de dichter en schrijver Guido Gezelle, die tegen het einde van zijn leven hun geestelijke raadsman was. Op de in de buitenmuur aangebrachte gedenksteen staan zelfs zijn laatste woorden: “En 'k hoorde de vleugeltjes zoo geerne schufelen”, met tussen haakjes daarachter (laatste verzuchting). Het betekent, voor zover ik het begrijp, dat Gezelle de vogels graag hoorde fluiten, wellicht de vogels in de grote kloostertuin. Naast een niet meer in gebruik zijnde toegangsdeur is men vergeten het overbodige geëmailleerde bordje “BINNEN zonder BELLEN – ENTRER sans SONNER” weg te halen. Het maakt niets uit in het Brugge op enige afstand van de altijd overdadig met toeristen gevulde Grote Markt en omgeving. Daar zullen we dan ook met een grote boog omheen lopen, de stille straten en grachten zijn stukken mooier. Onbedoeld hebben we enig oponthoud. Op de hoek van de Korte Speelmanstraat steekt een grote lantaarn uit de gevel die, zo ontdekken we, een daar bevestigd religieus kunstwerk belicht. Jezus aan het kruis op Golgotha, de kruisberg. Overdag zouden we misschien zijn doorgelopen, omdat het niet tegen de muur in de looprichting hangt. ’t Ziet er bijzonder uit, morgen bij daglicht maar eens beter gaan bekijken.

Een wandeling door Brugge is bijna een wandeling door een museum in de open lucht. Dat vind ik tenminste, maar sommigen vinden dat ook van de Amsterdamse grachtengordel. Brugge vind ik echter serener, schoner, gevarieerder en zichtbaar religieuzer. Kreeg de Amsterdamse economie in de 17e eeuw niet een enorme financiële injectie van naar de Nederlanden gevluchte Iberische Joden, Franse Hugenoten en Vlaamse protestanten? Wat in bijvoorbeeld Brugge, Gent en Antwerpen al was gebouwd, werd toen aan de Amsterdamse grachten nog eens een dunnetjes overgedaan. Dankzij de felgele aanvragen voor een bouwvergunning die opvallend zichtbaar zijn opgehangen, wordt duidelijk dat de vele monumenten goed worden onderhouden. Alhoewel dat soms wat ridicule trekjes heeft. Zoals bij de Sint-Annakerk, toevallig de kerk waar Guido Gezelle werd gedoopt en die op minder dan 10 minuten lopen ligt van de plek waar hij overleed. Volgens de vergunningaanvraag zou dit godshuis een “kerkfabriek” zijn en betreft het “het aanbrengen van een handgreep aan de hoofdingang”. Kan het erger? Pure nostalgie was het waarom ik langs de kerk wilde lopen. 't Is de eerste keer in 25 jaar dat ik in Brugge ben zonder een bevriende kunstschilder en zijn vrouw te kunnen bezoeken. Zij woonden tot voor kort tegenover de kerk, deze keer dineerden we bij zijn zoon en daardoor werd “Annaatje van 't Pitje” ontdekt.

Het lijkt wel of al die kerken en Mariabeelden in de gevels van huizen – was het wellicht een bouwvoorschrift? – nodig waren om de Brugse geloofsijver te bevestigen. Die Mariabeelden kom je erg vaak tegen in de oude stad, de ene nog mooier dan de andere, de variaties oneindig. Het moet een heuse industrie zijn geweest. En nu, na al die jaren, een nieuwe ontdekking: Golgotha, de heuvel buiten Jeruzalem waar Jezus werd gekruisigd.“DIT HOUT GESNEDEN BEELD ALS BEELD AENBIDT MEN NIET, MAER WEL DEN GOD VAN WIEN MEN HIER HET AFBEELD ZIET, NIETS WEERDIGER ALS HET HEILIG KRUIS WANT 'T IS DE SCHROOM VAN 'T HELSCH GESPUIS – 1760”. Staat naast het monument dat – zo blijkt – werd opgericht ter herinnering aan wat het weesmeisje Annaatje in die tijd overkwam. Zij werd op deze plek in de winter overvallen en in de waterput die er toen stond gegooid. Men nam aan dat ze was verdronken. Hoewel het al stevig had gedooid, lag er wonder boven wonder nog een stevige laag ijs op het water waardoor ze het overleefde. Een beeldhouwer uit de buurt maakte de sculptuur die er nu nog hangt en er na ruim 250 jaar nog bijzonder goed uitziet: rechts Annaatje die in een vreemd soort aanbidding naast de gekruisigde Jezus staat, boven hen een baldakijn met het alziend oog van God, links in een door een glazen deurtje afgesloten kastje Maria met het Kindeke Jezus. Mooie Vlaamse volkskunst die gelukkig door geen enkel streepje graffiti wordt ontsierd, hoewel de lelijke lantaarn en het verkeersbord wat er veel te dicht naast hangt dat wel doen.

Terwijl er bij het oude Jeruzalem slechts één Golgotha was, zijn er in Brugge meerdere te vinden. Op de hoek van de Sint-Jorisstraat en de Poitevinstraat is een tegeltableau van de Bruggeling Hendrik de Graer uit 1900 te zien dat het einde van de Zwarte Dood epidemie herdenkt: “GEBENEDYD GOD EN ZYNE HEILIGEN. ALTYD OPDAT GY MOOGT WEZEN VAN DE PESTE BEVRYD. IN DIT HVYS IS DE PESTE GESTVT TEN JARE 1666.” De afbeelding heeft derhalve middeleeuwse trekjes: de Jezus omringende heiligen zijn niet alleen te herkennen aan hun aureool, hun namen staan voor de zekerheid in de voet vermeld. En dan de skyline van Brugge op de achtergrond die hoofdzakelijk uit kerktorens bestaat om de vroomheid van de stad nog eens te benadrukken. Maar dat was toen. Terwijl de stad, net als van de pest in 1666, ondertussen ook van het geloof is bevrijd, blijft de in het straatbeeld zo zichtbare herinnering eraan zeer de moeite waard.