WATERBALLET (21072014)

De bewonersorganisatie bestaat 10 jaar en dat wordt groots gevierd. Op het plein voor de oude Hoogere Burgerschool is een podium gebouwd waarop buurtgenoten zullen optreden die in de culturele sectoruur werkzaam zijn. Één ervan is “Cool! Tango”, die wil ik graag zien om de opkomende lichte heimwee naar Buenos Aires de kop in te drukken. Dat de tangodansers Hendrik-Jan en Marieke heten, helpt niet echt. De door Alfredo de Angelis gezongen klassieke tango's waarop zij bewegen, maken echter veel goed. Ik betrap mij er wel op meer naar de woorden van de tragische liefdesgeschiedenis die wordt bezongen te luisteren, dan oog te hebben voor de nogal overdreven danspassen van Hendrik-Jan. Als de ceremoniemeester een korte rondleiding door het schoolgebouw voor niet meer dan 10 deelnemers aankondigt, sta ik toevallig net strategisch op de trappen van de ingang. Het is behoorlijk lang geleden dat ik voor het laatst de treden van de stoere centrale trap met mooie metalen art deco leuningen beklom. Dat gebeurde drie avonden per week onderweg naar een klaslokaal van het Avond Lyceum, onderdeel van de strafcorvee om het gedwongen afscheid van de dagopleiding enigszins recht te zetten. Leerlingen heeft het gebouw al tientallen jaren niet meer binnen de muren gehad, de meeste leslokalen zijn in gebruik als ateliers voor beeldend kunstenaars, daarnaast hebben twee dansgroepen er hun thuisbasis en oefenruimtes. Eenmaal terug bij de voordeur kan ik gelijk weer terug naar boven, naar de studio van de dansgroep “Conny Janssen Danst” die aan de kopse kant van het gebouw ligt, lekker veel ramen en dus veel licht. Er wordt gedemonstreerd hoe het lichaam van de dansers zelf het geluid en ritme kan produceren om de dans te begeleiden én er wordt een voorproefje gegeven van hun nieuwe productie “Mirror, Mirror”. Bij het verlaten van de school zie ik ter aankondiging daarvan naast de oude conciërgekamer de uitnodigende affiche hangen, het tweede voorproefje. Daarop staat een danseres die is gekleed in ruim vallende oranje werkkleding – de mouwen Rotterdams opgestroopt – die op haar blote voeten in een plas water staat met op de achtergrond havenkranen. Of misschien loopt ze zelfs heel Messiaans wel óp het water van de haven.

Een week of zes later herhaalt dit beeld zich in de verduisterde Onderzeebootloods van wijlen de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, de locatie waar “Mirror, Mirror” zal worden gedanst. De gigantische hal zonder ramen – de onderzeeboten in aanbouw moesten worden afgeschermd tegen nieuwsgierige blikken van buiten – bestaat uit drie even grote kathedrale ruimten waarvan er twee voor vier weken een culturele bestemming hebben gekregen. De oostelijke hal fungeert tijdelijk als foyer-restaurant-expositieruimte, de middelste is ingericht als een gelegenheidsdanstheater. En wat voor een! Hoewel dat pas goed zichtbaar wordt als de voorstelling al een tijdje bezig is. De danseres in de oranje – van dekzeil gemaakte? – jas, zit gevangen in het licht van een spot geduldig op een trap te wachten tot het publiek er klaar voor is. Ze staart richting tribune over een enorme plas water ter grootte van minstens een half voetbalveld: het podium. Het publiek zit, zij staat op en begint zonder enige haast door het water lopend haar jas uit te trekken, het ballet begint.

Langzaam maar zeker komt de loods tot leven en wordt er laagje voor laagje onthuld in wat voor een bijzonder decor we ons bevinden. Het water is enkeldiep, de dansers hebben slimme schoenen aan en latex kleding waar het regelmatig opspattende water vanzelf weer afglijdt. Heel functioneel allemaal, echt Rotterdams. Boven het nog duistere water lijkt een enorme zwarte discobal te hangen, een niet verlichte maan misschien. Het is echter een spiegel die kort na de aanvang als de maan aan de hemel klimt en pas zichtbaar wordt nadat er iets meer verlichting komt. De Simfonia Rotterdam begeleidt de dansers met moderne klassieken, composities van Philip Glass, Jody Talbot en John Adams. Het orkest zit halverwege de hal op de entresol boven de onder water staande dansvloer die, zo blijkt, de grootte van een voetbalveld moet hebben. De akoestiek is van onverwacht goede kwaliteit, de enscenering en choreografie van Conny Janssen zijn uniek. Mirror, Mirror. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand. Er hangt een sprookjesachtige sfeer, ik kom oren en ogen te kort. De dansers dansen niet alleen, ze gebruiken hun lichaam als klankkast en sommigen hun stembanden voor het uitslaan van rauwe geluiden. Het lopen en rennen door het water voegt een extra geluid toe, in de spiegels weerspiegelen het licht en de patronen die door de dansers in het water worden achtergelaten. Waarom wordt het Zwanenmeer eigenlijk nooit eens zo gedanst? Dankzij de slimme belichting dansen er zelfs schaduwen mee op de ruige muren...... De half open ruimte waarin het orkest zit fungeert als een buitengewone klankkast. Wat spelen die musici goed zeg, alsof ze een concert zonder de dansers verzorgen in plaats van hen te begeleiden. En dan gaat na anderhalf uur zomaar het licht uit, opeens is het muisstil, het waterballet is voorbij, de betovering wordt door luid applaus verbroken. Even later is het tijdelijke theater, de voor een paar uur gereanimeerde Onderzeebootloods, gewoon weer een afgedankte fabriekshal.