SPOORLOOS (01072014)
“Parijs 17 januari 1991, de dag dat de Golfoorlog uitbrak” heb ik destijds achterop de foto geschreven. Op de voorkant daarvan leun ik ontspannen tegen het toen nog kale hekwerk van de Pont des Arts. In mijn hand heb ik de Herald Tribune met op de voorpagina de aankondiging van de die nacht begonnen oorlog. Zodoende hoef ik nooit lang na te denken indien mij zou worden gevraagd: “waar was jij toen Golfoorlog uitbrak?” Bovendien weet ik nog goed waarom ik in Parijs was: om tijdens een kort verblijf in het vaderland twee bevriende beeldende kunstenaars te assisteren bij het inrichten van een tentoonstelling én om wat af te koelen. Dat was hard nodig na mijn eerste volle jaar in Nigeria, na twaalf lange maanden van tropische warmte en een luchtvochtigheid die veel te vaak tussen de 90 en 100% bedroeg. In Rotterdam werden op 16 januari zware beelden ingeladen en een paar uur later kwamen er in Brugge de nodige schilderijen bij. Reisdoel: Longjumeau aan de zuidkant van de Franse hoofdstad. Daar werd alles weer uitgeladen om vervolgens in de galerie te worden geïnstalleerd en gehangen, de beelden van Louis Damen en de schilderijen van Gilbert Swimberghe. ADCA heette die galerie, de afkorting van Association pour le Développement de la Connaissance des Arts. Niets meer, niets minder, behoorlijk imposant. Terwijl wij na gedane arbeid een glas of wat dronken en wat snackten, begonnen geallieerde troepen Saddam Hussain's leger uit Koeweit terug naar huis, terug naar Baghdad te jagen.
Eind juni 2014 loop ik voor de zoveelste keer sindsdien over de Pont des Arts, die intussen wereldberoemd geworden. Niet omdat de verbinding tussen het Louvre en het Institut de France zo'n speciale brug is, zelf vind ik het een nogal atypische Parijse brug. 't Is een houten voetgangersbrug met een afrastering die hoofdzakelijk uit een soort stevig kippengaas – type “harmonika” – bestaat. Wanneer het is begonnen, is wat duister – in ieder geval na 1991 – maar het is een ware rage geworden dat verliefden een slotje aan het gaas hangen en vervolgens het sleuteltje daarvan in de Seine gooien. Eeuwige liefde schijnt daarmee gegarandeerd te zijn, maar het vormt ook een steeds zwaardere belasting voor de brug. Nog maar een paar weken geleden werd die afgesloten omdat er gevaar voor instorting zou bestaan, hetgeen tenminste bureaucratische overdrijving lijkt te zijn omdat slechts een klein stukje afrastering het had begeven onder het gewicht van de slotjes. Die plek is nu goed afgeschermd door een paar houten planken. De brug ligt er letterlijk glimmend bij door het weerkaatsen van de vroege ochtendzon op het koper en de messing van de slotjes. Sinds de vorige keer dat ik hier liep, is het gewicht dat er hangt zichtbaar toegenomen. Voorheen werden de slotjes keurig een voor een aan het gaas gehangen, nu worden ze bij gebrek aan plaats aan elkaar gekoppeld en vormen aldus een vreemd soort druiventrossen.
Catherine, de eigenaresse van Galerie ADCA, was achteraf bezien veel te aardig om betrouwbaar te kunnen zijn. Is er wat verkocht? Wanneer kan er worden afgerekend? Wanneer kunnen de niet verkochte werken worden opgehaald? Het was en bleef min of meer eenrichtingsverkeer vanuit Brugge en Rotterdam. Vage en nietszeggende reacties slechts, vandaar dat we ruim 23 jaar na dato op zoek gaan naar die dame. ADCA bestaat al lang niet meer, maar is volgens welingelichte bronnen opgevolgd door de Galerie Orion die in de buurt van de Place de la Nation gevestigd zou zijn. In de Rue des Immeubles-Industriels, een mooie historische straat, zo ontdekken we. Een korte straat met een lengte van slechts 180 meter met aan beide zijden het strakke patroon van identieke gevels, mathematisch strak. Met achter die in 1873 gebouwde gevels een voor die tijd ongekend comfort van gas en warm en koud stromend water! Bovendien was er in de kelder een op stoom draaiende installatie gebouwd die de 230 op de onderste verdiepingen gevestigde ateliers en werkplaatsen van energie voorzag. Dat waren toentertijd vooral meubelmakers en houtbewerkers, dat was toen. In 2014 zitten er van allerlei bedrijven en instellingen, maar geen Galerie Orion. We doen navraag en de man die bij een groothandel in sanitair werkt, wijst ons de bedrijfsruimte aan waarin een galerie zit, die heet echter “Parisconcret”. Geen kunstwerk te zien, tenzij de verzameling schildersspullen op de vloer van de verder lege ruimte als een spontane installatie zou kunnen worden aangemerkt.....
Ondanks dat we geen stap verder zijn gekomen, zijn er beelden van deze sobere strakke straat die me bij zullen blijven. In de eerste plaats de ijzeren kolommen in de gevel met de naam van de gieterij waar ze werden gemaakt: A. DURENNE – maître de forges. Het moet haast wel industrieel werk zijn geweest om de schoorsteen te laten roken, want op het internet zijn alleen maar de mooie fonteinen en beelden te vinden die in zijn atelier werden gegoten. En dan is daar de plaquette met een bos verwelkende bloemen van de Mairie eronder: hier woonde Marcel Rajman. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van een verzetsgroep en werd op 21 jarige leeftijd door de Duitsers gefusilleerd. Tja en dan die beelden en schilderijen, de galerie en Catherine, die zijn na 23 jaar nog steeds spoorloos. Hoewel er recent een nieuw aanknopingspunt is gevonden en de speurtocht dus gewoon doorgaat. Totdat er is afgerekend of de werken terug zullen zijn.