BAKFIETS MET DROOGKAP (01032014)

De muziek in de kleine basiliek komt niet uit het koor of van het orgel, de muziek waait vanaf de overkant naar binnen. Openstaande deuren laten niet alleen mensen naar binnen, maar ook de geuren en klanken uit de buurt. Een belegen zanger vermaakt op het terras van het pal tegenover de kerk gelegen restaurant “Drugstore” de lunchgasten met Caraïbische ritmes. Zingen voor de kerk, dus in ieder geval is ie voor het zingen de kerk uit geweest. Het is zo'n moment ver weg van het vaderland en ietwat ongepast dat deze inventieve vrije vertaling van “coïtus interruptes” met enige nostalgie door mijn hoofd speelt. Dat komt mede doordat die muziek hier in Uruguay helemaal niet thuishoort, midden in het historische centrum van Colonia del Sacramento. Een oude Portugese enclave in een regio die tot 200 jaar geleden door de Spanjaarden werd gedomineerd en vrijwel recht tegenover Buenos Aires aan de Río de la Plata ligt. De rivier is hier echter wel zo'n 50 kilometer breed, vanuit Colonia kun je bij helder weer de skyline van de Argentijnse hoofdstad zien, omgekeerd valt er bij gebrek aan hoogbouw weinig te ontwaren. In een documentaire over de zoektocht van Magellaan naar een alternatieve zeeroute naar Oost-Indië die ik ooit zag, werd verhaald hoe die dacht de zuidpunt van Zuid-Amerika te hebben bereikt toen zijn flottielje de rivier opvoer en hoe teleurgesteld hij was toen hij doorkreeg een fuik te zijn ingezeild. Terug naar af en verder naar het zuiden. De aanhouder won uiteindelijk, hoewel hij het zelf nooit heeft kunnen navertellen. Tijdens een wat domme macho militaire operatie om stamhoofden op een Filipijns eiland een lesje te leren, sneefde hij.

Colonia is een onthaast stadje, zoals heel Uruguay een onthaast land lijkt te zijn. In het met stevige kasseien bestrate straatje naast de kroeg wordt dit onderstreept door de heel erg oude zwarte Citroën Traction Avant die daar 12 jaar geleden tijdens mijn eerste bezoek ook al geparkeerd stond. Aan de overkant zijn ondertussen wat requisieten toegevoegd: een oude handnaaimachine in een vensterbank met schuin ervoor een bakfiets met planten in de bak met daarnaast een heerlijk ouderwetse droogkap. Een oorspronkelijke installatie in de open lucht die daar zomaar door een paar dwarse bewoners is neergezet en die door niemand wordt aangeraakt of bij de vuilnisman wordt gezet. Hoewel ook de vuilnisman zou moeten worden geprezen omdat die heeft onderkent dat het geen huishoudelijk afval betreft, doch een heus bijna kunstwerk. Wij logeren eveneens in een bijna kunstwerk, in een “casa chorizo”, een diep huis van twee verdiepingen met een ruime patio van een beeldend kunstenaar. Die heeft er vier thematische kamers ingericht, wij hebben voor de “Atelier Suite” gekozen, een schildersatelier! Het grote bed wordt omringd door potten met penselen, ezels, maagdelijke doeken die nog beschilderd moeten worden, tekeningen en schilderijen. Van ruimtes die zijn ingerichte met een hang naar het verleden zijn er trouwens nog veel meer in Colonia. Tot en met in het restaurant met hooguit vijf tafels waar we dineren worden we enkel door een nostalgische beelden omringd: grammofoonplaten, sepia familiefoto's, semi-antieke prullaria, kleine schilderijtjes op kleine ezeltjes. En tot en met het mooiste Uruguayaanse bankbiljet, dat van 200 Pesos, waarop een “dansfeest” schilderij van de in de regio beroemde schilder Pedro Figari staat afgebeeld.

Dé grote attractie van Colonia ligt echter binnen de muren van het oude Portugese fort, dat in 1995 tot Werelderfgoed werd verheven. Buiten de overdadige aanwezigheid van restaurants en souvenirwinkels is er een aardig circuit van kleine museums die de geschiedenis van het stadje belichten. Er zijn er acht die voor een habbekrats - een toegangsbewijs kost minder dan 2€! – kunnen worden bezocht. Het zijn over het algemeen kleine ruimtes in oude huizen, waarvan er maar twee of drie iets laten zien waar je de tijd voor moet nemen. Zo'n leeg oud huis met tafels en stoelen en een bed, zoals het Museo Casa de Nacarello, of die ene ruimte in het Museo Archivo Regionaal heb je in een handomdraai bekeken. Ondanks het bordje “ABIERTO – OPEN” en de verwijzing naar de ingang, zit het in een fraai koloniaal pand gevestigde Museo Español potdicht. Het Museo Azulejo – het Tegeltjesmuseum – bestaat uit een enkele ruimte die niet groter is dan mijn huiskamer, derhalve zijn er niet al te veel blauw-witte tegeltjes te zien. Het Museo Indígena is gewijd aan de oorspronkelijke bewoners van het gebied, de collectie bestaat uit archeologische vondsten, vooral veel platte ronde stenen met een gat erin die als gewichten voor de visnetten werden gebruikt. Gevonden op de bodem van de rivier, kasten vol. En dan valt mijn oog op het allerergste wat ik me in een museum vol met archeologische vondsten kan voorstellen: de steunen van liggende vitrines zijn gemaakt van de onderstellen van afgedankte trapnaaimachines........

Uit een restaurant klinkt de stem van Dean Martin, hij croont over clochards die in Parijs onder de bruggen van de Seine slapen, nostalgie van de bovenste plank en geheel in lijn met de onthaaste ambiance. Het Stedelijk Museum van Colonia toont veel vlinders en het prehistorische skelet van een enorm gordeldier en uiteraard veel koloniaal meubilair en zo. Niet al te veel om over naar huis te schrijven derhalve. Het is nogal warm en of je het wilt of niet begin je naar een siësta te verlangen, toch de vuurtoren maar beklimmen om de contouren van de overkant te zien. Niets dus. Een uur of zo later wacht de pont alweer, we slenteren naar de haven voor de oversteek terug naar de ADHD-stad die Buenos Aires heet. Onthaast zijn is lekker, maar het moet natuurlijk niet te lang duren.