DAGBOEK SURINAME - 32 (20012014)

Vrijdag 30 augustus 2013 – Paramaribo – Fort Nieuw Amsterdam – Mariënburg – Paramaribo.
Er gloort nieuwe hoop voor de suiker in Suriname. Staatsolie, de nationale oliemaatschappij, gaat binnenkort van start met de aanleg van een suikerplantage in de polders bij Wageningen. Het is de bedoeling om ethanol en suiker te gaan produceren en het is aan een volgende generatie schrijvers en filmmakers om ons te laten weten, welke prijs voor die suiker is of werd betaald. Staatsolie helpt ze vast een handje met een uitgebreide Milieu- en Sociale Effectenanalyse getiteld “van Suikerriet tot Ethanol en Suiker”. Helaas is de toegevoegde waarde die ethanol voor motorbrandstoffen heeft te laat gekomen om Mariënburg te redden. Een vlugge blik door de ramen van het gesloten mini-museum dat in het voormalige kantoor van de directeur is gehuisvest: een model van de fabriek, schrijfmachines, een rolodex, een sierkast gevuld met Delfts Blauw. Na deze verstilde beelden uit vervlogen tijden is het tijd om terug te gaan naar Paramaribo. Onderweg opnieuw een enorme plensbui, wij prijzen ons nogmaals gelukkig niet mee te zijn gegaan met de fietsexcursie van onze reisgenoten. Na de brug over de Surinamerivier een laatste blik op een artistieke impressie van het gezicht van President Desi Bouterse met de tekst: ik vraag u om te doen wat goed is voor onze NATIE. Politieke propaganda, zelfverheerlijking, bijval van een aanhanger? Bouterse zelf weet maar al te goed wat goed is voor de natie, hetgeen voor mijn gevoel voornamelijk is gebaseerd op de beroemde uitspraak van de Franse Zonnekoning koning Lodewijk XIV: “l'état, c'est moi”. Ter relativering staat er een grote reclame van Parbobier naast, het bier dat al tientallen jaren langer aan de macht is dan de president. 's Avonds, op het terras van café 't Vat, inderdaad onder het genot van een djogo ijskoude Parbo, concluderen we dat dit door ons zelf georganiseerde dagje uit, bijna het leukste van de hele reis was en dat we dat dure, maar zeer matige, reisbureau eigenlijk helemaal niet nodig zouden hebben gehad. Van welke Fransman de uitdrukking is weet ik niet, maar gaat in deze wel op: On apprend tous les jours!

Zaterdag 31 augustus 2013 – Paramaribo – Zanderij – Amsterdam.
Ruim op tijd op het vliegveld zijn, is kennelijk essentieel in Paramaribo. Voor de landing werd in het vliegtuig omgeroepen dat als je er niet uiterlijk om 15.30 bent, je pech hebt gehad. Omdat eenmaal weer terug op Schiphol dit een “100% controle vlucht” is, hoewel ik niet helemaal begrijp waarom daar bij het instappen aan de andere kant van de wereld al rekening mee moet worden gehouden. We vertrekken dan ook ruim op tijd vanuit het hotel richting Zanderij en rijden dankzij het vroege zaterdagmiddag weekendspitsuur – de winkels sluiten om 2 uur – nog wat om door het centrum. Langs houten huizen uit de koloniale tijd die nu nog op de Werelderfgoedlijst staan, maar door slecht onderhoud en verval ervan verwijderd dreigen te worden. Door de Domineestraat langs het ooit befaamde warenhuis Kersten, eigendom van de Moravische Kerk. Ooit, want het is gesloten en ziet er verlept uit. Ingehaald door de Chinese Malls. Langs Beni's Christmas Palace, langs de opkopers van illegaal gemijnd goud, langs de autoherstelwerkplaats met een oud wrak in de gevel, langs de verzenders van pakketten naar Nederland, langs de aftandse richtingaanwijzer ZANDERIJ 44.

In de vertrekhal gaat het bijna mis als we onze bagage af willen geven bij de drop off balie. Nee, dat mag niet van de strenge dame die de instapkaart controleert “U bent red carpet passagiers” en of we het willen of niet dient de bagage dan via de rode loper te worden afgegeven........ Onderweg naar de paspoortcontrole is er een strikte controle van het gewicht van de handbagage, die voor iedereen zichtbaar op een oude industriële weegschaal moet worden gewogen. Hoewel ik aardig wat heb meegemaakt, is me dit nog nergens ter wereld overkomen. Het gekste dat ik me herinner gebeurde lang geleden op het vliegveld van Libreville, waar je in een soort pashokje werd gefouilleerd om te kijken of je een verboden hoeveelheid deviezen uitvoerde. “Doe je schoen uit”, werd me nors opgedragen. Ik begon met de veters van mijn rechterschoen los te maken en kreeg toen de opdracht dat het de andere moest zijn en daarna ook de sok uit. Tja, daar zat het geld ook niet in. In de lounge hangen de ventilatoren in de vrije ruimte, airconditioning is zinloos omdat de lounge slechts met een tussenwand is gescheiden van de rest van de grote hangar die hier vertrekhal heet. Na het opstijgen, herken ik de bij Overbridge in de Surinamerivier afgezonken schepen en wat later Fort Nieuw- Amsterdam. In Oud-Amsterdam valt de “100% controle” reuze mee. Passagier en bagage moeten in een afgeschermde ruimte door de scanner, daarna lange tafels waarop verdachte koffers met de hand worden gecontroleerd. Na te zijn gescand, vraag ik aan de mevrouw van de marechaussee wat de volgende stap is. “Als u graag naar huis wilt meneer, dan is daar de uitgang!”.

slot volgt