HOCUS POCUS (11042014)
“Er zijn thans meer mensen op aarde met overgewicht dan ondervoede mensen” luidt de somber uitgesproken openingszin van de BBC documentaire “The men who made us fat”. Gelijk moet ik aan Thijs van Leer denken die een avond eerder optrad in het Teatro Coliseo van Buenos Aires en daar qua verschijning nog maar in weinig herinnerde aan de ranke jongeman uit de jaren 70 van de vorige eeuw. Die documentaire gaat over het ontstaan van obesitas, Thijs lijkt daaraan te lijden. Jeetje, wat is die gozer verschrikkelijk dik geworden en hoewel het natuurlijk om de muziek van FOCUS gaat, leidt zo'n dikke man van net 66 toch behoorlijk af. De fysieke transformatie – aftakeling is zo'n lullig woord – valt pas echt goed op als hij de toetsen van het orgel verruilt voor de fluit om vervolgens staande de solo van het destijds zo magische nummer “House of the King” in te zetten. Maar ja, nog veel erger was wat een half uur eerder gebeurde in het voorprogramma: een optreden van de Argentijnse band OXO 11X8. Hoe zal ik hun muziek omschrijven? Avant-gardistische heavy metal is het enige dat bij me opkomt, maar of deze vlag de lading dekt is niet zeker. Zelf omschrijven ze hun muziek als “rock progresivo”, zoals Focus lang geleden het etiket “progressieve rockband” kreeg opgeplakt. Op een onvriendelijke, doch erg dicht bij de werkelijkheid liggende manier, zou je de muziek van OXO – dat zijn toch van die onsmakelijke Engelse Maggiblokjes? – het beste als “enorme klereherrie” kunnen omschrijven. Zijn we hiervoor gekomen? Hebben we hiervoor een stevige entree betaald? Want eerlijk gezegd twijfelden we kort of dit nu Focus was of de supporting act. De herinnering aan hoe Focus er ook al weer uitzag, is behoorlijk vervaagd tijdens de tientallen jaren ver weg van het vaderland.
Jeugdsentiment, daarover gaat het vanavond. Daarom reageerde ik enthousiast op het voorstel om met een paar in Buenos Aires wonende landgenoten naar het optreden van Focus mét Thijs van Leer te gaan. Met enig ongeloof vroeg ik zelfs: “leeft die dan nog?”. Ja dus. Toen Thijs beroemd aan het worden was en vooral heel erg goed en mooi kon dwarsfluiten, werd hij geloof ik nogal ingepakt door de gevestigde orde van die tijd. Door mensen zoals Willem Duys, Rogier van Otterloo en Louis van Dijk, die zich over hem ontfermden. Ergens in de kelder van mijn vaderlandse pied-à-terre ligt er tenminste één, maar liggen er waarschijnlijk twee langspeelplaten die ik bij een boedelscheiding heb kunnen redden: “Introspection” uit 1972 en “Musica per la Notte di Natale” een plaat vol met – achteraf bezien – mierzoete min of meer klassieke kerstmuziek uit 1976. Waarom heb ik die plaat eigenlijk niet gewoon bij die ex achtergelaten vraag ik mij nu af? Op “Introspection” staat het nummer “Focus 1”, een eigen compositie die ruim veertig jaar later op het podium in Buenos Aires met evenveel bravoure wordt vertolkt. Als je er in het theater met je ogen dicht naar luistert, lijkt het net of de tijd heeft stilgestaan. Zelfbedrog helaas, iets dat Thijs onbewust en ongetwijfeld niet zo bedoeld extra benadrukt als hij achter zijn orgel vandaan komt, van de verhoging waarop dat staat afstapt en met de dwarsfluit onder de arm naar de centraal op het podium opgestelde microfoon loopt om zijn solo te gaan blazen. Het afstapje gaat wat moeizaam, hij lijkt van de verhoging af te willen springen en dan net op tijd de bedenken dat ie dat ondanks zijn stoere sportschoenen echt niet meer kan. Een pet op het hoofd om de kale schedel te verbergen, een bril om de wallen onder de ogen te maskeren?, stevige onderkin, lange grijze haren en een buik die over de broekriem hangt. En als om de omvang van het middenrif te benadrukken, heeft ie om zijn nek een klein langwerpig leren tasje hangen dat als een schaamlap voor zijn kruis bungelt. Wat zou daar inzitten? Oppeppers? Medicijnen die hij wellicht nodig zou kunnen hebben?
Mijn gedachten dwalen zo nu en dan af. Dat komt mede door het orgel waar Thijs achter zit en waar hij een paar keer een gedragen intro op speelt. Het heeft wat weg van zo'n huisorgeltje uit de tijd dat er in Nederland nog in heel weinig huizen een televisietoestel stond en het woord “ontkerkelijking” nog moest worden bedacht. Ik herinner me het als een instrument dat je vooral aantrof bij gereformeerde gezinnen, die daar dan vooral psalmen op speelden. En ze dwalen weer af als hij “La Cathédrale de Strasbourg” uit 1974 inzet, na in afschuwelijk Engels te hebben uitgelegd dat hij die kathedraal als kind met zijn ouders heeft bezocht en zich vooral de kroeg ernaast herinnert. Een wat saai nummer met in de spaarzame tekst een paar keer het woord “nostalgie”. Voor mij goed herkenbare nostalgie omdat ik Straatsburg jaren geleden bezocht met een aardige reisgenote met wie ik samen in die kroeg – een klein restaurant – dineerde. Van saai naar wat minder saai: “Le Tango”, dat door Thijs werd gecomponeerd voor een film die nooit is gemaakt. “Speciaal voor jullie!”, de slijmbal. Via “Sylvia” wordt, hoe kan het anders, “Hocus Pocus” uit de toetsen, drums, snaren en fluit getoverd. Door Thijs van Leer en Pierre van der Linden van de oude garde, door Menno Gootjes die Jan Akkerman vrijwel doet vergeten, en door Bobby Jacobs die dezelfde bescheiden rol speelt als zijn vader Ruud vroeger in het trio van zijn oom Pim Jacobs. Thijs neemt afscheid van het publiek met de mededeling dat Focus X, hun nieuwste “plaat”, in de foyer te koop is. Het woord “Compact Disc” heeft hij niet in zijn vocabulaire...... En het nostalgisch einde van een avond vol jeugdsentiment.