|
DAGBOEK SURINAME - 26 (24122013)
Vrijdag 30 augustus 2013 – Paramaribo – Fort Nieuw Amsterdam – Mariënburg – Paramaribo.
De chaos die gisteren bij terugkomst in Paramaribo heerste, duurt voort. President Desi Bouterse is gastheer van de Unasur, de Unie van Zuid-Amerikaanse landen, en zal tijdens de conferentie van staatshoofden tot voorzitter worden verkozen. Aan de ontbijttafel komen we leden van een paar delegaties tegen. Een van de dames heeft Centro Cultural de Santiago op haar T-shirt staan en ik denk aan het accent te horen dat ze uit de Dominicaanse Republiek afkomstig zijn. Omdat ik zeer goede herinneringen heb aan het Centro Cultural van Santiago de los Cabelleros – zoals ik het stadje voluit heet – spreekt ik haar aan. Het blijken echter Cubanen uit Santiago de Cuba te zijn. De vergissing wordt me met een brede CaraÏbische glimlach vergeven “er zijn immers 19 steden die van de Spanjaarden de naam Santiago kregen”, wordt het misverstand vergoelijkt. Ik kan er spontaan slechts vier opnoemen, de twee voornoemde alsmede Santiago de Chile en Santiago de Compostella, maar er wordt wel gelijk een idee op de interne harde schijf bijgeschreven om eens te kijken hoeveel moeite er moet worden gedaan om al die Santiago's met een bezoek te vereren. Die van Cuba komt zeker in aanmerking omdat er daar het Centro Cultural Africano is gevestigd. Voor het hotel staan de oranje gehelmde motoragenten te wachten om de volgende hoogwaardigheidsbekleder naar het op een paar honderd meter verderop gelegen conferentiecentrum te escorteren. Dat ligt toevallig tegenover het terras van wat onze tijdelijke stamkroeg in Paramaribo is geworden, van waaraf we gisteravond het va et vient van nabij konden volgen. Heel oneerbiedig vond ik het hele gedoe nogal hilarisch en veel weg hebben van scène uit Comedy Capers. Motoragenten voorop, grote auto met dignitaris, nog meer motorrijders en auto's met zwaar bewapende militairen in de open achterbak, ambulance met zwaailichten, het kan niet op. Maar voor sommigen was dat kennelijk niet veilig genoeg, die kwamen liever per helikopter...... En dat terwijl wij vanaf onze bevoorrechte positie in café 't Vat gemakkelijk een aanslag zouden hebben kunnen plegen. Door al dit gedoe is Dino, de zoon van Desi, even uit het oog verloren en in Panama door de Amerikaanse geheime dienst opgepakt op verdenking van drugshandel en verboden wapenbezit. Volgens zijn vader is het een Amerikaanse afleidingsmanoeuvre om de aandacht van de Unasur conferentie af te leiden. Al dit gedoe heeft ook voordelen als wij tijdens de ochtendspits onderweg gaan naar Fort Nieuw Amsterdam en Mariënburg, de chauffeur moet noodgedwongen door buurten rijden die we anders nooit gezien zouden hebben. Onze medereizigers gaan op de fiets, maar nee, wij hebben absoluut geen zin om 42 kilometer te gaan fietsen in een tropisch klimaat met hoge vochtigheidsgraad.
Eerder deze week hebben we wat gehosseld met de chauffeur van de bus die ons van en naar Nickerie reed, die hadden we letterlijk aan het eind van de rit zover gekregen om ons een dagje rond te rijden. Tegen een alleszins redelijke vergoeding bovendien. Het is waar dat wij het liefst met de schrijfster Cynthia McLeod en haar schip de “Sweet Merodia” naar de andere kant van de rivier waren gegaan, dat hing echter vanaf het begin aan een zijden draadje omdat er een andere geïnteresseerden waren. Jammer aan de ene kant omdat zij de historische roman “Tweemaal Mariënburg” over de plantage schreef, maar aan de andere kant is wat we nu doen stukken beter dan samen dan met 35 anderen – de minimum groepsomvang van mevrouw McLeod – te gaan bekijken wat ik perse wil gaan zien: wat er over is van de plantage en suikerfabriek Mariënburg. Dat wordt echter voor het einde van de dag bewaard, eerst maar eens Paramaribo door en uit zien te komen. Omrijden en nog eens omrijden, overal files in de smalle straten, zowaar een Braziliaanse wijk met een winkel van goudopkoper Ourominas – “U kunt ons vertrouwen”, Churrascaria Petisco – “the best Brazilian food in Suriname”, filialen van Braziliaanse evangelische kerken die je ook wel zult kunnen vertrouwen, doch ook de truck van Sranan Fowru – de betere Surinaamse kip: “Gezond Gekweekt, Hygiënisch en Vers” – en niet te vergeten een uit de krachten gegroeide Starbucks, met in plaats van de letter “A” een ster, daar wordt echter geen koffie verkocht maar aluminium ramen en deuren en verlichting..... We volgen een poosje de randweg die het verkeer in het centrum moet ontlasten en slaan dan af in de richting van de Jules Wijdenboschbrug over de Surinamerivier, die in de volksmond de Bosjebrug heet, naar het District Commewijne. Gelijk rechts na de brug het gebouw van de vereniging van Chinese handelaren, links een paar de omgeving overheersende beelden van Hindoestaanse goden, in de rivier het al bijna 75 jaar lui op haar zij in de zon liggende wrak van het Duitse SS Goslar. Ondertussen krijgen we door waarom onze chauffeur een ouder, nauwelijks Nederlands sprekend, familielid bij zich heeft: hij kent de weg naar de met ons afgesproken bestemmingen niet en heeft daarvoor een loodsmannetje nodig.
wordt vervolgd
|