|
DAGBOEK SURINAME - 24 (15122013) Donderdag 29 augustus 2013 – Saint-Laurent du Maroni - Albina - Paramaribo. Een omvangrijk ommuurd complex met een hoge schoorsteen, het zou een fabriek kunnen zijn. Op een torentje een zelfde zinken decoratie als die ik een paar weken geleden in het noorden van Frankrijk fotografeerde en die afkomstig zou kunnen zijn van la Vieille-Montagne. Die al lang gesloten zinkfabriek van Kelmis, vlakbij Luik, had een soortgelijk exemplaar in de catalogus staan. Het gevoel in Frankrijk te zijn wordt hierdoor alleen maar versterkt, bij mij althans. Na de poort een kleine foto-expositie in de openlucht, foto's van veroordeelden en uitvergrote kopieën uit de kaartenbak van het gevang. Bewaard gebleven kaarten met de persoonsgegevens, vingerafdrukken, pasfoto's en de reden van veroordeling van een aantal gevangenen, het zouden de persoonskaarten uit een ouderwets bevolkingsregister kunnen zijn. Trouwens ook een Franse uitvinding die in 1811 in Nederland werd geïntroduceerd tijdens de Napoleontische bezetting. De meesten hebben een echte boeventronie en hadden een moord of een poging daartoe op hun conto. Dit alles is afkomstig uit de Archives Nationales d'Outre-Mer in Aix-en-Provence, waar het archief van deze strafkolonie en van de andere overzeese gebiedsdelen berust. Volgens de gids werden soms ook kortgestraften verscheept, die daardoor vaak langer onderweg waren dan hun strafduur was om na die te hebben uitgezeten, in afwachting van de terugreis, van de wind moesten leven. Hetgeen opnieuw tot misdaad aanzette en een veroordeling, enz. Vervolgens een bezoek aan de nu lege ruimtes en cellen van het Tribunal Maritime Special, het staat nog leesbaar boven de toegangsdeur. Heel speciaal ingesteld om recht te spreken - of wat daarvoor doorging - in de strafkampen. Zo werden er zowel vergrijpen tijdens het zeetransport als vluchtpogingen, het helpen bij vluchtpogingen en geweld tegen bewakers behandeld. Over het algemeen trad penitentiair personeel op als “verdediging” en/of als ”getuigen” zo lees ik. De aanwezigheid van een guillotine en cellen voor – langdurige – eenzame opsluiting, wekken tenminste niet de indruk dat men op enige vorm van coulance hoefde te rekenen. We slenteren over het terrein. De daken van de cellenblokken – die hier BLOCKHAUS heten - zijn verdwenen, geen deuren alleen de metalen strippen die ze op hun plaats hielden, geen glas in de sponningen. Wel de solide metalen stangen waaraan de gevangenen 's nachts werden vastgeketend en de wat over is van de steunen waarop de houten planken van de brits lagen. Aan de binnenkant van een cel de resten van een illustratie uit het “supplement illustré” van het Parijse dagblad Le Petit Journal met de ondertitel “L'ÉVASION DE REDON – DANS LA FORÊT VIERGE oftewel DE ONTSNAPPING VAN REDON – IN HET REGENWOUD” van de hand van H. Meyer. Redon was een “ook al op zeer vage gronden” tot levenslange dwangarbeid veroordeelde moordenaar die, zo is uit de nog enigszins leesbare tekst op te maken, net als Papillon volhield onschuldig te zijn. Een tekening uit de tijd voordat fotograven hun intrede deden en kranten tekenaars in dienst hadden om berichten te illustreren. Het is dan ook een nogal romantisch beeld van een uitbraak, want welke ontsnapte gevangene beschikte over een elegante tropenuitrusting, hakmessen en een stuk of wat dragers? Stukken authentieker zijn de in muren en vloeren gekraste boodschappen, zoals ADIEU MAMAN. Het moment suprême komt steeds dichterbij, het blockhaus waar Papillon ingesloten was. Cel 47. Dit deel van het kamp ziet er opvallend goed bewaard uit als gevolg van de opknapbeurt die nodig was om de film hier destijds op te nemen. Helaas is het ook verboden om er naar binnen te gaan, er is echter nauwelijks iets te zien, behalve het in de vloer en muur gekraste woord PAPILLON. wordt vervolgd |