DAGBOEK SURINAME - 20 (22112013)

Dinsdag 27 augustus 2013 – Paramaribo – Moengo – Albina – Christiaankondre.
”Heb je er zin in?” wil de plaatselijke vertegenwoordigster van de reisorganisatie weten. Nou nee, we hadden een paar dagen door Frans-Guyana willen reizen, hetgeen bij onvoldoende belangstelling helaas niet door kon gaan. Vandaar die redelijk zinloze reis naar Nieuw Nickerie van de afgelopen dagen, in plaats van een bezoek aan Kourou en het Duivelseiland. Saaie rijstpolders en varen door een beschermd natuurgebied in plaats van de lanceerbasis van de Arianeraketten en het gevangeniseiland waar vandaan Henri Charrière – beter bekend als Papillon - wist te ontsnappen op een vlot gemaakt van kokosnoten. En niet te vergeten een bezoek aan de bagno – het strafkamp - van Saint Laurent du Maroni waar Papillon het grootste deel van zijn straf uitzat. Gelukkig arriveert het busje met de nieuwe gids om ons via het grensstadje Albina naar Christiaankondre in het verre oosten van Suriname te brengen. Na eenmaal de brug over de Surinamerivier te hebben gekruist, is het redelijk rustig op de Oost-Westverbinding. Veel kleine dorpen die er welvarend uitzien en de net van een nieuwe laag asfalt voorziene weg. Vlak voor de brug over de Commewijnerivier stoppen we kort in Stolkertsijver. Stolkert een naam die al een paar keer eerder opdook. Frederik Stolkert was gehuwd met Susanna du Plessis, zij verliet hem na vijftien jaar huwelijk wegens “mishandeling”. In mijn ogen een schoolvoorbeeld van een gotspe, want was het niet dezelfde Susanna du Plessis die Stolkert de afgeneden borsten van de jonge slavin Alida voorzette? Beiden hadden plantages in deze buurt, die van Susanna heette “Nijd en Spijt”, die van Frederik “Hecht en Sterk”, van beide is niets over.

Na de korte koffiepauze lopen we de brug over om op de andere oever weer in het busje te stappen. Bij de controlepost zitten de politiemannen chagrijnig voor zich uit te kijken. De gids legt uit waarom: hun salaris is nog niet betaald. Verder naar het oosten, veel minder verkeer, veel minder dorpen. Een omleiding via een laterietweg naar het mijndorp Moengo, waar zo'n honderd jaar geleden bauxiet van goede kwaliteit werd ontdekt. Langs de weg lijkt het echter op dat watermeloenen in deze streek het belangrijkste produkt zijn, gezien het aantal stalletjes in de berm met knoeperts van die vruchten. Het is een rommelig stadje, hetgeen niet al te verwonderlijk is. Tijdens de binnenlandse oorlog, jawel daar is ie weer, werd een deel van de huizen afgebroken om de bauxiet die er onder lag te winnen. Het voormalige “kamp” van de beter betaalde mijnemployees ligt er daarentegen bij zoals dat hoort: een lommerrijke luxe enclave met alle voorzieningen die daarbij horen: Casa Blanca, het grote huis voor de baas van het spul, een school, een kliniek, een sociëteit/clubhuis, sportvoorzieningen en wat dies meer zij. Heel herkenbaar en vanzelfsprekend voor iemand die zelf de nodige jaren als expat in minder toegankelijke gebieden heeft doorgebracht. Vlakbij ligt Moengo Tapu – Boven Moengo, het dorp waar Ronnie Bruinswijk is geboren. De leider van het junglecommando. RB, Romeo Bravo, die het van lijfwacht van Desi Bouterse heeft geschopt tot één van de machtigste en rijkste mannen van Suriname én mogelijkerwijs kandidaat bij de presidentsverkiezingen in 2015. Een mooie en typische post-koloniale carrière lijkt me, maar wel eentje met zeer duistere kanten.

Volgens sommige bronnen was die Binnenlandse Oorlog eigenlijk een ordinaire machtsstrijd tussen legerleider Bouterse aan de ene en Brunswijk aan de andere kant met als inzet de controle over de handel in cocaïne. Nog geen week geleden bezochten we het ten zuiden van het Brokopondomeer gelegen dorp Pokigron dat in september 1987 werd platgebrand, vandaag stoppen we kort in het spookdorp Moiwana. Dat werd in november 1986 “bezocht” door een eenheid van het Nationale Leger omdat bij gerucht was vernomen dat Ronnie Brunswijk zich er schuil zou houden. De dorpelingen hielden zich van den domme en velen betaalden dat met hun leven. Het dorp werd platgebrand en ongeveer 50 inwoners, waaronder vrouwen en kinderen, werden vermoord. De overlevenden vluchtten naar de andere oever van de niet al te veraf gelegen Marowijnerivier, naar Frans-Guyana. Hoewel het dorp - bij wijze van boetedoening? - werd herbouwd in de hoop dat de bewoners terug zouden komen, staan de huizen leeg. In de indrukwekkende documentaire Bar'Puru – Schreeuw het uit – vertellen ooggetuigen wat er in Oost-Suriname is voorgevallen, wreedheden, moordpartijen, de armoe en de destitutie, de trauma's die nooit voorbijgaan, maar er zijn ook stoere overlevers. We moeten de gids bijna dwingen te stoppen bij het monument voor hen die in Moiwana werden vermoord. Hij heeft er niet veel zin in omdat er iedere keer een vrouw uit het dorp komt klagen dat de “begraafplaats” wordt onteerd en dat hij dan voor de zoveelste keer moet uitleggen dat het een voor iedereen vrij toegankelijk monument is. Een groot monument dat bestaat uit 38 zuilen, die de slachtoffers van de moordpartij symboliseren. Iedere zuil is anders, net zoals degenen die werden vermoord. Grote voor de volwassenen, kleine voor de kinderen. Op iedere zuil staat de naam van het slachtoffer in het Afaka-schrift. In het midden een hoge zuil die de Kibiman representeert, de beschermheer van de gemeenschap, hij waakt en beschermt zijn onderdanen, maar was kennelijk even met andere dingen bezig toen het leger Moiwana in november 1986 binnenviel.

wordt vervolgd