|
DAGBOEK SURINAME - 19 (16112013) Maandag 26 augustus 2013 – Nieuw Nickerie - Bigi Pan – Paramaribo. Hoewel de deelname aan de vogelexcursie-tegen-extra-betaling aan de reizigers wordt overgelaten, is het alternatief niet al te aantrekkelijk: in de bus of zo wachten totdat iedereen weer terug is. “I love birds, but not those of the feathered kind”, meld ik graag bij dit soort gelegenheden. We kruisen de Nickerierivier naar een sleephelling, waar de boot met enig duwen en trekken in het acht kilometer lange Jamaerkanaal terecht komt. Dat verbindt de rivier met Bigi Pan, een groot kustmeer. Onderweg daar naartoe geeft Kenneth, vogelkenner, bootsman en gids, uitleg over hoe hij ons zal laten weten waar de vogels te zien zullen zijn. Op het puntje van de boot is het twaalf uur, links schuin vooruit is het tien uur, rechts schuin vooruit is het twee uur. Daarna is het de ene vogel om tien uur en de volgende om drie uur totdat de excursie voorbij is. Zwarte mangrove links, zwarte mangrove rechts, hetgeen brak water betekent. Veel dode bomen door het voor langere tijd verhoogde zoutgehalte als gevolg van springvloeden. Vogelnamen die ik nooit eerder heb gehoord zoals slakkenwouw en roodkoppige specht. Terwijl wij toekijken, hakken die spechten er trouwens lustig op los in de dode boomresten, die er na behandeling behoorlijk pokdalig uitzien. De vogelliefhebbers in het gezelschap zijn enthousiast, ze kunnen niet ophouden met het maken van foto´s voor hun collectie, ik vind er echt geen reet aan. Als we het schaduwrijke kanaal verlaten en de Bigi Pan opvaren, zijn er wat huizen op palen te zien en uiteraard een grote watervlakte met aan de einder de zeedijk. Het blijken de weekeindhuizen van hen die zich dat kunnen permiteren. De bootsman stopt twee keer bij netten die in het water zijn gespannen en selecteert de vissen die er goed genoeg uitzien om te jatten. “Ja mensen, wij Surinamers mogen vissen van elkaar lenen”, verklaart hij achteloos. Wat mij betreft is hij een ordinaire stroper. Gelukkig gebeurt er toch nog iets dat mij doet opveren: rode ibissen, die naar mijn idee zo'n beetje de kleur van een flamingo hebben. Ze zitten echter hoog in de bomen, in plaats van met één poot in het water te staan. Deze unieke vogels komen alleen maar voor in het noorden van Zuid-Amerika, en dus in Artis en in Blijdorp en zo .... Terug via hetzelfde kanaal en dat was het dan wat Nieuw Nickerie en omgeving betreft. Honderden kilometers heen en vanmiddag nog eens honderden kilometers terug naar Paramaribo. Te beginnen langs de bacovenplantages – bananen – de eindeloze rijstvelden, de strak getrokken poldervaarten. Daarna langs de cocosplantages die de cacaoplantages vervingen die, nadat een niet te bestrijden ziekte was geconstateerd, werden platgebrand. Katholieke kerken, fotogenieke kerkjes van de Evangelische Broedergemeente, hindoetempels met en zonder beelden en moskeeën. Bij die gebedshuizen vraag ik me dan even af of de leden daarvan “oostbidders” of “westbidders” zijn. De vroegste Javaanse contractarbeiders waren in Indonesië namelijk gewend om naar het westen – aldaar de richting van Mekka - te bidden en zetten die traditie in Suriname voort. Later gearriveerde en beter geschoolde generaties gingen wel naar het oosten bidden, waar Mekka vanuit Suriname gezien ligt. De terugrit gaat veel sneller dan de heenreis, voor we het weten rijden we via de lange Kwattaweg Paramaribo binnen. Kwatta, de legendarische chocolade met de slagzin “Aller ogen zijn gericht op Kwatta” én de soldaatjes. Kwatta was de naam van de cacaoplantage die hier ooit lag waarmee die chocolade werd gemaakt. Geen cacaoboom meer te zien, het gebied is zwaar geurbaniseerd, druk verkeer, opstoppingen. Terug bij het hotel herinneren we de chauffeur aan onze afspraak voor vrijdag. Hij noemt zijn prijs, wij gaan accoord. De trip naar Mariënburg is alvast geregeld! wordt vervolgd |