DAGBOEK SURINAME - 7 (190913)

Zaterdag 17 augustus 2013 – Overbridge – Brokopondo – Brownsweg - Brownsberg.
Voordat de avond valt, is nog een wandeling gepland naar de watervallen die er in het natuurreservaat zijn: de Irene en de Leo. Op het kruispunt, Irene rechts, Leo links, moet worden besloten om beide watervallen te bezoeken of één van de twee. Ik luister goed naar de gids en kies ervoor om alleen naar de Leo-waterval te gaan, oftewel “the easy way out”. Niet dat die gemakkelijk is te bereiken, maar de afdaling en de klim terug zijn een stuk korter en uiteindelijk is een waterval een waterval nietwaar? Een steile afdaling langs een bospad met door de natuur gemaakte ongelijke treden, lawaaierig vanuit de hoogte neerstortend water. Ik trek spontaan mijn kleren uit en geniet in mijn boxer van een heerlijk koele douche en herinner me al doende een soortgelijk moment op het voor de kust van Afrika gelegen eiland São Tomé. Een uur vliegen vanuit de Gabonese hoofdstad Libreville, gewoon de evenaar volgen, hetgeen een makkie moet zijn voor iedere piloot. In precies zo'n zelfde tropisch bos midden op dat eiland kwamen mijn Gabonese geliefde en ik een waterval tegen die er net zo uitzag als de Leo-waterval hier op de Brownsberg. Toen kom zij zich niet inhouden, trok haar kleren uit en nam een koude douche. Oh, zoete herinnering, wat zag ze er daar verrukkelijk uit!

Zondag 18 augustus 2013 – Brownsberg – Wittikreek – Brownsberg.
Het ANWB gidsje over Suriname uit 2012 vermeldt over de lodge in het Brownsberg Natuurreservaat: “Stinasu – Stichting Natuurbehoud Suriname - beheert logiesaccommodatie boven op de berg. Onderhoud en hygiëne laten echter te wensen over. Zonde, het is een mooie plek.” Over dat “achterstallige” onderhoud werd in de drie jaar oudere uitgave ook al gerept. Het is een mild oordeel, want de werkelijke toestand van het complex is alleen met veel moeite met de pen te beschrijven: het is hier gewoonweg beneden alle peil, een puinhoop. We vervloeken de reisorganisatie die ons hier voor veel geld en met een gerust hart naartoe heeft gestuurd: wrakke stapelbedden waarvan het bovenste slechts met gevaar voor eigen leven is te bereiken, kapot meubilair, fittingen zonder lampen, kranen die het niet doen, loshangende elektriciteitsdraden, een zwaar vervuilde keuken, douches en toiletten die niet goed of helemaal niet werken. Het ergste is een toilet dat als je doortrekt de ontlasting die je net hebt gedeponeerd met een krachtige straal tegen je kruis blaast in plaats van het door te spoelen. Zo wordt men gedwongen tot wildplassen.

Voor vandaag staat een wandeling naar de Wittikreek op het programma. Vier kilometer heen door het bos, vier kilometer terug door het bos. Langer dan de wandeling van gisteren naar de Leo-waterval, maar stukken minder steil klimmen en dalen. Volgens onze gids Shafyd althans. Het begin van de wandeling valt mee, hoewel het oppassen is geblazen vanwege de zware regenval van de afgelopen dagen. Natte bladeren en slipperige klei verhogen de moeilijkheidsgraad van deze als “middelzwaar” aangeduide wandeling toch wel iets. Beslist verneukeratief is het voornamelijk dalende pad. Langzaam, maar zeker, dringt het tot me door wat de consequentie daarvan is voor de terugweg: klimmen! Het pad is makkelijk kwijt te raken en ook weer makkelijk terug te vinden dankzij de spaarzame richtingaanwijzers waarop de nog af te leggen afstand staat en/of dan weer gele, dan weer rode plastic lintjes om de bomen. Op het moment dat ik even de weg kwijt ben in een stuk bos dat in de fik heeft gestaan en waar overal omgevallen bomen liggen, vind ik dankzij die lintjes het rechte pad snel terug. Die bosbrand was trouwens een wraakactie van illegale goudzoekers die de deur werden gewezen in dit beschermde natuurgebied. Volgens zeggen zouden er zo'n vijftig illegale mijnen zijn gevonden. De Wittikreek is een teleurstellend plasje water dat bijna aan het eind van een stroompje ligt dat uitmondt in het Brokopondomeer. “Witti” betekent “helder” en dat is het water zeker. De gids en de achterblijvers arriveren als ik al uitgebreid afgekoeld ben in de frisse kreek. Niet te ver weg klinkt het geluid van een dieselmotor, tegen beter weten, doch hoopvol, informeer ik of het de bus is die ons komt ophalen. Het mag niet zo zijn, de gifbeker moet tot op de bodem worden leeggedronken. Helaas. Tijdens de warmste uren van de dag vier kilometer met verschrikkelijk vals plat te moeten lopen, dwingt mij herhaaldelijk tot een adempauze. Doordrenkt door het transpireren, kilo´s lichter door het vochtverlies, bereik ik als laatste de lodge op de top van de Brownsberg weer. Alsof ik net de vierdaagse in mijn geboortestad Nijmegen in één enkele dag heb gelopen. Mijn reisgenoot, die zo verstandig is geweest voor een lichtere wandeling te kiezen, doet wat je onder deze omstandigheden van een goede vriend mag verwachten: hij spoedt zich naar de bar om een djogo ijskoud Parbobier voor mij te halen. Het smaakt overheerlijk, eind goed, al goed.

wordt vervolgd