|
DAGBOEK SURINAME - 7 (190913) Zaterdag 17 augustus 2013 – Overbridge – Brokopondo – Brownsweg - Brownsberg. Zondag 18 augustus 2013 – Brownsberg – Wittikreek – Brownsberg. Voor vandaag staat een wandeling naar de Wittikreek op het programma. Vier kilometer heen door het bos, vier kilometer terug door het bos. Langer dan de wandeling van gisteren naar de Leo-waterval, maar stukken minder steil klimmen en dalen. Volgens onze gids Shafyd althans. Het begin van de wandeling valt mee, hoewel het oppassen is geblazen vanwege de zware regenval van de afgelopen dagen. Natte bladeren en slipperige klei verhogen de moeilijkheidsgraad van deze als “middelzwaar” aangeduide wandeling toch wel iets. Beslist verneukeratief is het voornamelijk dalende pad. Langzaam, maar zeker, dringt het tot me door wat de consequentie daarvan is voor de terugweg: klimmen! Het pad is makkelijk kwijt te raken en ook weer makkelijk terug te vinden dankzij de spaarzame richtingaanwijzers waarop de nog af te leggen afstand staat en/of dan weer gele, dan weer rode plastic lintjes om de bomen. Op het moment dat ik even de weg kwijt ben in een stuk bos dat in de fik heeft gestaan en waar overal omgevallen bomen liggen, vind ik dankzij die lintjes het rechte pad snel terug. Die bosbrand was trouwens een wraakactie van illegale goudzoekers die de deur werden gewezen in dit beschermde natuurgebied. Volgens zeggen zouden er zo'n vijftig illegale mijnen zijn gevonden. De Wittikreek is een teleurstellend plasje water dat bijna aan het eind van een stroompje ligt dat uitmondt in het Brokopondomeer. “Witti” betekent “helder” en dat is het water zeker. De gids en de achterblijvers arriveren als ik al uitgebreid afgekoeld ben in de frisse kreek. Niet te ver weg klinkt het geluid van een dieselmotor, tegen beter weten, doch hoopvol, informeer ik of het de bus is die ons komt ophalen. Het mag niet zo zijn, de gifbeker moet tot op de bodem worden leeggedronken. Helaas. Tijdens de warmste uren van de dag vier kilometer met verschrikkelijk vals plat te moeten lopen, dwingt mij herhaaldelijk tot een adempauze. Doordrenkt door het transpireren, kilo´s lichter door het vochtverlies, bereik ik als laatste de lodge op de top van de Brownsberg weer. Alsof ik net de vierdaagse in mijn geboortestad Nijmegen in één enkele dag heb gelopen. Mijn reisgenoot, die zo verstandig is geweest voor een lichtere wandeling te kiezen, doet wat je onder deze omstandigheden van een goede vriend mag verwachten: hij spoedt zich naar de bar om een djogo ijskoud Parbobier voor mij te halen. Het smaakt overheerlijk, eind goed, al goed. wordt vervolgd |