|
DAGBOEK SURINAME - 4 (030913)
Donderdag 15 augustus 2013 – Paramaribo - Domburg - Overbridge.
Een totaal ander beeld van de overwoekerde leprozenkolonie komt tevoorschijn in de digitaal toegankelijke collectie van het Amsterdamse Tropenmuseum. Daarin bevinden zich 78 zwart-wit foto's van de kolonie Bethesda die een heel ander dorp tonen dan dat ik zag: grote huizen, kleine huizen, paviljoens en kerken, dagverblijven en werkplaatsen, tuinen en kostgrondjes en uiteraard patiënten, verpleegkundigen en artsen. Ondanks het gedwongen verblijf. een bloeiende gemeenschap die goed zichtbaar is vanaf de rivier. Ongelooflijk dat in slechts veertig jaar de natuur met niet te bevatten kracht vrijwel alles heeft weggevaagd wat die beelden tonen. En wat er dan nog wel staat, zijn met name porseleinen urinoirs en toiletpotten die aantonen dat hier bijna een eeuw lang mensen verbleven. Ronduit bizar. Het natuurgeweld is echter nog niet op. We varen verder naar Overbridge en zien vanuit de verte een regengordijn aankomen. Samen met onze bagage staan we net onder het afdak van de aanlegsteiger als de bui ons bereikt. Heerlijk vond ik dat altijd in Nigeria dat je regen in de verte hoorde aankomen of, zoals hier kon zien aankomen. Korte tijd later, als we op het terras van onze bungalow zitten, regent het opnieuw. Onze in Suriname geboren reisgenoot rent in zijn boxer door de regen en bezweert ons dat hem zodra hij terug is in Nederland zal worden gevraagd of hij in de regen heeft gelopen. Zo niet, dan is hij niet echt “thuis“ geweest. 's Lands wijs, 's lands eer.
Vrijdag 16 augustus 2013 – Overbridge - Jodensavanne - Redi Doti - Casaipora - Overbridge.
Voorin de boot, een brede lege rivier met op beide oevers bomen. We passeren de voormalige plantage Esther's Lust, wiens tegenwoordige eigenaar de bekende voetballer Clarence Seedorf is. Verder stroomopwaarts, bij het dorp Carolina, ligt een nooit gebruikte betonnen brug over de rivier. In oktober 2007, een paar weken voor de ingebruikname, ramde een zandschuit één van de peilers met als gevolg dat een brugdeel in de rivier terecht kwam. De brug was onherstelbaar beschadigd, het bouwbedrijf ging gemakshalve failliet, de eigenaar van de zandschuit werd vrijgesproken omdat de in het bestek voorgeschreven bescherming van de peilers was “vergeten”. De brug bleek sowieso dusdanig onbetrouwbaar dat Boskalis een splinternieuwe moet gaan bouwen. We zijn onderweg naar de Jodensavanne, werelderfgoed, dus bijzonder zou je denken. Een bijzondere geschiedenis is het in ieder geval wel. In 1492 in Spanje en in 1497 in Portugal werden de daar wonende Joden voor de keus gesteld zich te bekeren tot het Christendom of op te rotten. Velen vertrokken. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609 – 1621) in de Tachtigjarige Oorlog, vond er een flinke migratie van de nakomelingen van Portugese Joden richting Amsterdam plaats. Daarvan vertrokken er naderhand de nodigen naar Recife, destijds gelegen in de door de West-Indische Compagnie op de Portugezen veroverde kolonie Nieuw Holland. De synagoge die in Recife werd gebouwd, was de eerste op het Amerikaanse continent, daarvan werd in 1999 de “mikwe”, het badhuis ontdekt. In 1654 kwam er een einde aan het Nederlandse bewind, werd het gebied weer Portugees en was het gedaan met de godsdienstvrijheid. Wederom werden de Joden voor de keus gesteld katholiek te worden of op te hoepelen. Eén groep vertrok naar New York, een andere groep kwam naar Suriname en ging daar gewoon verder met wat ze in Nederlands Brazilië hadden gedaan: het verbouwen van suikerriet. Ontelbare keren werd ik in Brazilië aan het Nederlandse koloniale bewind herinnerd, hoewel dat slechts van korte duur (1630 – 1654) is geweest. Gouverneur Maurits van Nassau, die van het Haagse Mauritshuis, is er echter tot op de dag van vandaag een held. “Waren de Nederlanders hier maar nooit weggegaan”, werd er vaak verzucht, “dan zouden we een heel ander land zijn geworden.” Men was duidelijk niet op de hoogte van wat er naderhand van Suriname is terechtgekomen.
De Jodensavanne heeft zowaar een aanlegsteiger met een bord waarop de openingstijden en de toegangsprijzen staan vermeld. Én een welkomsboodschap: “Welkom op Jodensavanne, de voormalige zetel der Portugeesch Joodsche natie in Suriname, ook wel het Jeruzalem aan de rivier genoemd.” Maar wat er anno nu is te zien, doet op geen enkele manier aan Jeruzalem denken. Een open plek in het bos waarop de resten van de in 1685 ingewijde synagoge “Beracha Ve Shalom – Zegen en Vrede” staan, is natuurlijk iets heel anders dan de levendige duizenden jaren oude heilige stad, die de Joden als de hoofdstad van Israël beschouwen en de Palestijnen als de hunne. De bezoeker moet toch wel over een voorstellingsvermogen zonder limieten beschikken om van wat muurtjes van rode uit Europa geïmporteerde bakstenen – geld zat dus - een druk bezochte synagoge te maken. Mij lukt dat niet echt. Ook de aanwezigheid ooit van een grote bloeiende gemeenschap van plantage eigenaren, hun gezinnen en hun slaven valt uit niets af te leiden totdat we verder lopen. Naar de begraafplaats Beth Haim, het Huis van Leven.
wordt vervolgd
|