BOA VISTA - 7 (25032013)

De beroepsgelovige - dat is iemand die in loondienst is van een kerkelijke instelling toch? - die het aflegt tegen de parochianen, de onbezoldigde gelovigen. Pedro Trago, de hoofpersoon en pater familias in het boek van Gerardo Almeida, herinnerde zich dat scherp omdat hij in Sal Rei arriveerde op een dag dat het dorp in rep en roer was. Nadat het beeld van São Roque met veel moeite en pijn in “zijn” nieuwe behuizing was gearriveerd, werden de deuren van de kerk stevig afgesloten vanwege eerdere ontsnappingspogingen. Desondanks verdween het dezelfde nacht en was daarna wekenlang onvindbaar. Pas nadat de pastoor ten einde raad had besloten de kerk dan maar aan Santa Isabel te wijden, werd het tegendraadse beeld in een grot in de buurt van Povoação gevonden en vervolgens teruggeplaatst op zijn vertrouwde altaar. Maar is ie het nu wel of is ie het niet? Als nakomeling van Noord-Nederlandse beeldenstormers ben ik niet bijster goed in het herkennen van welke heilige zo'n beeld moet voorstellen, die werden met harde hand door de protestanten uit de in beslag genomen kerken verwijderd. En bovendien zijn de afbeeldingen meestal - zo denk ik – aan de fantasie van makers en namakers ontsproten omdat ze de heilige zelf nooit in levende lijve hebben ontmoet. Het beeld van Maria met het kindeke Jezus op de arm herken ik echter, net zoals Jezus aan het kruis en een kleurenfoto van Paus Johannes Paulus II, maar wie is die man met het schaap aan zijn zijde en herderstaf over zijn schouder dan wel? Zou dat dan de Heilige Rochus zijn? Ik vind het net Franciscus van Assisi. Er is niemand die het kan bevestigen of ontkennen, dus houd ik het er maar op dat dit best eens het weerbarstige heiligenbeeld uit het boek zou kunnen zijn.

Aan de voet van het kerkepad staat een richtingaanwijzer naar Praia Santa Mónica, dat volgens de gids door een bekend reismagazine tot “één van de tien mooiste stranden op aarde” is gekroond. En vast ook het moeilijkst toegankelijke. Het 18 kilometer lange strand aan de zuidkant van Boa Vista is alleen maar via zandpaden en slechts met een 4X4 te bereiken. Een totaal verlaten strand derhalve, hoewel dat niet lang meer zal duren. De auto's worden geparkeerd voor een groot bord waarop staat aangekondigd wat er hier in de nabije toekomst gaat gebeuren ”COMING SOON – FIVE STAR LUXURY AT WHITE SANDS HOTEL & SPA”. Daarna zal het ongetwijfeld voorgoed gedaan zal zijn met de rust en de vrede die er nu heerst. Degenen die uit de twee Landrovers van de excursie stappen hebben het strand en de zee nu nog voor zichzelf en maken zich op voor een lange strandwandeling, ik ga veldonderzoek doen naar een teloorgegane industrie. Na vele jaren in de tropen aan en vlakbij het strand te hebben gewoond, kwam er zomaar een dag dat ik bedacht genoeg zee en strand te hebben gezien voor de rest van mijn leven. Zelfs in Rio de Janeiro, waar ik op 30 seconden lopen van het strand woonde, ging ik er niet naar toe, de overdosis aan de andere kant van de oceaan was nog steeds niet uitgewerkt. Pas ruim tien jaar later zou ik me in de Dominicaanse Republiek door een gezelschapsdame laten verleiden om een weekeinde naar een resort aan het strand van de Caraïbische Zee te gaan. In de schaduw van de palmbomen met een piña colada in de hand bewonderde ik de blauwe zee en keek met enig dedain naar de witte toeristen die vol overtuiging aan het zonnebaden waren. Slechts één keer ging ik de zee in, nadat te aandrang te groot was geworden om het toilet te bereiken.

Ongestoord verken ik de resten van de failliete zoutindustrie: de vervallen zoutpannen waarin het water verdampte en het zout achterbleef om te worden geoogst. Gouden handel was het. Geen wonder dat de grootste stad Sal Rei heet en het buureiland Sal. Hoewel het moeilijk is voor te stellen dat dit de plek is waar voorheen de belangrijkste economische activiteit van het eiland plaatsvond. Als je geen idee hebt dat die door stukken rots gemarkeerde percelen waren bedoeld om het zout in te laten drogen, tja dan is hier weinig anders te zien dan een met veel stenen bezaaid deel van het strand. Ik loop over een paadje naar wat in elkaar gezakte gebouwen, het bord negerend dat dit een “PRAIA SEM VIGILÁNCIA” is, dat had ik sowieso al gezien. Onderweg vind ik een traditionele maalsteen – een archeologische vondst? - en de resten van een rode Citroën Ami – zeker geen archeologische vondst - en vraag me af hoe het autowrak hier terecht is gekomen. Achtergelaten of aangespoeld? De resten van werkplaatsen of opslagruimtes, totaal nutteloos en onbruikbaar, maar wel met een mooi uitzicht op zee. Ik klim de steile helling op die de scheiding tussen het strand en de rest van het eiland vormt. Daar staan nog wat muren van huisjes die van bij elkaar geraapte stenen werden gebouwd en op dezelfde manier gebouwde nachthokken voor de geiten. Rust, stilte, ongerepte natuur die in de komende jaren zal worden verziekt en vestoord door het White Sands Hotel & Spa. De Engelsen die hier vroeger zout van het strand haalden, gaan er binnenkort beton storten.

wordt vervolgd