|
BOA VISTA - 6 (20032013) “Nha Terra” is een bij de Kaapverdianen geliefde term om hun vaderland aan te duiden: “Cabo Verde é qu'é nha terra”, Kaapverdië is mijn vaderland. Als ik op reis ga, wordt mij in Argentinië ook vaak gevraagd of ik naar “mi tierra” ga. Het opstandige antwoord dat wij vroeger wel eens gaven: “mijn vader heeft geen land”, laat ik dan wijselijk achterwege. In “Nha Terra” worden we door de eigenaresse verwelkomd met een vriendelijk “goedemorgen”. Ze heeft dan ook lang in Rotterdam gewoond en als ik naar de overbekende weg vraag “waar dan wel?”, reageert ze met “wat denk je?, Delfshaven natuurlijk!” Ze heeft na haar pensioenering een groot huis gebouwd waarin een klein café-restaurant is gevestigd. We mogen voor 1 Euro per glas proeven van de grogue en de ponche alvorens terug te gaan naar het resort. De stop in João Galego duurt deze keer ietsje langer, maar niet veel. De broer van schrijver woont er nog wel, het huis wordt me aangewezen. Germano, die advocaat is én schrijver dus, woont al jaren in de stad Mindelo op het eiland São Vicente, het eiland waar Cesária Évora vandaan kwam. Het geboortehuis bevreemdt me zeer, het lijkt wel of het een fitness club is of een dancing, het pand is duidelijk “opgeknapt” en valt behoorlijk uit de toon bij de rest van de huizen. En dan dat SC FEYENOORD breed uitgemeten op de voorgevel. Het is teleurstellend dat er op geen enkele manier naar de beroemde schrijver wordt verwezen, het minste was toch wel een klein doch goed zichtbaar eerbetoon op de buitenmuur geweest. Het bordje dat wel boven de voordeur is geschroefd, blijkt een waarschuwing: PROBIDA A ENTRADA E PERMANENCIA DE MENORES DE 18 ANOS oftewel Verboden Toegang voor personen jonger dan 18 jaar. Het is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dus een bar, misschien wel een sportcafé. De troostprijs is dat ik het geboortehuis van Almeida aan de buitenkant heb mogen bewonderen, hoewel het een wat schrale troostprijs is. Na de lunch is het de beurt aan het zuidelijke deel van het eiland, te beginnen met Rabil. Het dorp ligt wat hoger en je heb er een perfect uitzicht op het vliegveld met op de achtergrond de oase – het resort – waar ik logeer. Toeristen op excursie worden, zoals het hoort, door de gidsen als onwetend vee naar de slacht geleid. In deze een klein atelier waar locale “artiesten” ceramische producten van dertien in een dozijn maken. Niemand koopt iets. Het dorp ligt er verlaten bij op het warmste uur van de dag, sommige huizen zien er behoorlijk romantisch uit. Natuurlijk niet om zelf in te gaan wonen vanwege het vermoeden dat er te weinig modern comfort is achter de luiken en de voordeur. Nog onaantrekkelijker is onze volgende bestemming: de Deserto de Viana – de Vianawoestijn die zowat een derde van het toch al kleine eiland beslaat en hoofdzakelijk uit zandduinen bestaat. Voor mijn gevoel sta ik er in het verlengde van de Sahara, minder dan 500 kilometer hier vandaan. Schrale begroeing, magere geiten die er hun kostje bij elkaar scharrelen en wederom diverse uit gestapelde zwerfkeien bestaande nachthokken, verder niets. Gek eigenlijk dat het leven in het noordelijke deel van Boa Vista zich afspeelt op een smalle strook land tussen de woestijn en de oceaan. Net de Sahel, het overgangsgebied tussen de Sahara en de oceaan op het vasteland van Afrika. We rijden dwars door de woestijn naar de volgende bestemming, hetgeen af en toe niet meevalt. De chauffeur is een novice die het rijden in een 4X4 Landrover nog niet onder de knie heeft. Hij volgt zoveel mogelijk in het spoor van zijn meer ervaren collega en uiteindelijk valt het mee dat we niet uit het zand hoeven te worden getrokken. Keer op keer krijgen de zichzelf ingravende wielen net op tijd weer vaste grond onder het rubber om dat te voorkomen. Povoação Velha was ooit de hoofdstad van het eiland, maar is tegenwoordig slechts een slaperig dorpje, waar alleen de bezoekende toeristen enig leven in de brouwerij brengen. Wat de Portugezen heeft aangezet om juist hier de hoofdstad te vestigen, is me een compleet raadsel. Om nou te zeggen dat het strategisch is gelegen, nee zeker niet. Maar misschien was het wel de moeilijke bereikbaarheid die het zo aantrekkelijk maakte. Het is het enige dorp in het zuiden van Boa Vista dat nog is bewoond, erg comfortabel is het er volgens vrij recente persberichten niet: de ene keer eisen de inwoners water voor de irrigatie van hun akkers, de volgende keer 24 uur per dag elektriciteit. Even buiten de bebouwde kom ligt op een heuvel het stralend wit gekalkte kerkje van Nossa Senhora de Conceição. Ik klim snel naar boven – kerkbezoek lijk hier wel een vorm van penitentie - om naar het altaar te gaan kijken, want zou het beeldje van São Roque - Sint Rochus - er nog staan? Dat speelt namelijk een aardige rol in het boek van Germano Almeida. De kerk van Santa Isabel in Sal Rei zou in eerste instantie aan São Roque worden gewijd. De kerkelijke autoriteiten, dat wil zeggen de pastoor van het eiland, hadden besloten dat daarvoor het beeld van de heilige vanuit Povoação naar Sal Rei moest verhuizen. Zowel de bevolking als de heilge verzetten zich hevig tegen dat besluit. wordt vervolgd |