|
EEN MONUMENT VOOR OSCAR - 5 (03012013) Oviedo roept enige nostalgische gevoelens op. In Mataderos, een stadsdeel aan de rand van Buenos Aires, is tegenover het voormalige slachthuis een traditionele kroeg gevestigd die zo heet. Waarschijnlijk ooit begonnen door emigranten uit die stad. We wandelen deze keer van het hotel naar de busterminal in de tegenovergestelde richting door de straten en over de pleinen van Avilés. Op die manier zie je een stad toch weer anders, zo was ons op de ”heenreis” het beeld van het aan obesitas lijdende meisje genaamd “la Monstrua – het Monster” niet opgevallen. Jeetje, een grotere tegenstelling met de sensuele zonnebadende vrouw op de gevel van het auditorium van het Centro Niemeyer kan ik me even niet voorstellen. Doña Eugenia Martínez Vallejo heet de in brons vereeuwigde jongedame, het is vast en zeker gebaseerd op het schilderij uit ongeveer 1680 dat Juan Carreño de Miranda van haar maakte en dat zich in de collectie van het Prado in Madrid bevindt. Eén keer gekleed en eén keer bloot. Het meisje dat als “bufona” naar het Madrileense Hof werd gebracht om...... ja waarom eigenlijk? Als amusante rariteit lees ik ergens, die werden daar destijds min of meer verzameld. Zoals naderhand de Zuid-Afrikaanse Khoikhoivrouw Saartjie Baartman – de Hottentot Venus – in Europa ongekleed zou worden tentoongesteld vanwege haar enorme kont en lange schaamlippen. Of de Kongolezen die in België werden getoond tijdens koloniale tentoonstellingen. Maar wat Doña Eugenia met Avilés heeft te maken, is me zelfs na veel zoeken niet, hoewel bekend is dat ze uit ander dorp in Asturië afkomstig was. De buitenwijken van Oviedo zouden de buitenwijken van een willekeurige stad waar dan ook kunnen zijn. Een grote IKEA, een grote Carrefour, grote bouwmarkten, lelijke flatgebouwen. De wandeling van de busstation naar het oude centrum voert door een aantal elegante winkelstraten en dan hoor ik een vertrouwd geluid dat ik onbewust heb gemist. Het geluid dat in Buenos Aires vrijwel dagelijks is te horen, behalve op zon- en feestdagen natuurlijk en tijdens de vakanties, het geluid van een demonstratie. Ontevreden ambtenaren die zeggen te strijden voor het behoud van hoogwaardige dienstverlening aan de burgerij, maar misschien in de eerste plaats wel van hun eigen baan. “Ik ben ambtenaar geworden door een toelatingsexamen te doen, ik ben geen politicus of dief” heeft een van de demonstranten veelzeggend op het bordje staan dat hij boven zijn hoofd houdt. ’t Is maar dat iedereen dat weet! Gelukkig heeft ook Oviedo een beeld van een mollige vrouw: “La Maternidad” van Fernando Botero. De beelden van Botero herken je gemakkelijk, ze zijn namelijk altijd flink uit de kluiten gewassen en ja, het lijkt wel of iedere zichzelf respecterende stad een beeld van de beroemde Colombiaan moet hebben. In minder dan een jaar heb ik ze gezien in Buenos Aires, Santiago de Chile en zelfs eentje een beetje weggestopt in het centrum van Den Haag. Aan de rand van het Casco Historico, het historische centrum, komt ons de volgende lawaaigolf tegemoet, muziek deze keer. Oviedo is zich aan het opmaken voor het festival van San Mateo – de apostel Mattheus - de geluidsinstallaties worden getest. En hoe. Een podium en biertappen op bijna ieder plein, de kermis is in aanbouw, in de folder die we bij de VVV oppikken zien we dat het feest een week zal duren! En dat terwijl Mattheus in sommige kringen wordt aangeroepen tegen de drankzucht. Ondertussen beginnen wij ons af te vragen of men hier wel eens naar de televisie kijkt of de krant leest en op de hoogte is van het feit dat er in Spanje een diepe economische crisis heerst. De gotische kathedraal van San Salvador – waarvan de oudste fundamenten uit de achtste eeuw dateren - wordt door al dit gedoe grotendeels aan het gezicht onttrokken. Binnen heerst er rust, voor zover dat mogelijk is in een kerk die drukker door toeristen wordt bezocht dan door gelovigen. Onder de kerkschatten bevindt zich het Cruz de la Victoria, het Kruis van de Overwinning, ter herinnering aan de Slag bij Covandonga waar in 722 een aanval van de Moren op het nog enig overgebleven Christelijke deel van Spanje werd afgeslagen. Hoewel met moderne dateringstechnieken is aangetoond dat het kruis helemaal niet uit die eeuw dateert, is het toch een alom aanwezig symbool van de regionale identiteit. Waar je ook gaat of staat is het te zien, zoiets als de Nederlandse leeuw en het heeft daar zelfs een band mee dankzij Prinses Irene. Die huwde Carlos Hugo de Bourbon-Parma – oh schande, ze werd zelfs katholiek voor hem – hoofd van het Huis dat tevergeefs aanspraak maakt op de Spaanse troon en eveneens het Cruz de la Victoria als symbool voert. In de kerk mag niet worden gefotografeerd en je moet ook nog eens “waardig” gekleed gaan, terwijl zowel het interieur als de buitenkant van de kerk overdadig zijn gedecoreerd. Dat wordt echter op een even eenvoudige als toevallige manier teniet gedaan op het vrijwel verlaten plein naast de zijingang. Stel je voor: die rijke gothische decoraties op de torens en de façade van de kerk, een plein waaraan de huizen staan van de elite van destijds met hun wapenschilden in de gevels als stille, doch veelzeggende getuigen. En dan, geheel onverwachts, loopt daar een non voorbij in een wit habijt met sandalen aan de blote voeten, een non die een en al deemoed en eenvoud uitstraalt. Een tegenstelling die onverklaarbaar, doch opvallend waar is. wordt vervolgd |