|
EEN MONUMENT VOOR OSCAR - 2 (10122012) Van de middeleeuwen naar de 21ste eeuw is in Avilés een kwestie van een wandeling van minder dan 10 minuten. Vanuit het halverwege de zeventiende eeuw gebouwde stadspaleis waar we logeren de middeleeuws ogende Plaza de España oversteken, een smal straatje door, over de voetbrug die de doorgaande weg en de spoorbaan kruist. Daarna een stukje voetpad langs de rivier, rechtsaf over een soort Bailybrug die is geschilderd in regenboogkleuren en tenslotte de toegangspoort en tunnel van het in mei 2011 geïnaugureerde Centro Niemeyer. Dat die poort open staat is een klein wonder, als ik de persberichten van de afgelopen maanden tenminste moet geloven. Op 1 juli luidde de kop in the Guardian “A great white hope in Avilés”, minder dan een half jaar daarna kopt de NRC op 12 december “FAILLIET” en drie dagen later – de dag van de sluiting – meldt the Guardian: “Centro Niemeyer sluit, maar het geruzie gaat door”. En dat allemaal in de week dat Oscar Niemeyer zijn 104e verjaardag vierde. De politici die de bouw van het culturele centrum mogelijk hadden gemaakt, waren in de tussentijd weggestemd en de nieuw gekozenen, die waarschijnlijk altijd al tegen waren geweest, claimden dat er geen geld was voor de exploitatie en programmering van het vrijwel geheel van overheidssubsidies afhankelijke glamourproject. Hollywoodsterren Brad Pitt, Woody Allen, Jessica Lange en Kevin Spacey, de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho, de Britse wetenschapper Stephen Hawking en anderen toonden zich zeer betrokken én lieten zich gewillig fêteren door de directeur ervan. Uiteraard met het door de belastingbetalers opgehoeste subsidiegeld. Zo werd multimiljonair Brad Pitt bijvoorbeeld per privéjet ingevlogen voor een bezoek, de rekening daarvoor werd door het Centro voldaan. Om dan als directie verontwaardigd te zijn als de geldkraan wordt dichtgedraaid, is toch wel iets te veel van het goede. Niet alleen werd die geldkraan dichtgedraaid, tot en met de meter en de aansluiting werden weggehaald om nog meer water verspillen te voorkomen. De voetbrug heeft de vorm van de Z van Zorro. Het punt waar de bovenste rechte lijn van de Z eindigt en de schuine lijn naar beneden begint, zweeft in de ruimte, het is een perfect punt om van dichtbij een eerste indruk van het Centro te krijgen. Vooral die eenvoudige sensuele tekening van Niemeyer van een zonnebadende vrouw op het strand op de zijmuur van het auditorium – zwarte lijnen op een knalgele achtergrond - is een gigantische blikvanger met een magnetische aantrekkingskracht. Ik krijg enorme aandrang om snel door te lopen, alles van dichtbij te zien, aan te raken. Als een vreemde eend in de bijt ligt het complex buiten de stadskern op een eiland dat deel was van het daar gelegen industriegebied. ’t Is een uit de toon vallende enclave, een bufferzone, hetgeen vooral vanuit de lucht erg goed is te zien. En dan de eerste indrukken als je er eenmaal staat: leeg en steriel, maar onmiskenbaar Niemeyer. Een gebetoneerde witte vlakte waarop vier totaal verschillende gebouwen staan: rechts het grote auditorium, recht vooruit een laag langerekt licht gekromd gebouw dat de vorm van een banaan heeft, links vlakbij een op een ronde betonnen zuil – type lage zendmast of communicatietoren – bevestigd cirkelvormig bouwwerk en tenslotte schuin daarachter een halve witte bol. Tussen die halve witte bol en het auditorium lijkt een door pilaren ondersteund wandelpad te zijn aangelegd, waarover de bezoekers – naar ik veronderstel - van het ene naar het andere gebouw kunnen lopen. Wij nemen deel aan een van de twee dagelijkse rondleidingen, de enige voor vandaag geprogrammeerde activiteiten. Deelname tegen contante betaling van €3 en, zo wordt er nogal optimistisch bij vermeld “niet meer dan 50 deelnemers”. We zijn met z’n tienen. Iedereen wordt verondersteld Spaans te begrijpen, zoals dat hoort bij een prestigieuze internationaal georiënteerde instelling. Er wordt niet eens geïnformeerd of er toevallig anderstaligen zijn, zoals bijvoorbeeld mijn gezelschapsdame. Die spreekt echter vloeiend Portugees waarmee ze zich maar moet zien te redden, aan tolken doe ik niet. Oscar Niemeyer is nooit in Avilés geweest, hij liet de uitvoering van het project over aan zijn kleinzoon Kadu en een vaste medewerker, desondanks voel ik gelijk zijn aanwezigheid. De tekening op de wand van de receptie voert me in gedachten terug naar de ontmoeting die ik samen met mijn neef Arjan in april 2001 in Rio de Janeiro met Niemeyer had. Dat was in zijn studio op de bovenste verdieping van het door hemzelf ontworpen Edificio Ypiranga, een gebouw met de fameuze “Niemeyer golf” in de façade én met uitzicht over het strand en de Baai van Guanabara, met links de Suikerbroodberg en rechts het Fort van Copacabana. Via zijn jongere broer Dr. Paulo, die enige maanden eerder mijn buurman twee verdieping lager was geworden, had ik een “audiëntie” van maximaal een uur cadeau gekregen op de dag voor mijn verhuizing naar Buenos Aires. Seu Oscar – meneer Oscar - een aimabele kleine man die sigaartjes rookte en na te hebben ontdekt dat we in het Portugees konden converseren alle tijd voor ons had. Eén van de dingen die me van dat bezoek is bijgebleven is dat Niemeyer de witte muren van de studio gebruikte om er met een viltstift ontwerpen op te tekenen en teksten op te schrijven. Zo zagen wij daar op de wand het ontwerp voor een beeld dat ik eerder dat jaar op het strand geëxposeerd had zien staan. Vandaar. wordt vervolgd |