EEN MONUMENT VOOR OSCAR - 1 (30112012)

Op het moment dat de vliegtuigdeuren dicht zouden moeten gaan, worden juist wat extra deuren opengegooid: de airco is kapot. Het goede nieuws uit de cockpit is dat “onderhoud” al onderweg is, hoewel dat wel 10 minuten kan gaan duren. Niemand die zich daar druk over maakt. Na een kwartier moeten alle passagiers echter het toestel verlaten omdat de temperatuur in de cabine inmiddels is opgelopen tot 33 graden Celsius, iets dat de volksgezondheid in gevaar schijnt te kunnen brengen. Handbagage moet worden meegenomen, een bedenkelijk teken aan de wand. Als iedereen nauwelijks in de vertrekruimte staat, mogen we alweer terug aan boord. Opnieuw worden identiteitsbewijzen en instapkaarten gecontroleerd. Nog een half uur later is het toestel klaar voor vertrek. Met een beetje geluk halen we in Barcelona onze vlucht naar Amsterdam nog. Een stewardess verzekert “Vueling wacht altijd”. Even later is het verhaal van een steward iets genuanceerder: de captain heeft met de vluchtleiding gesproken en in principe zal er worden gewacht. De vlucht naar Amsterdam vertrekt van de gate tegenover die waar ons vliegtuig zal aankomen. De passagiers met grote haast mogen met voorrang uitstappen, rennen om zo snel mogelijk bij de gate aan de overkant te komen – er zit helaas zo’n “loopband” tussen beide gates – en arriveren daar net op tijd om het vliegtuig richting startbaan naar onze eindbestemming te zien taxiën. De volgende vlucht vertrekt morgenochtend ........... Een nacht in een buitengewoon onpersoonlijk hotel aan de rand van het vliegveld, in plaats van het eigen comfortabele bed en morgen voor dag en dauw opstaan in plaats van uitslapen.

Op de dag dat we eerder deze week in Barcelona een tussenlanding maakten, werd de Catalaanse nationale feestdag “la Diada” gevierd. Voluit “Diada Nacional de Catalunya”, de dag waarop het einde van het Beleg van Barcelona op 11 september 1714 wordt herdacht. Dat was tijdens de Spaanse Successieoorlog waarin de Catalanen aan de kant van de verliezende partij vochten, met als gevolg dat het zelfbeschikkingsrecht onder de Kroon van Aragón werd verspeeld. De viering ging dit jaar gepaard met demonstraties waarin de onafhankelijkheid van Catalonië werd geëist, zo niet in het vooruitzicht werd gesteld, door Regiopresident Artur Mas. Hetgeen de gemoederen elders in Spanje behoorlijk zou bezig houden, iets dat we tijdens de rest van ons verblijf in het Prinsdom Asturië - net als Catalonië een autonome regio, maar stukken minder welvarend – uur na uur konden volgen. Kranten en televisie vulden er de pagina’s en de schermen mee of dat het einde van Spanje in zicht was en de afscheiding van de Catalanen nabij. Tot en met een polemiek of FC Barcelona dan nog wel in de Spaanse voetbalcompetitie zou mogen uitkomen, een doemscenario, en wellicht een reden voor veel Catalaanse voetbalsupporters om dan toch maar bij Spanje te blijven. Onwetend dat ons dit boven het hoofd hing, vlogen we vanaf de Middellandse Zee langs de Pyreneeën naar de westkust, naar Avilés. Een stad die vanwege andersoortig verontrustende berichten ons reisdoel is.

De Spaanse kroonprins heeft de titel Prins van Asturië, zoals de Nederlandse kroonprins (m/v) Prins van Oranje is en de Britse kroonprins Prince of Wales. Sinds 1980 wordt jaarlijks in een achttal categorieën de Prins van Asturiëprijs toegekend: voor Literatuur, Internationale Samenwerking, Sociale Wetenschappen en zo. In 1989 kreeg de door mij zeer bewonderde Braziliaanse architect Oscar Niemeyer de prijs in de categorie Kunst, op zijn beurt schonk Niemeyer het Prinsdom Asturië het ontwerp voor een cultureel centrum toen de prijs 25 jaar bestond. Financiering, bouw, exploitatie en programmering niet inbegrepen en aldus verwerd het geschenk tot een politiek prestigeproject met alle gevolgen vandien. Avilés was, net als de rest van de streek, een stadje waar de vervuilende staalindustrie de boventoon voerde. Was. De weg van het vliegveld er naartoe slingert door vredige groene valleien met vrijstaande huizen met een zwembad in de tuin. Je vraagt je af of de Spaanse economische crisis een verzinsel is, de welvaart straalt er vanaf. De wandeling van de busterminal naar het hotel in het hart van de stad wekt evenmin de indruk dat de depressie heerst. Een mooi middeleeuws centrum bovendien, met goed onderhouden of voor hergebruik opgeknapte en aangepaste gebouwen en paleizen. Uiteraard met bijdragen uit de Brusselse subsidiepotten, hetgeen gemakkelijk is te herkennen aan de blauwe bordjes met de gele sterren. Tot en met het Palacio de Ferrera, ons vijfsterrenhotel dat onderdeel is van één van de grootste hotelketens ter wereld!

Inchecken, een korte verkenning, opeens aan het einde van een smalle straat een rond gebouw op een betonnen kolom met een spiraaltrap naar boven er omheen. Dat kan niet anders dan het Centro Niemeyer zijn waarvoor we hier naartoe zijn gekomen. Uiteindelijk is dat door de politieke vriendjes met 45 miljoen Euro overheidsgeld in Avilés gebouwd, om van het stadje een tweede Bilbao te maken. Maar wat moet je met twee Guggenheims binnen een straal van minder dan 300 kilometer in een dunbevolkte streek? We beklimmen de trappen naar het torentje van het hotel, de deur zit stevig op slot en mag alleen worden geopend door iemand van het hotelpersoneel. Die moet dan gelijk in de gaten houden of er sprake van “springneigingen” zou kunnen zijn, hoewel volgens mijn berekening de kans op een geslaagde zelfmoord niet al te groot is. Tenzij je heel bewust met het hoofd naar voren en de handen op de rug naar beneden duikt. Het Centro aan de overkant van de onzichtbare rivier is van hier iets beter te zien, erachter staat een behoorlijk uit de toon vallende fabrieksschoorsteen. Zodra het Centro morgen opengaat, staan wij er voor de deur.

wordt vervolgd